Joost Benvenuto de Klerk (Amsterdam, 12 april 1915 - Amsterdam, 26 november 2003) was een Nederlands journalist en schrijver.

Biografie Benvenuto de Klerk was de oudste zoon van Michel de Klerk, architect Amsterdamse School (1884-1923) en Lea Jessurun (1881 - Auschwitz, 1942).

Joost begon zijn carrière als journalist op zijn veertiende jaar met een artikel dat werd geplaatst in een Nederlands dagblad. Hij heeft vale jaren journalistiek werk gedaan in met name Elseviers Weekblad en andere weekbladen.

Joost trouwde in juli 1939 met Trijntje van der Molen. Hij werd, zoals vele Joden tijdens de nazi-bezetting, gedwongen om naar kamp Westerbork te gaan. Vanwege zijn huwelijk met zijn niet-joodse vrouw mocht hij in januari 1943 naar Amsterdam terugkeren. Dit werd 'Mischehe' genoemd. Zijn broer Edo (1918-1943) werd vermoord in Sobibór.

Na de oorlog versloeg hij zittingen van de bijzondere rechtspleging betreffende Nederlandse oorlogsmisdadigers, onder andere over het proces tegen Gemmeker, de commandant van Kamp Westerbork. Hij bundelde dit werk in het boek De weg Omlaag. In Elsevier had hij onder andere een column waarin hij op liefdevolle en humoristische wijze de belevenissen van zijn kleine kinderen beschreef.

Hij publiceerde een aantal boeken, onder andere Verdwenen Verten (1957), De Mens in het Beest (1963), De Huid van een Vrouw, Een ontmoeting met tante, Zie de Vijand aan (in opdracht van het Nederlands Kankerinstituut), Grietjebie, schoonheid van Suriname, De Platwormen vervelen zich en Tips voor Vader Thuis (instructieboek voor thuisklussers).

De Klerk heeft als journalist een aantal reizen gemaakt en daarover geschreven. In 1952 heeft hij de watersnoodramp in Zeeland beschreven, in Elsevier zijn een paar van zijn korte verhalen geplaatst. Hij heeft tot eind zestiger jaren van de twintigste eeuw voor Elsevier gewerkt, tot het moment waarop hij ontslagen werd. Het argument daarvoor was dat hij van 9 tot 17 uur op kantoor diende te zijn om zijn journalistieke werk te verrichten. Dat weigerde hij, aangezien hij toen al aan hevige astma leed en soms nauwelijks meer kon zitten, maar bovendien gewend was om thuis te werken, meestal nadat kinderen in bed lagen en rust in huis was weergekeerd. Dan zat hij tot laat in de nacht in het tot werkkamer ingerichte schuurtje te typen.

De Klerk heeft een aantal jaren meegewerkt aan de teksten van het Amsterdamse Journalisten Cabaret, genaamd Pers Vers, (1958) met onder andere Hedy d'Ancona, Geneviève en Ad Werner en een aantal bekende nederlandse journalisten. Het cabaret had in die tijd veel succes met tal van humoristische liedjes en teksten.

Bibliografie Van de hand van de De Klerk verschenen onderstaande boeken: De FN in het fonteinkastje: een oorlogsverhaal, Sjaalmanpers, 1985 De platwormen vervelen zich: menselijke deugden en ondeugden, verklaard vanuit het dierlijk verleden, Agon Elsevier, 1974 Het was een beetje behelpen, met herinneringen uit de oorlog, Accent 1970 Kleine drukte, Donker, 1969 Grietjebie, schoonheid van Suriname, De Toorts, 1966 De huid van een vrouw, Blitz, 1965 Luister nou es, Elsevier, 1964 De mens in het beest, Elsevier, 1965 Bantoes in Zuid-Afrika, Stichting IVIO, 1960 Tips voor vader thuis, Van Dishoeck, 1959 Verdwenen verten, Donker, 1957 Schaars geluk, Elsevier, 1956 Een ontmoeting met tante - De vreemdeling met het wilde oog, Elsevier, 1955 Kleine drukte, Donker, 1953, over zijn eigen kinderen De weg omlaag, Nederlandsche Keurboekerij N.V., 1950 50 jaar Nieuwe Schoolvereeniging, Amsterdam, 1948

Daarnaast vertaalde hij een aantal werken uit het Engels en uit het Frans, waaronder: De grenzen der fotografie, Time-Life, o.a. de versie uit 1978 Diverse titels van Georges Simenon, over de figuur Maigret, uitgeverij Bruna Het raadsel van forel 762-AO (Hook a fish, catch a mountain) van Jean Craighead George, uitgeverij Kosmos

Categorie:Nederlands journalist Categorie:Nederlands romanschrijver