miniatuur|Otto Marseus van Schrieck, sottobosco met paddenstoelen, vlinders, een libelle, een slang en een hagedis. Een bosgrondje, sottobosco (Italiaans voor kreupelhout), bosbodem of bosstilleven is een type schilderij dat een scene uit de natuur uitbeeldt. Het zijn veelal donkere schilderijen, met planten en kleine dieren in een bos, die worden afgebeeld tussen het kreupelhout, in de schaduw van bomen, of aan de vochtige rand van een poel. De afgebeelde dieren zijn veelal reptielen en insecten, waarbij de laatsten door de eersten worden beloerd of opgegeten.

De grondlegger van deze schilderstijl is de Nederlandse schilder Otto Marseus van Schrieck (1614/1620 – 1678),Nachtvisioen van planten, insecten en reptielen, Museum Arnhem die zelf reptielen, amfibieën en insecten kweekte om ze te kunnen bestuderen en naschilderen. Hij kreeg verschillende navolgers, zoals Elias van den Broeck (1649 – 1708), Abraham Mignon (1640-1679),Informatiebord Noordbrabants Museum, bij expositie Om de tuin geleid, 2025 Matthias Withoos (1627-1703), Rachel Ruysch (1664-1750), Isac Vromans (1658–1706), de Schot Franz de Hamilton (ca 1623-1712) en de Italiaan Paolo Porpora (1617–1673). miniatuur|Jozef Israëls - Plekje met wild kruid Latere schilders maakten ook schilderijen met dit thema. Een voorbeeld is het schilderij van Jozef Israëls (1824-1911), Plekje met wild kruid.

Inspiratie De geschilderde bosgrondjes waren ook inspiratie voor andere kunstvormen. Zo verschenen de thema's ook op porselein, zoals koffiekannen.Boswachtersblog

Categorie:Genre in de beeldende kunst Categorie:Schilderkunst