De Groot-Polenopstand of Wielkopolska-opstand (Pools: ; Duits: ) was een gewapende opstand van Polen in Groot-Polen (Duits: Posen) tegen de Duitse overheersing. De opstand begon in december 1918 en eindigde een half jaar later in een overwinning van de Poolse separatisten en de annexatie van grote delen van de oostelijke provincies van de Weimarrepubliek door de Tweede Poolse Republiek.

Achtergrond Tijdens het bewind van Otto von Bismarck werden de etnische en culturele spanningen in de Poolse gebieden die in de 18e eeuw geannexeerd waren manifest. Dit ging gepaard met groeiende tendensen van nationalisme, imperialisme en chauvinisme binnen de Duitse samenleving. Aan de ene kant werd een nieuwe wereldorde geëist met de wens om een Duits koloniaal imperium te creëren. En aan de andere kant groeide het gevoel van vijandigheid tegenover andere etnische groepen binnen de Duitse staat.Frankel 2004, blz. 41

De Polen waren onder de Duitse overheersing slachtoffer van systematische discriminatie en onderdrukking.Lucassen 2005, blz. 61 In de woorden van de schrijver Czubiński:

De Poolse kwestie bleef tot zijn pensionering belangrijk voor Otto von Bismarck, die de Kulturkampf had geïntroduceerd. De vijandigheid die de zogenoemde 'Hakatisten' voor de Polen voelden was gebaseerd op ras. Deze groep was georganiseerd in de Deutscher Ostmarkenverein of H-K-TVerein, naar de eerste letters van de achternamen van de drie leiders: von Hansemann, Kennemann en von Tiedemann. Hoewel Von Bismarck vijandig tegenover het Poolse beleid van zijn opvolger Leo von Caprivi stond en nooit een goed woord over de Polen gesproken heeft, was zijn animositeit meer gebaseerd op staatsredenen dan op raciale vooroordelen. De Hakatisten waren hiervan op de hoogte en bagatelliseerden regelmatig Von Bismarck's "ouderwetse noties". Ondanks dit gegeven onderhielden de Hakatisten en Von Bismarck nauwe banden.

Vanuit Poolse hoek was er veel weerstand tegen de Hakatisten, die voor ogen hadden om de Poolse cultuur te vernietigen.PAP 1966, blz. 7 Als gevolg van de externe druk begonnen de Polen die in het Duitse Rijk woonden zichzelf te organiseren om de germanisering het hoofd te bieden.Feuchtwanger 2001, blz. x Bovendien nam de middenklasse de plaats over van de aristocratie als de belangrijkste oppositie aan de Poolse kant, waardoor het Poolse verzet versterkt werd en het nationale sentiment in de Poolse samenleving werd geïntensiveerd. De druk van de Duitse nationalisten leidde tot versterking van de Poolse nationaaldemocraten, met name de Poolse Nationaaldemocratische Partij van Roman Dmowski en Wojciech Korfanty.Kitchen 2006, blz. 129-131

De discriminatie en onderdrukking vormden een voedingsbron voor het Poolse nationalisme.Karafilly 1998, blz. 237 Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog won het nationalisme aan beide zijden aan kracht en werden de liberale politici die op zoek waren naar een compromis met het Duitse rijk als verraders gezien, terwijl Duitse politici die de agressieve retoriek aan beide zijden probeerden af te remmen aangevallen werden door de Hakatisten. De anti-Pruisische sentimenten vlamden kort voor het einde van de Eerste Wereldoorlog op. Op 11 oktober 1918 brachten Poolse organisaties in het Reich een gezamenlijke verklaring uit tot steun van de Poolse onafhankelijkheidZieliński 1963, blz. 37-38:

Revolutie in november 1918 thumb|Wojciech Korfanty thumb|Ignacy Jan Paderewski in Poznań op 27 december 1918

Poolse activisten in Poznań richtten na de abdicatie van Wilhelm II van Duitsland op 9 november 1918 meteen de Opperste Volksraad op, de Naczelna Rada Ludowa veelal aangeduid als NRL. Deze raad deed dienst als tijdelijke regering in de Pruisische Deling. Wojciech Korfanty van de Nationaaldemocratische Partij werd gekozen als een van de drie leden van het NRL-Commissariaat. Hiermee werd zowel de relevantie van Opper-Silezië voor Poolse territoriale aanspraken benadrukt, als Kofranty's status als de bekendste en meest charismatische leider van Polen. Hij zou echter de meeste tijd in Warschau doorbrengen waar hij als vertegenwoordiger van de Nationaaldemocraten lobbyde voor nationalisatie van de socialistische tijdelijke regering van Józef Piłsudski.Bjorn 2008, blz. 190, 193

De Duits-geletterde Polen van Opper-Silezië waren echter allesbehalve gecharmeerd van de Poolse revolutie en zagen de Poolse nationalisten (of "Posen-Polen") in Poznań met hun aanspraken als "fantasten en "dromers".

Nieuwe formaties van de Heimatschutz werden naar Posen gezonden met de intentie om de Poolse kwestie met geweld op te lossen. De Poolse overheid in Warschau verbrak op 15 december 1918, mede onder druk van de Opperste Volksraad, alle diplomatieke banden met Duitsland. Tegelijkertijd werden Poolse delegaties van de Pruisische Deling geselecteerd voor de Wetgevende Sejm. Ook werd een vertegenwoordiging voor vredesonderhandelingen in Parijs samengesteld. In december 1918 werd bekend dat Ignacy Jan Paderewski in het land zou terugkeren om een geschil tussen het Poolse Nationale Comité en de regering van Jedrzej Moraczewski op te lossen.

Het Verenigd Koninkrijk stond op dat moment in principe terughoudend tegenover de vorming van nieuwe staten, maar Londen was verontrust over de gang van zaken in het oosten van Europa, met een Sovjetleger dat nieuwe gebieden veroverde. Het Verenigd Koninkrijk opperde dat tussen Duitsland en Rusland een muur moest komen die het westen van Europa zou scheiden van de Sovjetrevolutie. Die muur moest Polen zijn.Mazurczak 1987, blz. 254-268

Het Poolse nationale comité in Parijs schoof Jan Paderewski naar voren als de meest geschikte man, omdat hij het dichtst bij de belangen van de Engelsen stond. Het initiatief werd overgenomen door de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Arthur Balfour. Hij nodigde Paderewski uit naar Londen. Laatstgenoemde arriveerde op 23 november 1918 in Liverpool, vanwaar hij naar Londen afreisde. In het tijdsbestek van een paar dagen voerde Balfour gesprekken met Paderewski en spoorde hem aan om naar Polen te gaan om de nieuwe regering te leiden. Paderewski eiste een reis naar Warschau via Gdańsk en Toruń, hoewel dit formeel nog steeds Duitse grondgebied was.

Paderewski reisde af naar Polen met een semi-officiële delegatie onder leiding van de Britse militaire attaché Harry Herschel Wade. Plaatsvervangend leider er was Richard Kimens van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, voormalig Engels consul in Warschau. Paderewski en zijn vrouw, vergezeld door zijn adjudant majoor Zygmunt Iwanowski, gingen in de haven van Harwich aan boord van het schip Concord. Zij arriveerden op 26 december in Poznań waar Paderewski met enthousiasme werd begroet. Op dezelfde dag hield Paderewski een toespraak voor zijn landgenoten die zich verzameld hadden voor Hotel Bazar."Przyjazd Ignacego Jana Paderewskiego do Poznania i wybuch Powstania" [Geraadpleegd op 23 maart 2019]. Gearchiveerd op 22 maart 2023.

Opstand thumb|De gevechten om het paleis van justitie, afgebeeld op een prent van Leon Prauziński thumb|De gevechten om de Chwaliszewski-brug, afgebeeld op een prent van Leon Prauziński thumb|Poolse opstandelingen in de winter van 1918-1919 thumb|Een door Poolse opstandelingen buitgemaakte Duitse Gotha G.IV bommenwerper, 1919 thumb|Het Duitse "Butteroffensive" in 1919 thumb|Poolse opstandelingen aan het front thumb|Uniform gedragen door het Wielkopolska Uhlan-regiment

De gevechten begonnen op 27 december 1918 in Poznań, toen Duitse soldaten als reactie op de volksvreugde op de Poolse bevolking begonnen te vuren. De volgende gebeurtenissen zijn samengevat in een bericht van de NLR, gepubliceerd in de "Kurier Poznański" van 29 december 1918."Kurier Poznański" 1918

De eerste opstandelingsformatie dat gestuurd werd om het paleis van justitie te veroveren telde 100 manschappen en stond onder het bevel van Antoni Wysocki.Grot e.d. 1968, blz. x

De Poolse nationalistische beweging in Ermland moest in deze dagen door de diepgewortelde Pruisische macht inactief blijven.American Bibliographical Center 1974, blz. 132

Op 28 december 1918 veroverden de Polen de citadel. Aanvankelijk werd tijdens de onderhandelingen afgesproken dat de Citadel gelijkelijk door Poolse en Duitse troepen zou worden gehuisvest, maar tegen deze overeenkomst in bezetten de opstandelingen het fort zelf, waarbij de Duitse garnizoen werd geëlimineerd.Czubiński 1988, blz. 214 Het Nationaal Museum Poznań werd in deze dagen bezet door opstandelingen. Toen die vertrokken bleken kleinere objecten uit het museum gestolen te zijn.Michałowski 2005, blz. 23

Op 30 december 1918 werden Wągrowiec en Gołańcz door de opstandelingen veroverd. Tezelfdertijd werden Duitse troepen vanuit Bromberg gestuurd om de Polen uit Gniezno te verjagen. Die nacht werd nabij Zdziechowa een slag geleverd, waarbij de Polen, versterkt door opstandelingen uit Wrzesnia, de overwinning behaalde. Dankzij die overwinning zagen de opstandelingen kans om hun militaire operaties naar de gebieden van Koejavië uit te breiden. De volgende dag begon het offensief van de opstandelingen in deze richting onder het bevel van Paweł Cymsa. Hij was van plan om Inowrocław te bezetten, dat op dat moment voor 67% werd bewoond door etnische Polen.Czubiński 1988, blz. 254

De Polen veroverden op 2 januari 2019 Gostyń, waarna de "Gostyńska"-compagnie werd gevormd. Deze eenheid werd op 7 januari naar het front bij Leszno gezonden.Jankowiak & Bauer 1989, blz. 135

Die dag werd per decreet nr. 2 het gebied van de Pruisische Deling verdeeld over zeven militaire districten: I District: Poznań Miasto, Poznań Wschód, Poznań Zachód (commandant: Rotmistrz Bolesław Koperski), II District: Września, Środa, Witkowo, Gniezno (commandant: Lt.k. Kazimierz Grudzielski), III District: Wyrzysk, Bydgoszcz, Szubin, Inowrocław, Strzelno, Mogilno, Żnin, Wągrowiec (commandant: Maj. Napoleon Koczorowski), IV District: Chodzież, Czarnków, Wieleń, Skwierzyna, Międzychód, Szamotuły, Oborniki (commandant: 2e lt. Zdzisław Orłowski), V Districts: Międzyrzecz, Nowy Tomyśl, Grodzisk, Babimost, Śmigiel, Kościan, Wschowa, Leszno (commandant: 2e lt. Kazimierz Zenkteler), VI District: Śrem, Jarocin, Pleszew, Gostyń, Rawicz, Krotoszyn, Koźmin Wielkopolski (commandant: 2e lt. Zbigniew Ostroróg-Gorzeński), VII District: Ostrów Wielkopolski, Odolanów, Ostrzeszów, Kępno (commandant: 2e lt. Władysław Wawrzyniak).Rezler 2008, blz. 155

Vanwege het acute tekort aan officieren van Poolse afkomst uit de Pruisische Deling, wendde het NRL Commissariaat zich tot de autoriteiten in Warschau voor hulp. Pilsudski stuurde na overleg met Korfanty, Adamski en Poszwiński generaal Józef Dowbor-Muśnicki naar de militaire bevelhebber van de opstand. Luitenant-kolonel Julian Stachiewicz, die in opdracht van Pilsudski in het geheim toezicht had gehouden op de generaal (hij werd stafchef), arriveerde samen met Dowbor-Muśnicki.Czubiński 1988, blz. 327 Het staatshoofd schreef hier zelf het volgende over:

Op 11 januari 1919 vonden op verschillende plaatsen bloedige veldslagen plaats; de Polen verloren Sarnow en een Poolse aanval op Zbąszyń werd afgeslagen. Tegelijkertijd behaalde de Polen een overwinning in de slag om Szubin.Czubiński & Polak 1983, blz. 255 De gebeurtenissen bij Szubin werden als volgt beschreven:

Op 13 januari 1919 ontving het staatshoofd Józef Piłsudski een delegatie uit Poznań. Naar zijn mening was Poznań als district minder vrij dan het Koninkrijk en Galicië, omdat in dit district Duitsland nog steeds macht beoefende en de voorwaarden van de wapenstilstand tussen de Coalitie en Duitsland goedkeurde. Piłsudski verzekerde de delegatie dat hij als opperbevelhebber alleen de noodzaak om per besluit van het congres het opschortingspunt over het bestaan van Poznań te veranderen aan de coalitie kon presenteren.Piłsudski 1937, blz. 51