De Eerste Kamerverkiezingen 1880 waren reguliere Nederlandse verkiezingen voor de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Zij vonden plaats op 14 juli 1880.
De verkiezingen werden gehouden voor een derde deel van de zittende leden van de Eerste Kamer van wie de zittingstermijn afliep. Bij deze verkiezingen kozen de leden van Provinciale Staten - die bij de Statenverkiezingen in mei 1880 gekozen waren - in negenIn Drenthe en Utrecht waren geen aftredende Kamerleden. kiesgroepen naar provincieZie Eerste Kamerverkiezingen voor een nadere toelichting. dertien nieuwe leden.
De uitslag van de verkiezingen was als volgt:
GroeperingZetelsZetelverdeling naar provincie 1877Een wijziging van het aantal zetels van een partij c.q. groepering is ontstaan door aftreden en overlijden gedurende de zittingsperiode 1877-1880. AfAftredend in 1880 vanwege het bereiken van het einde van de zittingstermijn. BijGekozen c.q. herkozen bij de verkiezingen in 1880. 1880 +/− Gr F D O Ge U NH ZH Z NB L liberalen 21/23 7 7 23 0 2 3 3 4 4 5 2 gematigde liberalen 10/8 3 3 8 0 1 1 2 2 1 1 katholieken 6 2 2 6 0 4 2 conservatieven 2 1 1 2 0 1 1 totaal 39 13 13 39 0 2 3 1 3 5 2 6 7 2 5 3
Gekozenen
Bij deze verkiezingen waren dertien leden aftredend, van wie tien herkozen werden. Twee leden hadden aangegeven niet herkiesbaar te zijn, terwijl een aftredend lid verslagen werd.
Onderstaand volgen enkele bijzonderheden: door Provinciale Staten van Gelderland werd Willem Schimmelpenninck van der Oye (conservatieven) gekozen in de vacature ontstaan door het periodiek aftreden van Hans van Aylva van Pallandt die had aangegeven niet herkiesbaar te zijn; door Provinciale Staten van Zuid-Holland werd Isaäc Fransen van de Putte (liberalen) gekozen in de vacature ontstaan door het periodiek aftreden van Johan Hein die had aangegeven niet herkiesbaar te zijn; door Provinciale Staten van Limburg werd Willem Pijls (katholieken) gekozen die de aftredende afgevaardigde Louis de Villers de Pité versloeg met 27 tegen 17 stemmen.
De zittingsperiode van de Eerste Kamer ging in op 21 september 1880. De zittingstermijn van de gekozen Kamerleden bedroeg negen jaar.Om de drie jaar was een derde deel van de Kamerleden aftredend.
1880 Categorie:Nederlandse politiek in 1880 Nederland