thumb|Lichtervelde Lichtervelde is een plaats en gemeente in de Belgische provincie West-Vlaanderen. Het is een woon- en pendelgemeente met landbouw en wat nijverheid en telt ongeveer 9.500 inwoners (01/01/2026). Lichtervelde ligt in het Houtland, in het centrum van de provincie tussen Torhout en Roeselare. West-Vlaams is er de spreektaal.

Natuur en landschap Lichtervelde ligt op de grens van Zandig- (in het noorden) en Zandlemig Vlaanderen (in het zuiden). De waterrijke gemeente ligt in een van de beekvalleitjes opgevuld met alluviale bodems. Onder meer de Drielinden-, de Muizeveld- en de Zwanebeek wateren af naar de IJzer. Het licht golvend reliëf varieert van 49 meter in het zuiden, zijnde het Heihoekplateau, tot 17 meter in het noorden. Dit plateau vormt de waterscheiding tussen het noordelijke IJzerbekken en het zuidelijke Mandel-Leie-Scheldebekken. In het noorden ligt het "Veld" als uitloper van het Bulskampveld, zoals de Ferrariskaart van 1770-1778 toont. In dit heidegebied legden de heren van Lichtervelde plassen en visvijvers aan met namen zoals "Ronde Vijver", "Damplas", "Lange Vijver", "Hogelane." Straatnamen verwijzen er nog naar. De hoofdactiviteit in dit onvruchtbare gebied was turfsteken. De wijk "De Turfhauwe" herinnert hieraan. De kaart van Vandermaelen uit 1851 toont dat het gebied drooggelegd en bebost werd. In het interbellum werd het ontbost.

Tot de natuurgebieden in de gemeente behoren de Huwynsbossen, een domeinbos van 33 ha. Een ander gebied is Papesputten.

Nabijgelegen kernen thumb|Lichtervelde, kernen en buurgemeenten. De gele gebieden zijn bebouwde kernen. De gemeente Lichtervelde grenst aan de volgende dorpen en gemeenten: a. Torhout, met in het zuiden het gehucht Sint-Henricus (stad Torhout) b. Ruddervoorde, het gehucht Baliebrugge (gemeente Oostkamp) c. Zwevezele (gemeente Wingene) d. Koolskamp (gemeente Ardooie) e. Beveren (stad Roeselare) f. Gits (gemeente Hooglede)

Geschiedenis Archeologie De etymologie van Lichtervelde is onzeker. De naam duikt voor het eerst op in 1127 in het moordverslag op Karel de Goede door Galbert van Brugge, na de bevolkingsexplosie van de 11de eeuw.Is het toeval dat de demografische explosie van de 11de eeuw samenvalt met de eerste vermeldingen van parochienamen in de streek? (West)Rozebeke en Izegem in 1066, Kachtem in 1080, Gits in 1088, Oostnieuwkerke in 1093, Ingelmunster in 1099, Staden in 1115? Archeologische vondsten en luchtfoto's uit 1980 wijzen op bewoning en grafheuvels in de bronstijd (1800-1700 voor Christus) en in het noordelijke heidegebied (Het Vrijgeweed) waar in de Romeinse tijd activiteit was, gezien de muntschat die er in de negentiende eeuw gevonden werd.

Middeleeuwen thumb|left|Karel de Kale

Volgens kronieken liet Karel de Kale rond 846 een burcht bouwen bij de (tol)brug die de oversteek van de Zwanebeek mogelijk maakte. Nu is dit in de Neerstraat, de benaming "De Burg" verwijst hier naar.

Van de heren van Lichtervelde is Sigher het oudst bekende lid. Hij sneuvelde met zijn zoon Walter in 1205 na de Vierde Kruistocht. In die eeuw jaagde de demografische expansie voedsel- en grondprijzen de hoogte in. Hongersnood en armoede en de expansiedrang van de Duitse graven en hertogen, verklaren de Vlaamse en Lichterveldse landverhuizing naar Duitsland. Het gebied tussen Wittenberg, Belzig en Jüterborg wordt 'Der Flaming' genoemd. De landverhuizers prefereerden streken die hen qua bodem en uitzicht bekend voorkwamen.Groepen uit Zeeland vestigden zich in het moerassige Nedersaksen en werkten er als dijkenbouwer. Zie VAN DEVYVERE F. "Lichterfelde" (West-Berlijn) en Lichtervelde. In: Derde jaarboek van de Heemkundige Kring, 1987, pp. 54-63. Gearchiveerd op 16 augustus 2023. Bossen, moerassen en zandruggen van het braakland rond Berlijn leken op het Houtland en in 1375 dook de naam Lichterfelde bij Berlijn voor het eerst in een oorkonde op. In de negentiende eeuw werd Lichterfelde een residentiële voorstad van Berlijn.

In het middeleeuwse Lichtervelde bestuurden de heren van Lichtervelde de baanderheerlijkheid onder gezag van de burggraaf van het Brugse Vrije vanuit hun omwald kasteel uit de 12de eeuw, in de hoek van de Zwevezele- en Kasteelstraat. Aan het hoofd van de heerlijkheid stond de heer die een baljuw, burgemeester en zes schepenen aanstelde. Hij oefende via de vierschaar (schepenbank) zijn rechtspraak uit. Hij beschikte over een galg op de gemeentegrens, tegenwoordig de Galgenstraat. De beroemdste heer, Jacob van Lichtervelde (?-1431), nam als raadsheer van Filips de Stoute, Jan Zonder Vrees en Filips de Goede twee decennia een prominente politieke plaats bij de Bourgondiërs in. Begin jaren negentig van de veertiende eeuw werd hij hoofdbaljuw en kastelein in Kortrijk. In 1392 werd hij raadsheer en kamerheer van de hertog en een jaar later was hij schepen van het Brugse Vrije. In 1395 was hij opperwachtmeester van Vlaanderen en kastelein in Antwerpen. In 1396 was hij opperbaljuw van Vlaanderen. Hij reisde in 1404 naar Engeland, als gezant bij het hof. Tot 1409 was hij landvoogd van Brabant. Het jaar daarop trok hij zich terug op zijn landgoed in Koolskamp en ging zijn aandacht enkel naar het Brugse Vrije. In 1411 werd hij in de adelstand verheven. In 1431 werd hij in zijn parochiekerk in Koolskamp begraven, waar zijn marmeren graftombe te zien is. Zijn grafkelder draagt het opschrift: Die van Lichtervelde, Heeren van Coolscamp en op de tombe staat Ridder die staerf in't jaer 1431, den letsten dagh van Maerte.

Nieuwe tijd In de late vijftiende eeuw stuitte het centralistische beleid van de Habsburgse vorst het particularisme van de heren en diverse andere steden en gemeenten tegen de borst. Het conflict kende zijn hoogtepunt tussen 1483 en 1485, toen de troepen van Maximiliaan van Oostenrijk het kasteel bestormden. In 1491 verwoestte graaf Inghelbert van Nassau het.

De Spaanse 16e en 17e eeuw thumb|Lichtervelde en het kasteel in de middeleeuwen In 1584 gebeurde dit opnieuw door 24 malcontenten met de tweede beeldenstorm, die ook de kerk aanpakten. Omdat de heren vanaf 1600 in Brugge en Gent verbleven, restaureerden zij hun kasteel niet. Sanderus beeldde het echter wel af in zijn "Flandria Illustrata" van 1641 waarbij hij noteerde: "Het oud en vermaard dorp Lichtervelde, pronkte voormaels met een uitmuntend paleis en kasteel der Heren 't welke de woede des oorlogs, gelijk vele andere in Vlaanderen omvergeworpen heeft." In die tijd kreeg Lichtervelde te maken met de contrareformatie, in 1695 passeerden de plunderende troepen van Lodewijk XIV.

De Oostenrijkse 18e eeuw In de Oostenrijkse Nederlanden zagen de Theresiaanse wegen, gekend als steenwegen, het levenslicht. De volkstelling van februari 1748 schetst Lichtervelde in de 18e eeuw. De 2.361 inwoners leven er in 362 huisgezinnen, met een gemiddelde van 6,5 leden per woning. De helft van de inwoners is tussen 0 en 19 jaar, een groep die de komende kwarteeuw voor een babyboom zorgt. In 1777 bestaat de bevolking uit 3.790 inwoners, waarvan de helft werkzaam is in de landbouw. Hun inkomen vullen ze aan met weven en spinnen. De landbouwuitbatingen zijn doorgaans kleiner dan 5 hectare. 11% van de beroepsbevolking is volledig aangewezen op de linnennijverheid en 8% van de totale bevolking is behoeftig.VAN DEVYVERE FILIP. De volkstelling van 26 februari 1748 te Lichtervelde. In: Vijftiende jaarboek van de Heemkundige Kring Karel Van de Poele, Lichtervelde, 1999, p. 173 ev. Gearchiveerd op 16 augustus 2023.

De industriële 19e eeuw Tijdens de Franse Revolutie werden diverse kerkelijke eigendommen onteigend. Lichtervelde kreeg het zwaar te verduren in de ellendige jaren tussen 1840 en 1850. De combinatie van de vlascrisis en de mislukking van de aardappeloogst zorgde voor hongersnood en hongerdood, met een hoogtepunt in 1847-1848. De extra inkomsten van de aanleg van de spoorlijn Kortrijk-Brugge, de drogenbroodroute, konden dit nauwelijks verhelpen.

20e eeuw Eerste Wereldoorlog Bezetting Tijdens de Eerste Wereldoorlog lag Lichtervelde op amper 20 kilometer van het front en was voor het Duitse militaire apparaat strategisch. Het was een geschikte plek om uit te rusten, gewonden te verzorgen, te trainen en te ontspannen.

Bevrijding Bij de bevrijding van Lichtervelde op 16 oktober 1918 sneuvelden 14 Belgische soldaten bij gevechten op Het Veld, hoofdzakelijk rond de Turfhouwe en De Breden Steger.Zeven van hen liggen op het militair kerkhof in Steenbrugge begraven op de eerste rij: Maurice Roffiaen uit Oostende (nr. 11.), Isidore Dupont (nr. 19), Maurice Deloof uit Kanegem (nr. 24), Gustave Decroix (nr. 6.), Jules Carpentier (nr. 4), Maurice Vanderhoeven (nr. 2) en Alphonse Vanderstappen (nr. 17). Fransen bevrijdden de zuidelijke kant van het dorp tot grosso modo de Statiestraat. Alles ten noorden ervan werd door Belgen bevrijd. Eenheden van het 2de en 3de Linie kwamen van Sint Henricus in een noordelijke boog rond Lichtervelde en bereikten tegen 8 uur 30 de Kasteelstraat. De Duitsers trokken zich vechtend terug en wilden stand houden voor de Muizenbeek. Aan de Breden Steger probeerden de Belgen de mitrailleursnesten uit te schakelen. Obusscherven doodden hulponderluitenant André Ortmans en zijn sergeant-majoor Maurice Roffiaen toen zij hun mitrailleurs in stelling brachten. Ze werden ter plekke begraven. Aan de Beerschaeghe werd adjudant Isidore Dupont door Duitse obussen getroffen; hij werd tijdelijk begraven op de hofstede van Edmond Fiems in de Veldekensstraat. Aan de Turfhouwe sneuvelden Jerome Hostyn, Maurice Deloof en Gustave Decroix. Hostyn en Deloof werden begraven op de hoeve van Camiel Fonteyne in de Kasteelstraat. In het “Extrait Des Ordres Journaliers de L’armée” van 17 februari 1919 wordt vermeld dat soldaat "Benoit De Vlieger” van de 2de linie 10e compagnie zwaar gekwetst werd te ‘Turfhouwe” op 16 oktober 1918 door Duitse obusscherven. Hij overleefde maar bleef de rest van zijn leven gehandicapt. Tegen de middag van 16 oktober verschenen het 1ste en het 2de Bataljon Wielrijders-Karabiniers aan de Breden Steger. Zij schakelden de mitrailleurpost uit. Deze operatie kostte drie soldaten het leven waaronder korporaal Jules Carpentier. Deze werd begraven op de hoeve van Pierre Vanwalleghem aan de Oude Bruggeweg. Bij de gevechten aan de Damplasstraat sneuvelden drie Wielrijders-Karabiniers, waaronder Maurice Vanderhoeven en Alphonse Vanderstappen.

Nasleep De Duitse troepen lieten Lichtervelde in puin achter. De bevolking liep terug van 6.811 inwoners in 1913 tot 6.487 in 1918. Op het Duitse Kerkhof in de Torhoutstraat lagen meer dan 600 Duitse gesneuvelden. Die werden in 1932 ontgraven en overgebracht naar de Duitse begraafplaats in Hooglede. miniatuur|Vredesmonument

Van WOII tot jaren 70 Na een herstelperiode tijdens het interbellum sloeg de Tweede Wereldoorlog bijzonder diepe wonden: 13 Lichterveldenaren, onder wie de burgemeester Eugène Callewaert, werden onthoofd in Wolfenbüttel. Dit feit en de doorgevoerde repressie na de oorlog, markeerden op grimmige wijze de naoorlogse politiek tot eind jaren zeventig, mede een reden waarom geen enkele randgemeente stond te springen om te fusioneren. Lichtervelde bleef bij de gemeentelijke fusies van 1 januari 1977 zelfstandig, wat slechts voor een beperkt aantal gemeenten het geval was.

Jaren 80 tot heden