De Georgische Arbeiderspartij of kortweg Arbeiderspartij (Georgisch: , ) is een links-populistische politieke partij in Georgië, die opgericht werd in 1995. De partij speelde voornamelijk in haar eerste tien jaar een rol van betekenis in de Georgische politiek. Ze wordt sinds haar oprichting geleid door Sjalva Natelasjvili. De partij wordt in retrospectief omschreven als Georgië's meest succesvolle linkse partij.

Geschiedenis De Arbeiderspartij kwam voort uit de 'Staatsjuridische Unie' (Georgisch: , ), een kleine lokale partij in de gemeente Doesjeti, die geleid werd door Sjalva Natelasjvili. Hij werd in de parlementsverkiezingen van 1995 via zijn thuisdistrict Doesjeti in het parlement gekozen. Geïnspireerd door het succes van de Britse Labour Party veranderde hij de naam van zijn partij in de Georgische Arbeiderspartij. Natelasjvili was eerder lid van de Nationaal-Democratische Partij en was als parlementslid namens die partij in de periode 1992-1995 betrokken bij de totstandkoming van de Georgische grondwet.

Opkomst en succes miniatuur|Partijoprichter en voorzitter Sjalva Natelasjvili (2018). In 1997 werd een jongerenafdeling opgericht, waar tienduizenden lid van werden. De Arbeiderspartij deed in de gemeenteraadsverkiezingen van 1998 voor het eerst mee. Ze werd landelijk derde met bijna negen procent van de stemmen, achter de Burgerunie van president Edoeard Sjevardnadze en de Unie voor Democratische Wedergeboorte van de Adzjaarse leider Aslan Abasjidze. In hoofdstad Tbilisi werd de partij met 18 procent van de stemmen tweede achter de Burgerunie. De partij kreeg vervolgens het voorzitterschap van de raad in de hoofdstad.

Een jaar later werd de kiesdrempel voor de parlementsverkiezingen van 1999 verhoogd van vijf naar zeven procent om kleinere oppositiepartijen uit het versplinterde parlement te houden. Dit brak de Arbeiderspartij op, toen ze 6,6 procent van de stemmen kreeg. De partij won slechts enkele districten. De gemeenteraadsverkiezingen van 2002 waren succesvol op de golf van de desintegratie van de Burgerunie, die op dat moment in volle gang was.

Leidende figuren in de Burgerunie, zoals Micheil Saakasjvili en Zoerab Zjvania, hadden Sjevardnadze de rug toegekeerd en leidden hun eigen partijen. In Tbilisi werd de Arbeiderspartij met ruim een kwart van de stemmen de grootste, op korte afstand gevolgd door Saakasjvili's Nationale Beweging. De Burgerunie haalde de kiesdrempel in Tbilisi niet.

Gebrekkige strategische keuzes miniatuur|Partijkantoor in Tbilisi. De Arbeiderspartij kende een zwakke partijstructuur, wat haar na deze electorale successen opbrak. Daarnaast was er ook sprake van strategische zwakte. Als leider van de grootste partij in Tbilisi gunde Natelasjvili het voorzitterschap van de gemeenteraad aan concurrent Saakasjvili, in plaats van dit voor zijn partij op te eisen. Het schaadde het kiezersvertrouwen in de partij. Natelasjvili werd gezien als een man van veel woorden maar geen daden, die geen verantwoordelijkheid nam.

Het activistische en anti-regeringskarakter van de partij werd geheel overschaduwd door de opkomst van oppositieleiders Saakasjvili en Zjvania. Zij werden de gezichten van de protestbeweging, die Sjevardnardze in 2003 ten val brachten. De parlementsverkiezingen in dat jaar waren volgens oppositie en waarnemers vervalst, wat tot massaprotesten leidde. De Arbeiderspartij sloot zich daar niet bij aan, ondanks dat ze ook het slachtoffer was van de stembusfraude. De partij veroordeelde juist het optreden van Saakasjvili, Zjvania en Nino Boerdzjanadze.

De partij had met twaalf procent haar beste uitslag, maar uit de paralleltelling bleek dat ze meer dan 17 procent van de stemmen zou hebben ontvangen. Na de Rozenrevolutie van november 2003 verloor de partij een flink aantal leden en veel van haar electorale aanhang. De achterban was teleurgesteld in de partij omdat ze de protesten tegen Sjevardnadze niet had gesteund, ondanks dat ze tegen zijn regering was, maar omdat de partij niet samenwerkte met Saakasjvili. De partij viel hierna uit elkaar, waarna alleen Natelasjvili als het aansprekende en bekende gezicht van de partij overbleef.

Herhalingsverkiezing 2004 Bij de herhalingsverkiezing van 2004 voor het proportioneel verkozen deel van het parlement raakte de Arbeiderspartij meer dan de helft van haar electoraat kwijt en kwam niet boven de kiesdrempel van zeven procent uit. Volgens de partij was ze slachtoffer van manipulatie en monopolisering van het verkiezingsproces door president Saakasjvili, die op de vooravond van de verkiezing in de media aangegeven zou hebben de partij niet in het parlement te tolereren. De autoriteiten zouden geknoeid hebben met kiezerslijsten en zouden stembusfraude hebben gepleegd.

De partij beklaagde zich er tevens over dat de verkiezingen in de districten Choelo en Koboeleti in de autonome republiek Adzjarië niet ingehaald werden, vanwege veiligheidsrisico's die op dat moment speelden als gevolg van de Adzjaarse crisis, nadat de oorspronkelijke stembusgang daar ongeldig verklaard was. De partij claimde er een grote achterban, waardoor ze een kans was ontnomen de kiesdrempel te halen. De Arbeiderspartij diende een zaak in bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg en werd in 2008 gedeeltelijk in het gelijk gesteld, met name ten aanzien van de verkiezingen in Choelo en Koboeleti. Het Hof veroordeelde de staat tot het betalen van ruim tienduizend euro schadevergoeding aan de partij als erkend slachtoffer.

Oppositie tegen Saakasjvili miniatuur|De Arbeiderspartij mobiliseerde in het najaar van 2007 burgers om tegen de regering te demonstreren. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 behaalde de Arbeiderspartij ruim tien procent van de stemmen in Tbilisi, maar door de hoge kiesdrempel voor de evenredige partijstem hield de partij er slechts een zetel aan over. De partij riep op tot annulering van de resultaten en beschuldigde de regering van fraude. De partij eiste daarnaast het ontslag van president Saakasjvili. Ze had weliswaar moeite om parlementszetels of gemeenteraadszetels te krijgen, maar buitte haar rol als agitator en uitdager van de zittende macht uit.

De Arbeiderspartij had een leidende rol in het mobiliseren van protest tegen de regering Saakasjvili, wat culmineerde in een massademonstratie op 7 november 2007 die door de politie hardhandig werd beëindigd. Partijleider Natelasjvili werd vervolgens aangeklaagd voor "spionage en samenzwering om de regering omver te werpen". Volgens de autoriteiten had hij gehandeld in afstemming met de Russische ambassade in Tbilisi. De hardhandige ingreep van de regering tegen de demonstratie en de internationale kritiek daarop noopte Saakasjvili tot het uitschrijven van vervroegde presidentsverkiezingen. Hij won er een nieuw mandaat mee, terwijl Natelasjvili vierde werd met 6,5 procent van de stemmen.

Electoraal verval In de daaropvolgende parlementsverkiezingen van 2008 wist de Arbeiderspartij de overgebleven kiezers nog vast te houden, maar was ze gespleten over het volhouden van een parlementaire boycot na oppositieaantijgingen van fraude door de regering Saakasjvili. Het was de volgende fase in het verval van de partij en haar electorale marginalisatie. Terwijl kleinere partijen in Georgië door de hoge kiesdrempel meestal meeliften op andere kieslijsten door een electorale alliantie te vormen, deed de Arbeiderspartij bij elke verkiezing zelfstandig mee met een eigen lijst. Dit brak de partij op termijn op en ze verdween dan ook in 2012 uit het parlement.

De partij keerde in 2020 terug in het parlement met een zetel, door de eenmalig verlaagde kiesdrempel van een procent, die ze nipt behaalde. De verkozen partijleider Natelasjvili boycotte vervolgens samen met de oppositie het parlement. De oppositie beschuldigde de regerende Georgische Droom van verkiezingsfraude. Zijn mandaat werd in 2022 beëindigd vanwege zijn permanente afwezigheid. Omdat hij de partijlijst had laten annuleren, net als een aantal andere oppositiepartijen, bleef zijn zetel leeg. De partij beloofde in de parlementsverkiezingen van 2024 "Europees socialisme" aan haar kiezers, om de strijd aan te binden met de oligarchie en "uit de hand gelopen kapitalisme". De terug ingevoerde kiesdrempel van vijf procent werd bij lange na niet gehaald, waardoor de partij buiten het parlement bleef. Ze registreerde zich niet voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2025.

Ideologie en standpunten

De partij werd opgericht in de context van het falende overheidsbeleid in de overgang van de communistische centraal geleide economie naar de liberale markteconomie, waarbij de sociale vangnetten voor het beschermen van zwakkere sociale groepen faalden. De partij beweerde dat haar bestaan de opkomst van een radicale communistische partij in Georgië verhinderde en vulde de niche die de Communistische Partij achterliet, nadat deze in 1991 was verboden. De partij ging vanuit ideologische overtuiging geen lijstcombinaties of verkiezingsblokken aan, omdat dit in haar ogen koehandel was die gedoemd was te mislukken. Voor de partij waren coalities alleen acceptabel na verkiezingen.

Populisme De partij appelleert aan de proteststem door middel van populistische retoriek over sociale onderwerpen, waaronder gelijke sociale rechten, arbeidsrecht en de betaalbaarheid van voorzieningen voor de lage inkomens. De partij positioneert zich hierbij als "echte oppositie", die zich niet inlaat met de "corrupte regering" en wordt omschreven als een populistische, sociaal-conservatieve en economisch linkse partij.

De partij wisselde geregeld van standpunt over onderwerpen buiten het sociale domein, zoals over het presidentschap, de invoering van een monarchie, en het buitenlands beleid. Ze was in 2012 voor een sterk presidentschap, juist toen de uitgaande regering van Saakasjvili de transitie had ingezet van een presidentieel naar parlementair systeem met een sterke premier. Ook betoogde ze referenda voor grondwetshervormingen en basiswetgeving, en wilde ze direct gekozen (regio-)gouverneurs, burgemeesters, rechters en politiechefs zodat zij "uitsluitend de wet en het volk dienen".

Net als de rechts-populistische Alliantie van Patriotten bedient de Arbeiderspartij zich in haar retoriek van een veronderstelde tegenstelling tussen het "gewone volk" en "de elite". Waar de Patriotten dit voornamelijk gebruiken in volksnationalistische, religieuze en anti-liberale zin is dit bij de Arbeiderspartij vooral gericht op de sociaaleconomische status en daarmee gepaard gaande sociale ongelijkheid.

Sociaal en economisch beleid De partij profileerde zich krachtig op gratis onderwijs- en gezondheidszorg, het verlagen van de nutsprijzen en het opzetten van de sociale zekerheid voor voormalige ambtenaren. De Georgisch-Orthodoxe Kerk moest volgens de partij een grotere rol in het openbare leven spelen, onder andere in dienst van het beschermen van culturele waarden en de traditionele levensstijl. Overige religies moesten ook wettelijk beschermd worden, met uitzondering van de jehova's getuigen, die door partijleider Natelasjvili in 2002 een "sekte van zelfmoordenaars" genoemd werd en verboden zou moeten worden.

Economische prioriteiten waren lokale productie, met name door kleine en middelgrote ondernemingen, wat volgens de partij het beste bereikt kon worden door liberalisering van de belastingwetgeving. Verder was de partij voor het gedeeltelijke behoud van staatseigendom van land en was privatisering van elektriciteitscentrales alleen wenselijk op het moment dat het land zelfvoorzienend was in haar energiebehoefte. In 2012 stelde de partij voor sterk te investeren in de ontwikkeling van de lokale en kleinschalige agrarische sector, met strategische productiefaciliteiten in het platteland voor de verwerking van agrarische producten. Ook werd een prijsplafond voorgesteld voor vitale producten zoals bloem, brood, suiker en zout.

Buitenlands beleid