miniatuur|Revolutionaire Militaire Raad, december 1927. Zittend v.l.n.r.: I. Jakir, A. Jegorov, S. Kamenev, K. Vorosjilov, S. Boedjonny, M. Levandovski. Staand: K. Avksentjevski, B. Sjaposjnikov, I. Belov, J. Uborjevitsj.

De Revolutionaire Militaire Raad (Революционный Военный Совет / Реввоенсовет); vaak afgekort tot RVS of RVSR, en ook bekend als de Revvoensovet/Revvoensovjet) was tussen 1918 en 1934 het hoogste collegiale orgaan dat het militaire beleid en het opperbevel over de strijdkrachten van eerst de RSFSR en later de Sovjet-Unie uitoefende. De instelling volgde in september 1918 op een besluit van het Centraal Uitvoerend Comité (Rusland) (VTsIK) om de Sovjetrepubliek in staat van oorlog (военный лагерь) te verklaren en werd formeel geregeld in het ‘‘Reglement op de Revolutionaire Militaire Raad’’ dat op 30 september 1918 werd goedgekeurd.

De voorzitter van de Raad was tevens Volkscommissaris voor Oorlog en Marine. De eerste voorzitter was Lev Trotski, terwijl de functie van opperbevelhebber (glavkom) aanvankelijk werd bekleed door de Letse officier Jukums Vācietis (2 september 1918 – 25 juni 1919), die in juli 1919 werd vervangen door Sergej Kamenev (tot april 1924).https://encyclopedia.1914-1918-online.net/article/vacietis_jukums/

Taken en positie De Raad voerde het hoogste militaire en politiek-militaire gezag over de strijdkrachten, stuurde fronten en legereenheden aan via ondergeschikte ‘revvoensovjets’ en nam besluiten over organisatie, mobilisatie en bevelvoering. In de praktijk combineerde de Raad politieke leiding (via partij-kaders/kommissarissen) met operationele bevelvoering door de opperbevelhebber en de Generale Staf.

Relatie tot de Raad voor Arbeid en Defensie Op 30 november 1918 richtte het VTsIK de Raad van Arbeiders- en Boerenverdediging (SRKO) op, een noodorgaan voor economische en militaire mobilisatie onder voorzitterschap van Vladimir Lenin. De SRKO werd in 1920 hervormd tot de Raad voor Arbeid en Defensie (STO) en functioneerde als economisch ‘generaal-staf’ naast de militaire taken van de Revolutionaire Militaire Raad.

Opheffing in 1934 De Revolutionaire Militaire Raad werd op 20 juni 1934 opgeheven door een besluit van het Centraal Uitvoerend Comité van de USSR. Het Volkscommissariaat voor Oorlogs- en Marinezaken werd omgevormd tot het Volkscommissariaat voor Defensie (RKKA) en een nieuwe (adviserende) Militaire Raad werd ingesteld.

Voorzitters en opperbevelhebbers Voorzitters (selectie): Lev Trotski (1918–1925); Michail Toechatsjevski was plaatsvervangend voorzitter (1931–1934); Kliment Vorosjilov (voorzitter RVS/Volkscommissaris, 1925–1934). Opperbevelhebbers (glavkom): Jukums Vācietis (1918–1919); Sergej Kamenev (1919–1924).

Samenstelling en achtergrond De samenstelling van de Revolutionaire Militaire Raad verenigde politieke leiding, professionele militaire expertise en revolutionaire bevelhebbers. Als voorzitter en Volkscommissaris voor Oorlog borgde Lev Trotski de politieke controle via een netwerk van militaire commissarissen; bevelen van commandanten vergden hun mede-ondertekening, terwijl de Politiek Directoraat van de Revolutionaire Militaire Raad van de Republiek (Политическое управление Реввоенсовета Республики, PUR) het partijwerk in het leger coördineerde.

Naast partijleiders werden duizenden voormalige tsaristische officieren als militaire specialisten (voenspetsy, военспецы) ingezet. Onder wie de eerste opperbevelhebber Jukums Vācietis en later Sergej Kamenev. Terwijl revolutionaire commandanten uit arbeiders- en boerenkringen, zoals Kliment Vorosjilov en Semjon Boedjonny, prominente posities innamen. Deze combinatie van politieke aansturing, beroepsmilitairen en ‘proletarische’ bevelhebbers werd gezien als voorwaarde voor het functioneren van de RVS tijdens de burgeroorlog.

Zie ook Revolutionaire Militaire Comité (1917)

Noten

Literatuur

Categorie:Russische Burgeroorlog