miniatuur|Gedenkteken van het hoge Rijn water in 1814 in Hummelo
De watersnood van 1814 was een van de overstromingen van de Rijn en de Rijndelta uit de 18e en 19e-eeuw.
Door een vorstperiode in januari 1814 was de Rijn dichtgevroren en ontstonden er door kruiend ijs ijsdammen. Op verschillende plaatsen braken de dijken langs de Rijn in Duitsland tussen Wezel en Emmerik. Hierdoor overstroomde een groot deel van de Liemers en het gebied langs de Oude IJssel. Ook langs de IJssel braken daarna op enkele plaatsen de dijken en stonden grote gebieden blank. Veel mensen moesten vluchten en minimaal 24 mensen verdronken.
Ontwikkeling van de watersnood
Op 25 januari 1814 tussen 1 en 2 uur 's nachts brak de Rijndijk in Duitsland tussen de dorpen Praest en Vrasselt. Deze dorpen stonden binnen een uur bijna twee meter onder water. Tien mensen en minimaal 130 stuks vee verdronken. In Emmerik stonden alle straten tot ruim een meter onder water.
In de ochtend van de 26e bezwijkt ook de dijk stroomafwaarts van Rees, op dezelfde plaats als waar deze in 1809 is doorgebroken. Het achterland is hier echter hoog waardoor de overstroming meevalt. Ook loopt het water tussen Bienen en Praest deze dag over de dijk.
Rond de 26e was er een derde dijkdoorbraak bij de Haffersche Sluis, bij de plaats Haffen, op een plaats waar de dijk 18 voeten (ca. 5 meter) boven het maaiveld lag. De doorbraak was 45 roeden (ca. 160 meter) breed en het water stroomde met geweld naar binnen. Deze doorbraak lag circa ½ uur (~2,5 km) stroomopwaarts van Rees. Er verdrinken veertien mensen en minimaal zeventig stuks vee en paarden.
Er waren deze dagen grote ijsophopingen. Bij Bislich leidde dit tot de destijds hoogst bekende waterstand. Tussen Rees en Emmerik en voor Nijmegen werd een grote ophoping gemeld en ook tussen Brummen en Zutphen op de IJssel. Deze leidden tot 5 tot 6 voet (~1,7 meter) hogere waterstanden.
Als gevolg van de dijkdoorbraken in Duitsland is de linkeroever van de Oude IJssel overstroomd, net als een groot deel van de Liemers, Westervoort, Lathum en Angerlo. De zogenaamde Hummelsche dijk was doorgebroken. Het overstromingswater in de Liemers loopt over de verlaagde dijk tussen de Lathumse Sluis en Bingerden naar de IJssel. Door deze extra aanvoer van water komt de IJssel erg hoog te staan . De weg van Arnhem naar Zutphen en de weg van Zutphen naar Deventer staan deels onder water. De Warnsveldse dijk loopt over. Er is door de kou veel ijs op de rivieren.
Op 1 februari overstroomt het water bij de doorbraken bij Praest en stroomafwaarts van Rees niet sterk meer, maar die bovenstrooms van Rees (Haffen) nog zeer sterk. Een (tweede) dijkinzinking boven Rees wordt de opvolgende dagen voorkomen. Op 5 februari is de doorbraak boven Rees veel groter geworden en stroomt er nog steeds veel water naar binnen. Op 9 februari is deze doorbraak 86 roeden (~300 meter) breed.
Op 11 februari loopt de Rijndijk op de linkeroever tegenover Vijnen sterk over. En op 12 februari breekt de Rijndijk een kwartier gaans (ca. 1 km) beneden Bislich. De doorbraak bij Bislich zorgt voor een nog grotere waterstroom richting Nederland en leidt tot grote overstromingen langs de Oude IJssel.
In de nacht van 12 naar 13 februari stijgt het water in Doetinchem zo hoog dat bijna de halve stad onder water komt te staan. Men voer met aken door de straten, wat bij mensenheugenis niet meer gebeurd was. In Terborg stijgt het water op de 13e tussen 10 en 12 uur tot 4 à 5 voet (~1,4 m) en buiten dit dorp staan huizen tot de daken in het water. In Terborg en Gendringen worden mensen met boten gered. De watersnood werd destijds zwaarder ingeschat dan die van 1809 en 1784 en mogelijk ook die van 1704.
Rond de 15e februari breekt een binnendijk bij Drempt (op de noordoever van de Oude IJssel). Ook de Brummense Bandijk bij Brummen breekt, waardoor de IJssel Brummen, Hall en Eerbeek overstroomt. Onder Wilp was een huis, de Vlijtberg genaamd, door een ijsmassa weggevaagd. Benedenstrooms, bij Zalk, werd een doorbraak door kruiend ijs net voorkomen.
Op 15 februari werden in Dieren drie huizen vermorzeld door een grote ijsmassa. Rond Zutphen stond een groot gebied onder water. Boerderijen stonden tot aan het dak onder water. Meer dan negenhonderd vluchtelingen worden met voorraad en vee in de stad opgenomen. Ook op Zuideras (bij Zutphen) worden mensen gered.
Het hoogwater op de IJssel van 15, 16 en 17 februari zorgde op veel plaatsen voor overloop van de dijken en men probeerde met bekistingen en andere maatregelen doorbraken te voorkomen. Op 17 februari 's avonds zijn er twee doorbraken bij Werven (tussen Wijhe en Zwolle), één van 25 roeden (90 m) en één van 12 roeden (43 m). Hierdoor overstroomt het gebied bij Vorchten, Veessen, Marle tot Heerde. Enige mensen en vee zouden zijn verdronken.. Bij Gorssel loopt de IJsseldijk over en overstromen Epse en Oxe. Onder Steenderen was het water 2 duim hoger dan in 1809.
De doorbraak bij de Haffersche Sluis is gegroeid tot 100 roeden (360 m). Tussen 15 en 16 februari is het ijs op de Rijn van Rees tot boven Wezel in beweging gekomen, zodat de rivier daar weer grotendeels ijsvrij is, maar het loskomende ijs richt benedenstrooms vernielingen aan: zeven huizen in e omgeving van Rees (Speldrop, Esserden en Willingen) werden verwoest.
De doorbraak bij Bislich houdt rond de 20e februari op met werken en blijkt 26 roeden (~94 m) breed. Het uitgeschuurde wiel achter de doorbraak wordt op veertig voeten diep gepeild, ca. elf meter. Bij de doorbraak bij Praest blijkt het grondgat 45 voeten diep.
Vanaf de 21e februari beginnen de waterstanden te dalen. Op 22 februari staat het water in de overstroomde Liemers (Westervoort) lager. Het stroomt dan nog steeds over de verlaagde dijk terug naar de IJssel bij Bingerden. Op de 23e is er weer meer ijs en bij Bislich kon men de Rijn weer te voet oversteken. Tot hoge waterstanden komt het niet meer en de overstroomde gebieden lopen langzaam weer leeg.
Bronnen
Categorie:Overstroming in Duitsland Categorie:Overstroming in Nederland