Irakli Tsereteli (Georgisch: ) (Gorisa, Gouvernement Koetais, 20 november 1881 O.S. - Parijs, 20 mei 1959) was een vooraanstaand Georgisch politicus van de mensjewistisch georiënteerde Sociaaldemocratische Partij van Georgië. Hij was tevens een leidend politicus in de Russische Sociaaldemocratische Arbeiderspartij tussen de revoluties van 1905 en 1917.

Vroege leven Irakli Tsereteli werd op 20 november 1881 O.S. geboren op het familielandgoed in Gorisa, een dorp in de toenmalige oejezd Sjorapani van het Georgische gouvernement Koetais van het Russisch Rijk. Hij was na zijn zus Eliko (1877-1950) en broer Levan (1879–1918) het derde kind in het gezin van Giorgi Tsereteli, een schrijver en intellectueel uit de adellijke familie Tsereteli, en Olympiada Nikoladze.

Zijn vader en oom, schrijver Niko Nikoladze, waren lid van de Meore Dasi (, Georgisch voor "tweede groep"), een groep Georgische intellectuelen, die een grote invloed op Irakli Tsereteli hadden. Toen hij drie was, stierf zijn moeder en werden hij en zijn broer en zus door hun tantes grootgebracht. Hij behaalde in 1900 het gymnasium in Tbilisi en begon daarna een rechtenstudie aan de Staatsuniversiteit van Moskou.

Politiek in Russische Rijk Kort nadat Tsereteli in Moskou aan zijn studie begon raakte hij verwikkeld in studentenprotesten die in de winter van 1901 uitbraken. Het was tijdens deze protesten dat Tsereteli voor het eerst bekendheid verwierf als spreker, en hij werd een leidende figuur in de studentenbeweging. In het voorjaar van 1901 werd hij gearresteerd, maar kwam kort daarna weer vrij. Een jaar later was hij een van de leiders van de studentenprotesten in Moskou en werd wederom gearresteerd. Dit keer werd hij als een van de meest radicale studenten voor vijf jaar naar Jakoetsk in Oost-Siberië gestuurd. De straf werd onder een minder repressief bewind omgezet en hij kon in 1903 terugkeren naar Tbilisi. Het bleek een vormende periode voor Tsereteli, waarin hij onder invloed van het marxisme een overtuigd sociaaldemocraat werd.

miniatuur|260px|Foto van Tsereteli in de Metechi-gevangenis in Tbilisi (1904) Bij zijn terugkeer in Tbilisi sloot Tsereteli zich aan bij de Russische Sociaaldemocratische Arbeiderspartij, die al verdeeld was in bolsjewieken en mensjewieken. Tsereteli voegde zich bij de mensjewistische Georgische tak die later bekend werd als de Sociaaldemocratische Partij van Georgië en verdedigde actief de standpunten van deze fractie in gesprekken met de bolsjewieken. Daarnaast schreef hij voor het tijdschrift Kvali () dat zijn vader was begonnen. In januari 1904 werd hij opnieuw gearresteerd en bracht twee maanden door in de Metechi-gevangenis in Tbilisi. In deze periode werd Kvali ook verboden door de autoriteiten. Hij verhuisde naar Berlijn om zijn rechtenstudie te hervatten. Daar werd hij in najaar 1905 ernstig ziek. Door de Revolutie van 1905 kon hij niet naar huis terugkeren. Pas in mei 1906 keerde met hulp van zijn zus Elene hij weer terug naar Georgië.

Russische Staatsdoema Tsereteli bleef de hele zomer van 1906 in Georgië om te herstellen van zijn hemofilie en was niet politiek actief. Hij werd gevraagd om zich namens het gouvernement Koetais kandidaat te stellen voor de verkiezingen van de Russische Staatsdoema in januari 1907. Hij werd hierbij aangemoedigd door Noë Zjordania, een leidend figuur onder de Georgische mensjewieken. Zjordania zou later in zijn memoires schrijven "dat dit de enige keer was dat Irakli ooit naar mij luisterde". De twee waren het over bijna elk onderwerp oneens. Alle zeven zetels in Georgië werden gewonnen door de mensjewistische sociaaldemocraten. Tsereteli werd met 25 jaar het jongste lid van de Doema en speelde als sterk redenaar een leidende rol. Hij werd tot fractievoorzitter gekozen van de 65-koppige sociaaldemocratische fractie in de Doema. Zijn redenaarstalent maakte hem tot een populair politicus in het Russisch Rijk.

Hij riep in zijn eerste toespraak de oppositie op om niet met de regering samen te werken met betrekking tot de landbouwhervormingen van premier Pjotr Stolypin en riep net niet op tot een gewapende revolutie. Tsereteli zocht onder andere een alliantie met andere linkse facties, de Sociaal-Revolutionaire Partij en de Troedoviken. Op 2 juni 1907 werd de Doema ontbonden en kort na middernacht arresteerde de regering verschillende sociaaldemocraten, waaronder Tsereteli. Ze werden ervan beschuldigd een staatsgreep te willen plegen, een verzinsel van de regering om de oppositie uit de Doema te verdrijven. Tsereteli werd veroordeeld tot vijf jaar dwangarbeid, wat vanwege zijn slechte gezondheid werd omgezet in een gevangenisstraf van zes jaar en verbanning naar Oost-Siberië.

Verbanning naar Siberië miniatuur|260px|Socialistische bannelingen in Siberië. Tsereteli zittend links (1914-1915). Het eerste jaar van zijn gevangenisstraf bracht Tsereteli door in Sint-Petersburg, maar in de winter van 1908–1909 werd Tsereteli overgebracht naar Nikolajev (Mykolajiv) in het zuiden van het hedendaagse Oekraïne. Vier jaar later werd Tsereteli naar de Alexandrovski-gevangenis in Irkoetsk gestuurd. In de herfst van 1913 werd Tsereteli naar het Oost-Siberische dorp Oesolje gedeporteerd, ongeveer 70 kilometer van Irkoetsk aan een aftakking van de Trans-Siberische spoorlijn. Tsereteli zou later met genegenheid terugdenken aan deze periode van ballingschap. Hij had er een sociaal leven met geestverwanten en kon Irkoetsk bezoeken, waar hij vriendschappelijke politieke gesprekken voerde met zowel bolsjewieken als mensjewieken. Dit zette Tsereteli op het verkeerde been, omdat buiten Siberië de twee kampen steeds meer afstand namen, terwijl Tsereteli het geloof had gehouden dat de verschillen tussen de twee kampen nog overbrugbaar waren.

Tsereteli probeerde vanuit Siberië het nieuws over de Eerste Wereldoorlog te volgen en was vooral nieuwsgierig naar het internationale verzet tegen de oorlog. Dat was lastig omdat het nieuws gecensureerd werd, maar Tsereteli concludeerde dat er iets moest bestaan en was van mening dat de socialistische Tweede Internationale een rol zou kunnen spelen bij het beëindigen van de oorlog. Hij voerde ook discussies met andere sociaaldemocraten in de regio Irkoetsk en publiceerde net als geestverwanten zijn gedachten erover. De groep socialistische bannelingen kwam bekend te staan als de Siberische Zimmerwaldisten, en genoot na verschillende publicaties aanzien onder de Russische internationalisten in West-Europa. De autoriteiten hielden na een aantal artikelen de publicaties tegen, maar de artikelen die Tsereteli publiceerde hadden invloed en hielpen hem relevant te blijven tijdens zijn ballingschap.

Februarirevolutie miniatuur|260px|Leden van de sovjet van Petrograd. Tsereteli in de rechteronderhoek, naast Nikoloz Tsjcheidze. Het nieuws over de Februarirevolutie van 1917 bereikte Oesolje na een week, op de avond van 2 maart, waarop Tsereteli de volgende ochtend naar Irkoetsk vertrok. Hij was daar betrokken bij de arrestatie van de regionale gouverneur, waarna Irkoetsk tot vrije stad werd verklaard. Tsereteli speelde een leidende rol in oprichting van de commissie om de stad te besturen. Er kwam tevens een sovjet van soldaten. Tsereteli moest vanwege zijn gezondheid na tien dagen zijn werkzaamheden staken, waarna zijn familie en vrienden hem suggereerden om naar Georgië terug te keren. In plaats daarvan reisde Tsereteli naar Petrograd, waar hij op 19 of 20 maart 1917 aankwam en werd verwelkomd door de voorzitter van de sovjet, Nikoloz Tsjcheidze.

Hij ging meteen naar de sovjet van Petrograd en hield diezelfde avond een toespraak ter ondersteuning van de revolutie. Zowel de sovjet van Petrograd als de Voorlopige Regering van Rusland maakten aanspraak op het gezag over het land. Vanwege zijn voormalige lidmaatschap van de Doema werd Tsereteli op 21 maart 1917 benoemd tot adviseur van de sovjet van Petrograd. Volgens hem moest zowel het land als de revolutie verdedigd worden tegen het Duitse Keizerrijk. Daarbij moest de sovjet druk uitoefenen op de Voorlopige Regering om te onderhandelen over een vrede die zelfbeschikking erkende en geen annexatie omvatte. Dit beleid zou de naam "Revolutionair Defensisme" krijgen. Tsereteli leidde vanuit de sovjet de onderhandelingen met de Voorlopige Regering om het beleid van niet-annexatie aan te nemen. Feitelijk werd hij daarmee een leider binnen de sovjet, die volgens hem een representatief orgaan van arbeiders en soldaten moest worden.

In zijn thuisland Georgië begon na de revolutie van 1917 de voorzichtige afscheiding van het Russisch Rijk. De Georgisch-Orthodoxe Kerk probeerde de autocefalie te herstellen, tegen de wil van de Russisch-Orthodoxe Kerk in, die de Voorlopige Regering aanspoorde maatregelen te nemen tegen de in hun ogen separatistische en opstandige Georgische Kerk. Tsereteli en Tsjcheidze faciliteerden een ontmoeting in Petrograd tussen een delegatie van de Georgische kerk en de voorzitter van de Voorlopige Regering, Aleksandr Kerenski. Uiteindelijk leidde dit tot het begin van de autocefaliteit.

Ministerschap miniatuur|260px|Tsereteli als minister Voorlopige Regering van Rusland (1917). Na een politieke crisis in april 1917, veroorzaakt door demonstraties tegen de voortdurende deelname van Rusland aan de oorlog werd een coalitieregering gevormd na onderhandelingen met de sovjet. Deze coalitie was niet populair onder een groot deel van de mensjewieken, inclusief Tsereteli, maar ze realiseerden zich dat de revolutie anders gevaar liep door politieke instabiliteit. Tsereteli was tot augustus 1917 minister van Post en Telegraaf in deze regering, een positie die speciaal voor hem in het leven werd geroepen, maar waarin hij weinig deed. Hij concentreerde zich voornamelijk op de sovjet. Tsereteli had geaarzeld om in de regering plaats te nemen en deed dat alleen in de hoop de ontbinding van de Voorlopige Regering en het uitbreken van een burgeroorlog daarmee te voorkomen. Hij positioneerde zich met zijn kabinetsfunctie als liaison tussen de Voorlopige Regering en de sovjet en was onderdeel van de kern van het kabinet.

Tsereteli vertrok op 26 juni 1917 naar Kiev en onderhandelde daar namens de Voorlopige Regering over de verdediging van Rusland en het tegelijkertijd respecteren van Oekraïense zelfbeschikking. Het resultaat was dat de Oekraïners de Russen toestonden hun grondgebied te blijven verdedigen, terwijl ze tegelijkertijd meer autonomie verkregen, een stap waar velen in het kabinet zich tegen verzetten. Enkele dagen later vond een grote bolsjewistische demonstratie in Petrograd plaats die een bedreiging vormde voor de Voorlopige Regering. De opstand, bekend als de Julidagen, werd na een aantal dagen neergeslagen, maar leidde wel tot het opstappen van premier Georgi Lvov. Hij werd opgevolgd door defensieminister Aleksandr Kerenski, tot ontevredenheid van Tsereteli, die tijdelijk tot een nieuw kabinet tot minister van Binnenlandse Zaken werd benoemd.

Omdat Kerenski vaak afwezig was, fungeerde Tsereteli als de facto premier. Hij probeerde binnenlandse hervormingen door te voeren en de orde in het land te herstellen. Tsereteli sloeg een positie af in een nieuw kabinet en concentreerde zich op de sovjet. Hij wendde zijn invloed aan om Kerenski te dwingen Lev Trotski vrij te krijgen, die als gevolg van de Julidagen gevangen zat. Tsereteli had Trotski en de bolsjewieken nodig om de socialistische beweging in de Sovjet tegen de kadetten te steunen. Dit had het tegenovergestelde effect, aangezien Trotski snel overging tot het orkestreren van een bolsjewistische overname van de Sovjet, waarbij Tsereteli werd verdreven.

Oktoberrevolutie miniatuur|260px|Tsereteli met zijn zus Elene en broer Levan tijdens zijn verblijf in Georgië in oktober 1917.