Miel Theodorus Rozendaal (Warmenhuizen, 20 november 1971)Jarig. AD. Rotterdam, 19-11-2005. Geraadpleegd op Delpher op 28-11-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBPERS01:003291004:mpeg21:p00072 is een voormalig Nederlands langebaanschaatser en marathonschaatser. Hij won eenmaal het eindklassement van de KNSB Cup (2002), tweemaal de Jaap Eden Trofee (2001 en 2004) en eenmaal de Alternatieve Elfstedentocht in Oostenrijk op de Weissensee (2002). Daarnaast won hij in 2005 de officieuze wereldkampioenschappen op kunstijs in het Canadese Calgary en reed hij in 1997 de Elfstedentocht uit.

Levensloop

Beginjaren De zesjarige Rozendaal nam voor het eerst deel aan schaatswedstrijden op de natuurijsbaan in Warmenhuizen. Hij kwam uit een gezin met twee zussen en hij was de jongste van de drie. Zijn vader was van beroep verwarmingsinstallateur en pijpfitter. Zijn moeder werkte in het koffiehuis van een veiling totdat ze ging trouwen. Vanaf dat moment deed ze het huishouden.

Als elfjarige meldde hij zich aan bij ijsclub SIS. Op z'n dertiende deed Rozendaal wat aan langebaanschaatsen. Hij zat in de groep met onder andere Jakko Jan Leeuwangh, eveneens uit dezelfde regio. Hij eindigde nooit bij de eerste dertig van zijn leeftijd. Dit kwam omdat andere jongens beter waren op de langebaanafstanden. Daarnaast was hij nog een talentvol voetballer, die in de Noord-Hollandse jeugdselectie speelde en deed hij aan wielrennen. Vanaf zijn zestiende reed hij schaatsmarathons. Op school deed hij mavo en gedeeld havo. Na één seizoen als B-rijder verkreeg hij in 1992 een startlicentie als A-rijder. Dit kwam nadat ploegleider Jan Huisstede hem had opgenomen in de Dasia-ploeg. Van Huisstede koos hem omdat Rozendaal volgens hem beschikte over alle eigenschappen die nodig waren voor een marathonschaatser. Hij was een van de jongste in de geschiedenis van het marathonschaatsen met een startbewijs voor de A-rijders.

In zijn eerste seizoen bij de A-rijders veroorzaakte Rozendaal een valpartij, waardoor Fausto de Marreiros enige tijd geblesseerd was. Rozendaal sneed onder zijn scheenbeschermer alles door, met als gevolg een klapvoet voor De Marreiros.

Tijdelijke pauze en terugkeer Tijdens het NK natuurijs 1993 in Maasland op 5 januari behaalde Rozendaal de bronzen medaille. Vroeg in de wedstrijd ontsnapte hij samen met Arnold Stam en Edward Hagen. Erik Hulzebosch en Jan Eise Kromkamp konden bij deze koplopers aansluiten. Door de zware omstandigheden stapten Stam en Hagen later uit de wedstrijd. Rozendaal was meerdere malen gevallen en kon de kopgroep uiteindelijk niet meer volgen. Rozendaal kwam solo over de finish, nadat hij driemaal met zijn schaats in een scheur was terechtgekomen, ten val was gekomen en kletsnat was geworden. „Achteraf besef ik nog steeds niet goed wat ik allemaal heb doorgemaakt”, aldus Rozendaal. Van de 91 gestarte rijders bereikten slechts 15 de eindstreep.

Rozendaal raakte zijn interesse in de schaatssport tijdelijk kwijt en stopte in 1994 tijdelijk met marathonschaatsen. In 1996 keerde hij terug bij de A-rijders, doordat er een uitzondering werd gemaakt om direct in de A-groep te starten. In datzelfde seizoen nam hij deel aan de Elfstedentocht van 1997. Hij eindigde als 46e.

Eerste overwinningen Op de Open NK natuurijs 1998 behaalde Rozendaal de bronzen medaille in de massasprint. Tijdens de NK kunstijs 1999 won hij eveneens brons, nadat de wedstrijd weer in een massasprint was geëindigd. Een dag na het NK op kunstijs boekte hij zijn tweede overwinning, ditmaal in de Unox Cup. In Heerenveen werd de wedstrijd in een recordtijd afgelegd over honderd ronden: 53 minuten en 49 seconden. Rozendaal zei na afloop geen vermoeidheid te hebben ondergaan van de dag ervoor een NK te hebben gereden. Hij ging de laatste bocht als eerste in en werd daarna door niemand meer gepasseerd. Twee weken eerder behaalde hij zijn eerste overwinning op kunstijs. Dit was op zijn thuisbaan in Alkmaar in de vijfde wedstrijd van de The Greenery Six.

Overstap naar TVM In 2000 tekende Rozendaal een contract bij de nieuwe marathonploeg TVM, dat in het nieuwe seizoen van start zou gaan voor ƒ 250.000 gulden. Hij was de laatste rijder die aansloot bij deze ploeg. Hiermee gaf hij zijn baan als rijwielhersteller op om volledig met het marathonschaatsen bezig te zijn. Hiermee werd hij een van de kopmannen van deze ploeg samen met Henk Angenent.

Eind januari 2001 wist Rozendaal zijn eerste overwinning op natuurijs te behalen. Hij won op de Oostenrijkse Weissensee de schaatsmarathon over 100 kilometer. Hij was de snelste van de kopgroep van drie. Jan Eise Kromkamp en Bas van Hest werden tweede en derde. Deze wedstrijd was een opwarmronde voor de Alternatieve Elfstedentocht. Tijdens de KNSB-Cup in Assen op 22 december 2001 profiteerde Rozendaal van een valpartij van klassementsleider René Ruitenberg en nam hij voor het eerst in zijn carrière de leiding in het algemeen klassement over. Een dag eerder had hij al een marathonwedstrijd gewonnen, waardoor hij dat weekend dicht bij een tweede overwinning was. In Assen eindigde hij als tweede achter Jan Maarten Heideman, wat voldoende was om de koppositie in het klassement te veroveren.

Succesjaren Het jaar 2002 werd het succesvolste seizoen uit zijn carrière. Voorafgaand aan dat seizoen stopte hij met zijn beroep als fietsenmaker en begon hij zich volledig te richten op het marathonschaatsen. Hij won zowel de Alternatieve Elfstedentocht als het eindklassement van de KNSB Cup. De eerste overwinning op de Weissensee was het criterium van 40 kilometer. Hij kwam solo over de eindstreep. Twee dagen daarna was de Alternatieve Elfstedentocht, waarin Rozendaal acht kilometer voor de eindstreep ontsnapte uit een kopgroep van drie rijders. Op voorhand was hij een van de favorieten voor de overwinning. Zijn ploeggenoot Peter Baars zorgde ervoor dat het tempo in het peloton niet hoog gehouden werd, waardoor de koplopers konden wegblijven. Na het zilver van het jaar ervoor, won hij nu het goud.

Hij kon niet aanwezig zijn bij de wedstrijden van zijn vriendin Gretha Smit, omdat hij zelf wedstrijden kon gaan rijden, om zijn leidende positie in de KNSB Cup in datzelfde Olympische jaar niet te verliezen. In Eindhoven werd de finale om de KNSB-Cup gehouden. Allen Bert Jan van der Veen kon hem theoretisch voorbijgaan, omdat het verschil tussen die twee tweeëndertig punten was. Rozendaal was nog bang om te vallen. Dit kwam door het vuil dat op het ijs lag. Er ontstond een kopgroep van zes rijders, waarin Van der Veen en zich niet in bevond, waardoor het vrijwel zeker was dat als het zo bleef Rozendaal de Cup zou winnen. Hij eindigde op de twaalfde plaats en hiermee was de KNSB Cup voor hem. Hij reed het gehele seizoen, zeventien wedstrijden, in het oranje leiderspak, waarvan hij er twee won.

Het begin van het volgende seizoen had Rozendaal last van zijn rug door tussenwervelschijven die tegen zijn zenuwen drukten. Daardoor kreeg hij pijnscheuten in zijn linkerbeen bij een kleine krachtsinspanning en was er geen verbetering te zien op korte termijn. Hiervoor ging hij naar een specialist en kreeg hij oefeningen mee. In december 2002 behaalde hij een vierde plaats bij de marathonwedstrijd in Den Haag, waarmee er vooruitgang kwam. Niet veel later werd er bekend dat de TVM-ploeg aan het einde van het seizoen zou stoppen. Hij vond onderdak bij een sponsorloze ploeg, onder leiding van dezelfde ploegleider Pascal Vergeer.

In het seizoen 2003/04 behaalde Rozendaal tijdens de eerste wedstrijd van het seizoen een overwinning in de KNSB Cup op de ijsbaan van Thialf. Met deze overwinning werd hij de honderdste verschillende winnaar van een marathon op het ijs van Thialf. Tijdens de wedstrijd maakte hij deel uit van een kopgroep van acht rijders die het peloton op een ronde zette. In de slotfase plaatste Rozendaal een beslissende demarrage en reed solo naar de overwinning. Na afloop omschreef Rozendaal de overwinning als een bevrijding. Hij maakte destijds samen met Bertjan van der Veen en KC Boutiette deel uit van de sponsorloze ploeg en sprak de hoop uit dat de prestatie van de ploeg zouden bijdragen voor een nieuwe sponsor. Eind november 2003 was er een nieuwe sponsor die de samenwerking aanging: Time Out Sport BV. Er werd een contract getekend voor twee jaar. In 2004 werd het contract met nog een jaar verlengd.

Langebaanschaatsen Voorafgaand aan het seizoen 2003/2004 reed Rozendaal een test-wedstrijd in Thialf de 5000 meter in 6.45,66. Door deze goede tijd wilde hij aan de NK afstanden 2004 deelnemen. Sinds de zomer van 2003 woonde zijn toenmalige vriendin Gretha Smit bij hem in Warmenhuizen. Ook zijn Amerikaanse ploeggenoot KC Boutiette woonde daar bij in. Op de NK afstanden 2004 eindigde Rozendaal als vierde op de 10.000 meter en als negende op de 5000 meter in een persoonlijk record. De 10.000 meter was de eerste die hij in wedstrijdverband reed. Hij eindigde op tien seconden van winnaar Jochem Uytdehaage. Hij wilde al een jaar eerder deelnemen aan het NK, maar dat kon niet vanwege een rugblessure. Het scheelde weinig of hij had de bronzen medaille gewonnen. Dankzij dit resultaat plaatste hij zich voor de enige Wereldbekerwedstrijd over 10.000 meter in het Duitse Erfurt. Daarmee nam hij de rol van buitenbeentje in het langebaanschaatsen over van Henk Angenent. „De tien doet zeer, het is een andere pijn dan ik gewend ben op de marathon. Er zit een groot gat tussen mij en jongens als Uytdehaage, Verheijen, Romme en De Jong. Ik heb het uiterste gegeven, zij niet. Zij hebben bovendien meer vermogen en zijn technisch ook beter”, verklaarde Rozendaal na afloop van de wedstrijd tegenover de Leeuwarder Courant. Zijn vriendin Smit zag zijn 10.000 meter niet, omdat ze aan het uitfietsen was op de hometrainer na haar 5.000 meter.

Doordat hij geen sponsorploeg had, mocht Rozendaal op de kosten van de ISU afreizen naar de Wereldbekerwedstrijd. Tijdens deze Wereldbekerwedstrijd startte hij in de B-groep en eindigde hij als vierde, op vijfentwintig seconden van de winnaar. Hij was verkouden en reed de wedstrijd met een zakdoek bijzich. Zijn trainer wilde na de 10.000 meter direct naar Den Haag rijden voor de marathonwedstrijd. Dit deed hij niet ook al was hij niet zo ziek geweest, omdat het seizoen al lang duurt. Rozendaal sprak uit dat hij niet per se de Olympische Winterspelen 2006 te halen.

Historische twee rode kaarten Tijdens de KNSB-Cup in Haarlem op 8 januari 2005 kregen Rozendaal en Roel van Hest (voorafgaand aan de wedstrijd nummer één en twee in het klassement) beiden een rode kaart voor overtredingen tijdens de wedstrijd. Hiervoor werden ze allebei uit de wedstrijd gehaald en volgde door de marathonsectie van de KNSB een schorsing voor de eerstvolgende KNSB-Cupwedstrijd in Amsterdam. Voor het eerst in de geschiedenis van het marathonschaatsen werd er een rode kaart uitgereikt.

Halverwege de koers raakte Rozendaal met een achteruittrappende beweging Van Hest vol op de knie. Van Hest liet zich niet onbetuigd en sloeg Rozendaal vervolgens op de heup. Het duw- en trekwerk tussen de twee was daarna niet over. Eerst werd Van Hest uit de wedstrijd gehaald en daarna Rozendaal ook. Voormalig Elfstedentochtwinnaar Henk Angenent was ooggetuige. „Ik reed achter de twee kemphanen en ik heb het tweetal na de eerste aanvaring gewaarschuwd dat ze moesten stoppen met het duw- en trekwerk. Maar ze waren niet te temmen. Het is niet meer dan terecht dat ze de rode kaart kregen”, aldus Angenent.