Station Canfranc (Spaans: Estación de Canfranc) is een treinstation in het Spaanse dorp Canfranc dat op 18 juli 1928 werd geopend. In het verleden heeft het gediend als internationaal overstapstation, maar sinds 1970 is al het internationale treinverkeer er opgeschort. Wel vertrekken er twee treinen per dag naar Zaragoza.
Geschiedenis Na de eerste voorstellen in 1853 sloten Frankrijk en Spanje op 18 augustus 1904 een verdrag voor de aanleg van drie spoorlijnen door de Pyreneeën om beide landen met elkaar te verbinden. De westelijkste via de Somporttunnel zou volgens dit verdrag een internationaal station krijgen op Frans grondgebied bij Forges d'Abel. Het verdrag werd echter op 16 januari 1909 gewijzigd zodat het internationale station in Los Arañones kwam en de Somporttunnel met normaalspoor zou worden gebouwd.De lijn op Ferrocarriles de España De doorbraak van de 7875 m lange tunnel was op 13 oktober 1912 na een bouwtijd van vier jaar.
In september 1915 werd begonnen met het grondwerk voor een kunstmatig plateau op de oostelijke oever van de Aragon. De Spaanse regering wilde het station als uithangbord van de Spaanse welvaart voor de rest van Europa gebruiken. Architect Fernando Ramírez de Dampierre kwam met een imposant gebouw geïnspireerd op het station van Baden-Baden. Het ontwerp voor het stationsgebouw werd in 1920 goedgekeurd en de bouw begon in 1921. Het stationsgebouw werd in 1925 opgeleverd en in de twee volgende jaren werd het emplacement van sporen voorzien en werden de andere gebouwen, zoals locomotievendepots en douaneloodsen opgetrokken.Martijn de Vries: Titanic van de Pyreneeën Lycka till Förlag, 2019, , Blz. 12-15
Het station werd geopend op 18 juli 1928. Destijds was het het grootste station van Europa; het gebouw is 241 meter lang en 12 meter breed. Vanuit het station kon men met de trein naar Toulouse en Bordeaux via de Pyreneeën en in de andere richting verder Spanje in. Wegens verschillende spoorwijdten moest er op dit station overgestapt worden als men van Spanje (1672 mm) naar Frankrijk (1435 mm) of vice versa wilde.
Het hele emplacement was opgedeeld in een deel met normaalspoor tussen het stationsgebouw en de douaneloodsen, en een deel met breedspoor aan de buitenzijden van het terrein. Het normaalspoor had van meet af aan bovenleiding met 1,5 kV gelijkspanning omdat de Chemins de Fer du Midi had besloten tot elektrische tractie voor de hele route tussen Pau en Canfranc. De Caminos de Hierro del Norte de España koos voor stoomtractie en het Spaanse depot was dan ook voorzien van een draaisschijf. Het verschil in spoorwijdte betekende ook dat alle goederen moesten worden overgeladen van treinen van de ene spoorwijdte naar die van de andere om verder te rijden, zoals het geval was met passagiers. In september 1931 liep een deel van het station aanzienlijke schade op als gevolg van een brand die begon in de stationshal en zich vervolgens verspreidde naar de bibliotheek, waarbij het restaurant van het station in zijn geheel werd verwoest en het houten dak werd beschadigd. Hoewel er in eerste instantie werd uitgegaan dat kortsluiting de oorzaak van de brand was geweest, werd deze oorzaak later uitgesloten en was er sprake van een toevallige brand.
Tijdens de Spaanse Burgeroorlog viel het station in handen van de aanhangers van Franco die de tunnel dichtmetselden om elke vorm van penetratie vanuit het buurland te voorkomen. In 1939 werd het treinverkeer hervat. Omdat het station was gebouwd op grond van een internationaal verdrag bleef het tijdens de Tweede Wereldoorlog in bedrijf.
In de Tweede Wereldoorlog verwierf het station en de omgeving de naam "Casablanca in de Pyreneeën" als gevolg van de functie als belangrijk doorvoerpunt van goederen en als centrum van spionage voor de Nazi's en Spanje. Hoewel officieel neutraal had Spanje een afspraak met de Wehrmacht waar binnen in Spanje gedolven wolfraam per trein naar het noorden werd vervoerd, terwijl in ruil Frans graan en goud richting Spanje werd vervoerd. Het reizigersverkeer werd eveneens voortgezet en bood zodoende een vluchtroute voor zowel Joden als geallieerde militairen.
In 1941 werd het spoorwegnet in Spanje genationaliseerd. Daarbij verdwenen alle bestaande particuliere spoorwegmaatschappijen en werd Renfe opgericht. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd ook het Franse deel genationaliseerd en werd ondergebracht in de Société Nationale des Chemins de Fer (SNCF). Tussen 1945 en 1949 werd de internationale dienst echter opnieuw onderbroken vanwege meningsverschillen met de Franse regering.
In 1952 werden Spanje en Portugal het eens over de Iberische spoorwijdte van 1668 mm die vervolgens werd doorgevoerd op het hoofdnet.
In 1970 werd al het internationale treinverkeer naar het station opgeschort na een ongeval waarbij de remmen van een goederentrein het niet deden en de hele brug waar die trein op dat moment overheen reed, instortte. Hetgeen het begin bleek van het verval aangezien Frankrijk de brug niet wilde herbouwen en daarmee het internationale verkeer onmogelijk maakte. Sindsdien gaan er stemmen op om de spoorverbinding met Frankrijk te herstellen.
Op 6 maart 2002 werd het station op de monumentenlijst geplaatst. Op 15 april 2021 werden nieuwe reizigersperrons geopend. Het oude station is omgebouwd tot hotel.
Ligging en inrichting Het station ligt op 1194 meter boven zeeniveau bij kilometerpaal 308,499 van de spoorlijn Pau – Canfranc en 218,4 van de spoorlijn Zaragoza – Canfranc. De aanzienlijke omvang van het stationsgebouw en het emplacement is te danken aan het feit dat veel voorzieningen zoals loketten, kantoren van de spoorwegen, een wisselkantoor, douanekantoren, douaneloodsen, politieposten, postkantoor, openbare telegraaf, ziekenboeg, belastingkantoren, kantine, een restaurant, accommodatie voor spoorwegarbeiders, dubbel waren uitgevoerd in verband met de functie als internationaal spoorwegcomplex. De helft van het complex was Frans en de andere helft Spaans, het station zelf, hoewel gelegen op Spaans grondgebied, genoot extraterritorialiteit en fungeerde als de facto grens tussen beide staten. Alle opschriften in het station zijn zowel in het Frans als in het Spaans. In het gebouw was ook een internationaal hotel ondergebracht, alsmede voorzieningen voor wachtende reizigers.
De reizigers tussen Frankrijk en Spanje moesten overstappen en de grensformaliteiten werden in het station afgehandeld. Voor het goederenverkeer bestond een vergelijkbare situatie, zij het gespiegeld, aan de oostzijde van het emplacement. Het breedspoor ligt daar aan de bergzijde van de goederenoverslag en de douaneloodsen terwijl het normaalspoor goederenemplacement aan de dorpszijde van de goederenoverslag en douaneloodsen ligt. Tussen 2018 en 2021 is het emplacement grondig verbouwd waarbij de Spaanse goederenoverslag is voorzien van perrons en sindsdien dienstdoet als reizigersstation. In 2023 werd het stationsgebouw uit 1928 heropend als hotel.
Stationsgebouw uit 1928 Het oorspronkelijke reizigersstation ligt aan de westzijde van het emplacement tussen breedspoor aan de dorpszijde (west) en normaalspoor aan de andere kant (oost). Het is via een reizigerstunnel verbonden met toegangsgebouwen aan de dorpszijde, die op hun beurt via een brug over de Aragón met het dorpscentrum zijn verbonden. Het is een langgerekt gebouw met een symmetrische opzet onderverdeeld in vijf bouwdelen. Op de beide kopse kanten van het gebouw hebben een vierkante bovenbouw met een koepeldak. De stationshal in het midden is net zo hoog als het gebouw en heeft een groot koepeldak dat boven de rest uitsteekt. De twee bouwdelen tussen de respectievelijke einddelen en de stationshal hebben twee verdiepingen met een mansardedak. Het geheel is 241 meter lang, 12 meter breed en heeft op de begane grond aan elke kant 75 deuren.
De buitenkant is afgewerkt in de stijl de Franse paleisarchitectuur uit de negentiende eeuw. Het kent een classicistische plaatsing van de wanden met een gevarieerde combinatie van beton, steen, ijzer en glas waardoor een interessant kleurenspel ontstaat dat wordt geaccentueerd door de aanwezigheid van leien daken. Het interieur is licht, evenwichtig en elegant, met een functionele verdeling van ruimtes, beginnend bij de stationshal onder de grote gegoten koepel. De verschillende ruimtes (loket, douane, bar, hotel, enz.) onderscheiden zich duidelijk door hun indeling en hun aankleding. De begane grond is via de deuren in zowel de oost- als westgevel verbonden met de perrons die zijn voorzien van luifel die gedragen worden door metalen kolommen en zuilen. De eerste verdieping heeft ramen die in de einddelen en bij de stationshal een ronde bovenkant hebben en in de tussenliggende delen paarsgewijs in rechthoekige kozijnen zijn gemonteerd. De ramen op de tweede verdieping zijn ondergebracht in dakkapellen in het dak uit leisteen uit de Segoviaanse stad Bernardos.
Conserverende maatregelen In 2005 keurde de provinciale commissie voor het cultureel erfgoed een restauratieproject voor het station goed. Hieruit volgde in 2007 een overeenkomst tussen het Ministerie van Openbare Werken en de Regio Aragón waardoor bijna twee miljoen euro werd toegekend voor de restauratie van het station. Dit project was onderdeel van een groter project dat niet alleen gericht was op de restauratie van het stationsgebouw door het om te bouwen tot luxe hotel, maar ook op de bouw van een nieuw reizigersstation, de herindeling van het terrein dat niet meer door de spoorwegen werd gebruikt en de bouw van een spoorwegmuseum. Tussen 2006 en 2009 werden eerst schoonmaak-, sanitaire en puinverwijderingswerkzaamheden uitgevoerd en vervolgens werden conserverende werkzaamheden uitgevoerd aan de structuur van het gebouw zelf, waarbij het dak, de gevel, het sierlijsten en de stationshal werden hersteld, alsmede de betonstructuur werd versterkt. Fase III die gepland was voor 2009 werd niet uitgevoerd in verband met het uitblijven van bekostiging.
Aankoop door de regio Aragón Op 30 maart 2012 bereikten de regio Aragón en het Ministerie van openbare werken een overeenkomst om het reizigersgebouw voor een symbolisch bedrag aan Aragón te verkopen, waarmee ook de overeenkomst uit 2007 werd herzien. Na een vergadering van het consortium Urbanístico Canfranc 2000 op 25 april 2012 maakte de minister van openbare werken van Aragón bekend dat een deel van het station in 2014 zou kunnen worden bezocht en ondernemers vanaf 2015 aan de slag zouden kunnen om het gebouw te voorzien van educatieve, commerciële en cuturele activiteiten, alsmede een hotel te realiseren. Uiteindelijk heeft het ministerie van Openbare Werken het reizigersgebouw op 15 januari 2013 op de spoorwegesplanade voor 310.602 euro verkocht aan de regering van Aragon. Tussen 2014 en 2017 werd de stationshal volledig gerestaureerd, waarbij alle decoratieve elementen in pleisterwerk en de ondergrondse toegangstunnel werden hersteld, en werden verschillende thematische rondleidingen gehouden. Tevens werden enkele historische rijtuigen en wagons, die in Canfranc geparkeerd stonden, gerestaureerd.
Restauratie Na de regionale verkiezingen van 2015 pakte het regionale ministerie van ruimtelijke ordening, vervoer en huisvesting het restauratieproject weer op. Het nieuwe plan ging uit van het behoud van alle spoorweggebouwen en niet alleen het historische reizigersgebouw. Het prijskaartje voor dit plan werd geschat op 35,1 miljoen euro, waarvan 27 miljoen gedekt moet worden door de opbrengst van de verkoop van woningen en de herbestemming voor commercieel en toeristisch gebruik.