Leonidas Polk (Raleigh, 10 april 1806 – Cobb County, 14 juni 1864) was een Amerikaans militair en geestelijke. Hij was bisschop voor de Episcopaalse Kerk in het diocees van Louisiana en oprichter van de Protestantse Episcopaalse Kerk van de Geconfedereerde Staten van Amerika. Hij was eigenaar van een plantage in Maury County, Tennessee en een neef van president James K. Polk. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog was hij een luitenant-generaal in het Confederate States Army.

Polk was een van de bekendere generaals tijdens het conflict die zijn rang had gekregen via een politieke benoeming en niet voor zijn eerdere militaire ervaring. Hij werd door president Jefferson Davis benoemd tot generaal voor zijn terreinkennis van de Mississippivallei. Hij had het bevel over eenheden tijdens de slagen bij Shiloh, Chickamauga, Merdian en tijdens de Tullahomaveldtocht en de Atlantaveldtocht. Polk had voortdurende meningsverschillen met zijn bevelhebber generaal Braxton Bragg die aan het hoofd stond van het Army of Tennessee. Polk sneuvelde tijdens de Atlantaveldtocht in 1864.

Vroege jaren Leonidas Polk werd geboren op 10 april 1806 in Raleigh, North Carolina. Hij was de zoon van kolonel William Polk en Sarah (Hawkins) Polk. Zijn vader was een veteraan uit de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog en een welvarende plantagehouder. Hij had Schotse voorouders en Hugenoten als voorvaders. Dankzij zijn aanstelling als hoofd landmeter voor het centrale district van Tennessee had hij 400 km² land vergaard.Robins, p. 1537.

Polk volgde kort les aan de Universiteit van North Carolina te Chapel Hill voor hij toegelaten werd tot de United States Military Academy in West Point. Tijdens zijn laatste jaar aan de militaire school verliet hij de Calvinistische Kerk. Hij werd door kapelaan Charles P. McIlvaine gedoopt in de Episcopaalse Kerk. Polk excelleerde in retoriek en filosofie. Op 1 juli 1827 studeerde hij af als 8ste in een klas van 38 kadetten. Hij werd benoemd tot gebrevetteerd tweede luitenant in de artillerie.Dupuy, p. 601.

Korte tijd later, op 1 december 1827, nam Polk ontslag uit het leger om les te gaan volgen aan de Virginia Theological Seminary. Hij werd benoemd tot assistent van bisschop Richard Channing Moore in Richmond, Virginia. Moore gaf het akkoord om Polk in april 1830 te benoemen tot diaken tot men tot de ontdekking kwam dat Polk nooit zijn vormsel had gekregen. Net voor zijn wijding werd hij gevormd in St. John’s Episcopal Church in Fayetteville, North Carolina. Een jaar later werd hij tot priester gewijd. Op 6 mei 1830 trad Polk in het huwelijk met Frances Ann Devereux. Ze zouden samen tien kinderen krijgen waarvoor er acht hun kindertijd zouden overleven.Robins, p. 1538.

thumb|left|St. John's Episcopal Church in Ashwood In 1832 verhuisde Polk met zijn gezin naar de Rattle and Snap, een landgoed in Maury County, Tennessee. Daar liet Ashwood Hall bouwen. Polk had ongeveer 100 slaven op zijn landgoed, het grootste aantal in de County. Samen met zijn vier broers bouwde hij St. John's Church die als familiekapel gebruikt werd. Hij diende als priester in St. Peter's Church in Columbia. In september 1838 werd hij benoemd tot bisschop van het zuidwesten en in oktober 1841 werd hij verkozen als eerste bisschop van Louisiana. Polk stichtte in 1857 de University of the South in Sewanee, Texas naar het model van de Universiteit van Oxford en de Universiteit van Cambridge. Hij legde de eerste steen van complex op 9 oktober 1860.

Amerikaanse Burgeroorlog Western Departement Na het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog trok Polk zich terug uit de Episcopaalse Kerk en stichtte hij de Protestantse Episcopaalse Kerk van de Geconfedereerde Staten van Amerika. Hij hoopte dat er een vreedzame oplossing kon gevonden worden na de secessie van de Zuidelijke staten en was persoonlijk geen voorstander om de wapens op te nemen. Hij vertrouwde wel zijn strategische visie om de Mississippi-vallei te verdedigen toe aan papier en stuurde die op naar zijn oude vriend president Jefferson Davis.McWhiney, p. 205. Hij stelde voor om Albert Sidney Johnston aan te stellen als bevelhebber van de regio om orde op zaken te stellen. Polk werd uitgenodigd door de president om zijn standpunten uit de doeken te doen in de Zuidelijke hoofdstad Richmond. Hij dineerde twee maal bij de president waarbij ook enkele ministers en Robert E. Lee aanwezig waren. Omdat Johnston nog in Californië zat en dus niet onmiddellijk beschikbaar was; stelde president Davis, tot ieders verrassing, voor om Polk als interim-bevelhebber te benoemen van Departement No. 2. Dit departement lag ruwweg tussen de Mississippi en de Tennessee en was ook gekend als het Western Departement. Polk twijfelde, maar nam uiteindelijk het aanbod aan en werd op 25 juni 1861 aangesteld als generaal-majoor in het Confederate States Army.Eicher, pp. 432–33.

Missouri Op 13 juli arriveerde Polk in Memphis, Tennessee en richtte er zijn hoofdkwartier in. Zijn eerste taak was om het provisionele Army of Tennessee te integreren in het Zuidelijke leger. Tijdens dit proces werd de bevelhebber van dit leger, generaal-majoor Gideon Johnson Pillow ondergeschikt gemaakt aan Polk en gedemoveerd tot brigadegeneraal. De werkrelatie tussen beiden zou hierdoor een slechte start kennen. Eind juli gaf Polk het bevel aan Pillow om met 6.000 soldaten via de Mississippi op te rukken en New Madrid, Missouri in te nemen. Dit stadje lag in een scherpe bocht van de rivier en met goed geplaatste artilleriestukken kon de rivier van hieruit gecontroleerd worden. Na de succesvolle inname van het stadje werd Pillow naar Island Number Ten gestuurd om ook dit punt verder te versterken. Pillow negeerde echter dit order en stuurde zijn soldaten naar het oosten van Missouri om vandaar uit de vijand aan te vallen. Koeriers werden heen en weer gestuurd om Pillow tot de orders te roepen en uiteindelijk gaf Pillow toe.

De invasie van Kentucky Kentucky, een slavenhoudende staat en een strategisch belangrijke grensstaat verklaarde zich bij het begin van het conflict neutraal. Op 28 augustus 1861 gaf de Noordelijke generaal-majoor John C. Frémont het bevel aan zijn ondergeschikte, brigadegeneraal Ulysses S. Grant om naar Cape Girardeau in Missouri te gaan en het bevel van de troepen aldaar op zich te nemen. Ondertussen was kolonel Wagner, hoofd van de artillerie, met twee kanonneerboten vertrokken vanuit Cairo, Illinois om de Zuidelijke fortificaties rond Belmont te vernietigen en het stadje in te nemen om de weg vrij te maken voor de verdere operaties richting Columbus, Kentucky.Offical Records. Volume III, Ch.X, P.142 De volgende dagen bezette Wagner en zijn manschappen Belmont en wierpen verdedigingswerken op. Polk stuurde Pillow en zijn manschappen naar Kentucky om Hickman en Columbus in te nemen. Op 3 september kwamen de Zuidelijken aan land bij Hickman. De volgende dag werden ze door een uitbundige menigte verwelkomt in Columbus die met Zuidelijke vlaggen zwaaiden.

Volgens verschillende moderne historici was de inname van Columbus een blunder. De regering van Kentucky zag zich genoodzaakt om Noordelijke hulp in te roepen om de agressors te verdrijven waardoor de Noordelijken voor de rest van de oorlog Kentucky stevig in handen kregen.Woodworth, Jefferson Davis, pp. 34–38; Noe, p. 8; Eicher, p. 432. Andere historici benadrukken het sterke pro-Noordelijke kamp in de regering van Kentucky die dit als een gedroomde kans zagen de hulp in te roepen van het Union Army.

Toen generaal Albert Sidney Johnston in september 1861 het bevel van het departement op zich nam, stuurde hij zelfs extra troepen om het bruggenhoofd verder uit te breiden door Bowling Green en de Cumberland Gap in te nemen. Polk stuurde 140 kanonnen naar Columbus. Op 20 januari 1862 schreef de Noordelijke Henry W. Halleck in een rapport dat er een sterke legermacht zou nodig zijn om de stad in te nemen en dat er veel slachtoffers zouden vallen bij een bestorming.Polk, Vol. II, p. 78 Dankzij de inname van de stad door Polk was de Mississippi geblokkeerd voor Noordelijke scheepvaart tot in februari 1862.

Slag bij Belmont thumb|left|400px|Operaties aan het westelijke front vanaf Belmont in November 1861 tot Shiloh in april 1862 Op 7 november 1861 voerde Grant een verrassingsaanval uit op het Zuidelijke kamp buiten Belmont. De kleine strijdmacht onder Pillow werd overrompeld en de Noordelijken namen het vijandelijke kamp in. Polk overschouwde de gevechten rond Belmont vanuit de fortificaties aan de overzijde van de rivier in Columbus en stuurde versterkingen. Deze versterkingen deden het tij keren. De Zuidelijken voerden een tegenaanval uit en doorbraken de Noordelijke slaglinie. Polk stak nu ook de rivier over om het bevel op zich te nemen, terwijl de Zuidelijke artillerie vanuit Columbus de Noordelijken onder vuur namen. De Noordelijken ontvluchtten het slagveld. Polk werd gefeliciteerd met deze overwinning.Hughes, p. 190 Polk raakte 4 dagen later gewond toen een kanon, de Lady Polk (vernoemd naar zijn echtgenote), ontplofte tijdens een demonstratie. De explosie doodde twee officieren en verschillende soldaten. Polk was enkele weken buiten strijd.

Evacuatie van Columbus Na de val van Fort Henry in februari 1862 kon Columbus niet langer behouden blijven. De Noordelijken konden een flankeerbeweging uitvoeren en Columbus afsnijden. Generaal P.G.T. Beauregard gaf op 20 februari 1862 het bevel aan Polk om de stad te evacueren. Het garnizoen werd opgedeeld waarbij een deel naar Island Number Ten werd gestuurd en andere eenheden, samen met Polk, naar Corinth, Mississippi werden overgebracht.

Shiloh thumb|260px|Kaart van de slag bij Shiloh, de ochtend van 6 april 1862. In april 1862 kreeg Polk het bevel over First Corps in het Army of Mississippi onder leiding van generaal Albert Sidney Johnston. Johnstons voornemen was om het Noordelijke Army of the Tennessee, onder leiding van generaal-majoor Ulysses S. Grant, aan te vallen en te vernietigen bij Pittsburg Landing, Tennessee voor het versterkt kon worden door het Army of the Ohio onder leiding van generaal-majoor Don Carlos Buell. De opmars van het Zuidelijke leger van Corinth naar Pittsburg Landing werd geplaagd door vertragingen en misverstanden. Beauregard beschuldigde Polk van moedwillige vertragingen. Maar zowel Polk als de adjudant-generaal van het leger, kolonel Thomas Jordan spraken dit tegen. Beauregard wou de aanval afgelasten omdat hij vreesde dat het verrassingselement verloren was gegaan. Johnston, gesteund door Polk, duwde zijn aanvalsplan door.Goggin, pp. 318–319

De Slag bij Shiloh begon in de vroege uren van zondag 6 april 1862. Polks korps stond links achter Braxton Braggs korps opgesteld. Toen generaal-majoor William J. Hardees en Braggs eenheden een zware strijd leverden, stuurde Polk de reservebrigades naar voor ter ondersteuning. Samen met de brigades van brigadegeneraal Charles Clark en brigadegeneraal Benjamin F. Cheatham schoot Polk Hardee te hulp waarbij ze de Noordelijken onder Sherman en McClernand voor zich uit duwden en verschillende aanvallen uitvoerden op het Hornet's Nest. Toen na een bloedige strijd de Noordelijken in het Hornet's Nest de strijd staakten, was het Polk die de overgave aanvaardde van de Noordelijke brigadegeneraal Benjamin M. Prentiss. Op het einde van de eerste dag trok Cheathams divisie zich terug naar het bivak om te rusten en te eten. Dit was echter niet gemeld aan Beauregard die na de dood van Johnston het bevel had overgenomen. Onbekend voor de Zuidelijken kregen de Noordelijken ondertussen versterkingen van het pas aangekomen Army of the Ohio.

Op 7 april 1862 voerden de Noordelijken een tegenaanval uit op het Zuidelijke leger. Polk kon nog net op tijd zijn divisie opnieuw in de slaglinie krijgen. Op het einde van de dag besliste Beauregard om de strijd te staken en het Zuidelijke leger terug te trekken naar Corinth.

Perryville thumb|right|260px|Slag bij Perryville in Harper’s Weekly