Andreas Fredegandus Hermans (Deurne, 5 juni 1909 – Polen, 8 februari 1945) was een Belgisch verzetsstrijder en adjunct-commissaris van politie in Deurne tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was een leidende figuur binnen de lokale cel van de Witte Brigade en voerde diverse verzetsdaden uit, waaronder sabotage en hulp aan Joodse burgers. Hij werd gearresteerd in januari 1944, waarna hij onder meer verbleef in Kamp Breendonk. Als "Nacht und Nebel"-gevangene werd hij dan naar het concentratiekamp Groß-Rosen gevoerd. Uiteindelijk stierf hij tijdens een dodentransport van Gross Rosen naar Mittelbau-Dora. Hij wordt herdacht te Deurne, waar een laan en een monument zijn naam dragen.

Biografie Hermans was de vierde van zeven kinderen. Zijn vader werkte in de haven van Antwerpen. Zijn moeder stierf toen hij twaalf was aan de Spaanse griep.

Hermans had enkel lagere school gevolgd. Het gezin was arm. De kinderen moesten zo snel mogelijk gaan werken om geld te verdienen. Zo werd een van zijn broers schoenmaker, een andere trambestuurder. Hijzelf werd diamantslijper. Door de gevolgen van de grote beurscrash in 1929 werd ook de Antwerpse diamantsector getroffen. Als zovelen werd ook André werkloos.

Hij besloot dan om bij de politie te gaan. Hij volgde avondschool voor onder meer bestuurswetenschappen en talen. Met deze diploma's werd hij toegelaten aan de politieschool in Brussel om dan opgeleid te worden tot officier. Daarna legde hij ook de examens voor commissaris af, waar hij als eerste uitkwam.

In januari 1930 huwde hij Joanna Boex. Ze krijgen twee kinderen: Louis (1930-2010) en François (1937-1980).

In maart 1942 wordt André Hermans lid van de Witte Brigade. Eerder was hij al verbonden aan de verzetsgroep Nationale Koninklijke Beweging. Hij is ondertussen adjunct-commissaris van de politie van Deurne. De Witte Brigade is in juni 1940 opgericht door de Antwerpse onderwijzer Marcel Louette. Het is een van de verzetsbewegingen die in rechtstreeks contact stonden met Londen, waarheen vijfhonderd berichten werden verstuurd.

In juni 1943 brengen André Hermans en Jos Joseph Veerman een veertigtal politieleden samen in een vergadering waar ze allen besluiten om lid te worden van de Witte Brigade. Hermans zal de Deurnese cel van de Witte Brigade leiden samen met Jos en Albert Spitaels. Ze plegen verzetsdaden die gaan van het inzamelen van inlichtingen tot sabotage van telefoonlijnen, bruggen en spoorverbindingen en het verbergen van Joodse burgers. Er wordt een wapendepot aangelegd. Ook stelen ze rantsoenbonnen om onderduikers te kunnen bevoorraden.

In de nacht van 14 op 15 januari 1944 wordt adjunct-commissaris André Hermans samen met zowat het volledige Deurnese politiekorps gearresteerd door de bezetter. 43 van hen zouden gedeporteerd worden, slechts 8 keerden terug.

Samen met Jos Veerman en Albert Spitaels wordt André eerst naar het hoofdkwartier van de SiPo (Sicherheitspolizei) in de Koningin Elisabethlei gebracht waar ze zwaar mishandeld worden. Daarna worden ze naar Breendonk gevoerd.

Meteen bij aankomst in Breendonk, krijgt André te maken met kampbewaker Fernand Wyss. Hij kende Wyss al van in zijn jeugd, toen die zijn overbuur was en zijn medeleerling op school. Toen al was het een boef waarmee André vaak in aanvaring kwam. Bovendien haatte Wyss de Deurnese politie nadat hij afgekeurd werd als kandidaat politie-agent.

Fragment uit de getuigenis van Jos Veerman die hij opschreef na terugkomst uit de kampen (ook opgenomen in het boek Bruine suiker van Ben Michiels (kleinzoon van Jos Veerman):

Op 21 mei 1944 werden Hermans en zijn collega's overgeplaatst naar de gevangenis van Keulen. Dan ging het naar het werkkamp van Gross-Strehlitz. Op 30 oktober 1944 werden ze naar het concentratiekamp Groß-Rosen gevoerd. André kreeg het nummer 82139.

Met datzelfde transport met in totaal 900 gevangenen, arriveerde ook René Lambrechts (uit Heist-op-den-Berg). René Lambrechts overleefde de hel van Gross-Rosen en publiceerde in 1947 het boek Wir Muselmänner waarin hij gedetailleerd zijn ervaringen beschrijft. Het volledige transport werd ondergebracht in het beruchte Block 9 ( met 2 slaapzalen van 20m op 15m, zonder bedden, waar in elke slaapzaal 500 man moest slapen op strozakken op de vloer).

Alle door Lambrechts beschreven gruwel heeft André dus ook moeten ondergaan. Hij was op hetzelfde moment als Lambrechts in Block 9 (vleugel A). André moest ook granietblokken uit de steengroeve sjouwen, op de schouders. Het is daar dat hij van een bewaker op een dag een slag kreeg waardoor zijn arm gebroken was. Zijn kameraden spalkten deze met w.c.-papier. (zie getuigenis Jos Veerman).

Op 8 februari werd het kamp geëvacueerd. Ook deze helletocht heeft André meegemaakt, zoals beschreven door Lambrechts en Veerman. Op de 5 km lange weg naar het station werden gevangenen die niet meer meekonden, doodgeschoten door de SS'ers.

Jos Veerman vertelt in zijn getuigenis hoe hij uitgeput neerviel, waarop Hermans en Cools (ook een agent uit Deurne, overleden op de trein) hem tussen hen in meesleepten tot aan de trein. In het station raakten André en Jos Veerman gescheiden, elk in een andere open steenkoolwagon.

Het transport deed er 4 dagen en nachten over om het kamp Mittelbau Dora (bij Nordhausen) te bereiken (Bij sneeuwval en temperaturen tot -20°, zonder enige bescherming). Zeker 500 van de 4000 gevangenen stierven onderweg, waaronder ook André Hermans. Een deel van de overledenen werd onderweg van de trein gegooid, een deel werd bij aankomst in Dora op een hoop gegooid en gecremeerd.

André Hermans en zijn lotgenoten waren Nacht und Nebel gevangenen. Hitler had bevel gegeven dat deze politieke gevangenen moesten verdwijnen zonder een spoor achter te laten. Nacht und Nebel-gevangen kregen zeer weinig voedsel, mochten geen brieven schrijven of ontvangen en als men overleed, werd de familie daar niet van op de hoogte gebracht. De familie wist doorgaans überhaupt niet waar hun naaste verbleef.

Vredesmonument Op 15 januari 2018 werd aan het Wim Saerensplein in Deurne een vredesmonument opgericht. Het monument is een eerbetoon aan het Deurnese politiekorps dat in 1944 door de Duitse bezetter gedeporteerd werd.

Het Wim Saerensplein ligt in een wijk waar na de oorlog een aantal straten de namen van omgekomen agenten krijgt. Zo is er ook de André Hermanslaan.

Bibliografie 1947 - Geïllustreerd door Max de Tiége 2005 - Heruitgave onder de titel 2017 - 2012 -

Externe links Adjunct-commissaris André Hermans Helden van het verzet André Hermans

Categorie:Kampgevangene in Breendonk Categorie:Kampgevangene in Gross-Rosen Categorie:Belgisch verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Belgisch verzetsstrijder omgekomen in de Tweede Wereldoorlog