thumb|De voorpagina van Isis Unveiled Isis Ontsluierd (Isis Unveiled) is de titel van een werk van de theosofe Helena Petrovna Blavatsky, dat in twee delen verscheen in 1877. Isis Ontsluierd heet een 'Meester-sleutel' te zijn 'tot de Mysteriën van Oude en Moderne Wetenschap en Theologie'. Het eerste deel gaat over wetenschap en het tweede over theologie, maar is eerder een encyclopedisch overzicht van haar opvattingen over religie in de Oudheid, filosofie, mythologie en wetenschap. Ze werd bij haar schrijven geholpen door Kolonel Henry S. Olcott. Isis Ontsluierd ging vooraf aan haar hoofdwerk: De Geheime Leer (1888).
Blavatsky's Isis Ontsluierd kwam een jaar na Emma Hardinge Brittens (1823-1899) Ghost Land (deels gesitueerd in Europa en deels in India, 1876) en Art Magic (waarin ze de oude wijsheid van de oude Veda's tot het eigentijdse Spiritualism achterhaalde, 1876). Volgens hen zou de 'occulte wetenschap' van de Ouden, die zowel in het Oosten als in het Westen had gebloeid, in de moderne wereld opnieuw tot leven moeten worden gebracht, als een alternatief voor het enge (narrow) materialisme van de positivistische wetenschap. Isis Ontsluierd werd een directe bestseller. India verrees als de wieg van beschaving en de bron van occulte wijsheid, maar dit was nog veel het exotische India van de oriëntalistische verbeelding van westerse esoterici. De Oriënt, 'Het mystieke Oosten', de richting van de zonsopkomst, werd door Europeanen gezien als een soort centrum van oorsprong waartoe men zich verhield, vandaar de term 'oriëntatie'. De Theosophical Society begon als een kleine groep deelnemers gericht op 'Westerse' onderwerpen als 'de Kabbala van de Egyptenaren' en theürgische rituelen voor de aanroeping van Paracelsus' 'elementale wezens'. Veel hiervan kwam van literaire bronnen uit de Victoriaanse tijd, met name Edward Bulwer Lyttons occulte roman Zanoni (1842). Dit begon allemaal te veranderen toen Blavatsky met Olcott in 1879 naar India reisde. Ze begonnen met hindoes en boeddhisten samen te werken, die toegang hadden tot hun eigen heilige teksten in de originele talen. In De Geheime Leer (1888) ontwikkelde moderne theosofie zich tot een enorm ambitieus wereldbeeld gebaseerd op universele spirituele evolutie dat Indiase en Europese tradities wilde samenbrengen in een 'hogere' occulte synthese. Theosofen droegen in grotere mate dan hen is toegeschreven bij aan de comparatieve studie van religies en het vertaald krijgen van klassieke Indiase teksten in westerse talen. Theosofie was van grote betekenis voor innovatie, waarbij veel van de basis werd gelegd van de esoterie van de 20e eeuw. Er was sprake van een creatief proces van wederzijdse beïnvloeding, waarbij westerse esoterische tradities 'oosters' werden en oosterse tegenhangers 'westers'.Wouter J. Hanegraaff, Esotericism in Western Culture, Counter-Normativity and Rejected Knowledge (2025), Bloomsbury Academic, hoofdstuk 2 A Short History of Rejected Knowledge, The Modernist Occult, p. 68-9, hoofdstuk 7 Modernization, Globalization, 157-9
Het Westerse esoterische thema is duidelijk in het voorwoord: 'Ons werk is een pleidooi voor de erkenning van de Hermetische filosofie, de archaïsche universele Wijsheids-Religie, als de enig mogelijke sleutel tot het Absolute in wetenschap en theologie.'
In de twee delen komt onder meer naar voren, dat Jezus een wijze profeet was, die de traditie van de aloude 'geheime leer' doorgaf, dat Petrus niet in Rome was en de Apostolische opvolging daarom nergens op is gebaseerd. Blavatsky wijst op de heidense traditie, die opgenomen werd in de 'nieuwe' religie van het christendom en uit haar weerzin jegens de ambitieuze orde van jezuïeten. Ook schrijft ze, dat Menes uit India kwam en de Egyptische beschaving sinds deze grondlegger dus voortkwam uit een Indiase kolonie. Er wordt gewezen op overeenkomsten tussen verschillende religies wereldwijd, die de zon, het vuur en het licht vereren. Verschillende geloofssystemen worden met elkaar vergeleken.
The Western Esoteric Traditions Nicholas Goodrick-Clarke (1953-2012) schreef over Isis Ontsluierd in The Western Esoteric Traditions (2008): 'Het tweedelige werk leverde voor het moderne occultisme een belangrijke verklaring op voor de weerlegging van de materialistische wetenschap. Het eerste deel, Wetenschap, begint met een aanval op Darwins Origin of species en Thomas Huxley's Physical Basis of Matter, met het materialisme als haar belangrijkste doelwit. Volgende hoofdstukken over spiritisme (spiritualism), psychische verschijnselen, mesmerisme, de Kabbala, en de vergevorderde kennis en prestaties van oude volken hebben als doel de zelfgenoegzaamheid van moderne wetenschap te ontmaskeren en ondermijnen. Het tweede deel, Theologie, bevat polemieken tegen het christendom, laat esoterische vormen van christendom zien waaronder gnosticisme, een verdere discussie over de Kabbala, oude en moderne geheime genootschappen (waaronder de jezuïeten en vrijmetselaars, en een vergelijking van het christendom, in haar algemene nadeel, met hindoeïsme en boeddhisme.
Het onderliggende thema achter deze diverse onderwerpen is het bestaan van een oude wijsheidsreligie. De vele geloven van de mensheid zouden zijn ontwikkeld uit een universele religie die zowel Plato als de oude Hindoe wijzen kenden. De wijsheidsreligie wordt ook geïdentificeerd met de Hermetische filosofie "als de enig mogelijke sleutel tot het Absolute in wetenschap en theologie" (I, vii) Elke religie is gebaseerd op dezelfde waarheid van de "geheime leer", die 'de alpha en omega van universele wetenschap' bevat (I, 511) Deze oude wijsheidsreligie is de religie van de toekomst (I, 613). Binnen een paar eeuwen, zullen de wereldreligies van boeddhisme, hindoeïsme, christendom en islam zich terugtrekken voor de 'feiten' en 'kennis' van de oude en universele leer. Deze oude wijsheidsreligie is een hermetische filosofie gebaseerd op een emantionistische kosmologie (I, 154, 285, 295f). In tegenstelling tot de moderne evolutietheorie, veronderstelt deze leer de involutie [inwikkeling] van de mensheid van 'hogere en meer spirituele naturen'. Een "goddelijke vonk" is neergedaald in de stof, en zodra het zijn dichtste materiële niveau heeft bereikt, begint ze aan haar opgang terug naar haar bron. Blavatsky neemt zo moderne evolutie op in haar plan, maar slechts als een cyclus van terugkeer, en vooral, ze hernoemt de biologische noodzaak in spirituele termen: "Het menselijke ras moet uiteindelijk fysiek worden vergeestelijkt" (I, 296)
De termen 'theosofie' en 'theosoof' komen ook in de tekst van Isis Ontsluierd voor. Het is interessant dat ze slechts kort refereert aan Jacob Boehme maar identificeert de Paracelsiërs of 'vuur-filosofen' van de 16e eeuw als theosofen (I, xxxvii, xli). Bovenal, is de theosophia van de oude Alexandrijnse wereld haar model, bijvoorbeeld in haar opmerking dat de Neoplatoonse school de mystieke theosofie van het Oude Egypte verenigde met de verfijnde filosofie van de Grieken (II, 41). Ze citeerde ook herhaaldelijk haar medewerker en redacteur, professor Alexander Wilder (1823-1908), auteur van New Platonism and Alchemy (1869), die de term 'eclectisch theosofisch systeem' muntte om de ideeën van neoplatonici te omschrijven. Wilder wordt gewoonlijk de introductie tot Isis Ontsluierd toegeschreven, getiteld Voor de sluier. Blavatsky stond in Isis Ontsluierd lang stil bij de ideeën van Plato, Plotinus, Porphyrius en Iamblichus, en ze gaf hun gedachten weer in termen van Wilders theosofie. Op haar beurt, zag ze moderne theosofie voor ogen als de erfgenaam van Alexandrijns neoplatonisme, doeltreffend de christelijke variëteiten van theosofie negerend.'N. Goodrick-Clarke, The Western Esoteric Traditions (2008), hoofdstuk 11 Helena Blavatsky and the Theosophical Society, Isis Unveiled and Western Esotericism, p. 215-7
Het schrijven van Isis Ontsluierd Blavatsky begon in de zomer van 1875 op 47th Street in New York met schrijven. Ze schreef eerder dat jaar al aan professor Hiram Corson van Cornell University dat er in het komende tijdperk mysteriën zouden worden onthuld. Ze bracht in september 1875 enkele weken door in zijn huis in Ithaca, waar ze het werk aan Isis voortzette. Corsons zoon Eugene publiceerde later een boek met de brieven van Blavatsky aan Corson. Andrew White, hoofd van Cornell University, schreef dat Corson 'in veel opzichten de belangrijkste professor' was 'die Cornell ooit heeft gehad'. Corson en Blavatsky ontmoetten elkaar, vanwege het overlijden van Corsons 16-jarige dochter, met wie hij via Blavatsky weer in contact hoopte te komen middels een spiritistische séance. Maar 'ze is niet alleen niet bereid dit te doen, maar staat beslist afwijzend tegenover dat soort dingen.', schreef Corson aan zijn zoon. Bij Corson thuis schreef ze 'ongeveer vijfentwintig dicht opeen geschreven foliobladzijden per dag. Ze had geen boeken om te raadplegen; de uitgebreide bibliotheek van mijn vader ging bijna geheel over de Engelse literatuur...en ze heeft hem zelden over iets geraadpleegd', berichtte Eugene. 'Gewoonlijk schreef ze in bed vanaf negen uur 's morgens, terwijl ze talloze sigaretten rookte en lange alinea's letterlijk aanhaalde uit dozijnen boeken, waarvan er - daar ben ik absoluut zeker van - in die tijd geen exemplaren in Amerika waren. Ze vertaalde zonder moeite uit verschillende talen (..)', vertelde professor Corson aan de schrijver Charles Lazenby in een interview. Volgens de kleindochter van de professor, Pauline Corson Coad, ontdekten ze als snel dat een smalle bruine hand van een Indiër gewoonlijk van onder het tafelkleed omhoog reikte en de aantekeningen opschreef die ze nodig had. Professor Corson merkte op over de aanhalingen van HPB in Isis: 'De honderden boeken die ze aanhaalde stonden zeker niet in mijn bibliotheek; veel ervan waren niet in Amerika, enkele ervan waren heel zeldzaam en in Europa moeilijk te verkrijgen.' Ze zette het werk aan Isis voort in New York, waar ze wel boeken gebruikte, waarvan sommige uit Olcotts bibliotheek. De rest ontleende ze, volgens Olcott, aan het 'astrale licht', of aan haar adept-leraren of door gebruik te maken van haar 'zielezintuigen'. Olcott werkte met Blavatsky twee jaar aan Isis en nog veel meer jaren aan ander literair werk. HPB ging in New York zes maanden niet uit en werkte volgens haar brief aan haar tante Nadja, 17 uur per dag en voedde zich met havermout.Cranston, S., Het bijzondere leven & de invloed van Helene Blavatsky, Stichter van de moderne theosofische beweging (1993, 1995 Nederlandse vertaling), p. 151-53
Receptie van Isis Ontsluierd Vóór tot publicatie over te gaan, ging uitgever J.W. Bouton te rade bij professor Alexander Wilder, filosoof, Plato-kenner, archeoloog, auteur, opvoedkundige en praktiserend arts (Newark, New Jersey, sinds 1 december 1875 lid van de Theosophical Society). Wilder schreef een artikel Hoe Isis werd geschreven (1908). Kolonel Olcott ging in de herfst van 1876 bij Wilder langs en stelde hem later aan Blavatsky voor. 'Ik [Wilder] verklaarde in mijn verslag aan hem [Bouton] dat het manuscript het produkt was van uitgebreid onderzoek en dat het met betrekking tot het huidige denken een revolutie betekende.' Wilder verzorgde de Index, corrigeerde Griekse, Latijnse en Hebreeuwse namen, stelde citaten voor en schreef het grootste deel van de Introductie: 'Before the Veil'. Wilder wilde zijn naam slechts in voetnoten.Blavatsky, H.P. My Books in Theories About Reincarnation and Spirits and My Books (1891), p. 33-34