De Duitse 26e Pantserdivisie (Duits: 26. Panzer-Division) was een Duitse pantserdivisie in de Tweede Wereldoorlog. Deze divisie werd – na een eerste periode in Frankrijk – uitsluitend ingezet op het Italiaanse strijdtoneel en was aanwezig en speelde een belangrijke rol in vrijwel alle gevechten in Italië tot het eind van de oorlog. Inzetgebieden waren Salerno, Cassino, Anzio, Orsogna, Frosinone, Lucca, Marino, Rimini, Cesena, Ravenna en Bologna. De divisie werd eind april 1945 grotendeels vernietigd zuidelijk van de Po in het Geallieerde Lenteoffensief. Resten gaven zich kort daarna over in Noord-Italië.

Oprichting De 26e Pantserdivisie werd opgericht op 14 september 1942 opgericht in de omgeving van Amiens in Noord-Frankrijk door de Oberbefehlshaber West. De eenheid nam grote delen over van de 23e Infanteriedivisie, die van het oostfront was teruggetrokken. Naast veteranen van het Oostfront bestond de divisie voornamelijk uit rekruten van de jaargang 1923.

Training en bezettingstaken Van oktober 1942 tot april 1943 werd de eenheid beschouwd als in oprichting bij het 15e Leger van Heeresgruppe D en bleef in België (hoofdkwartier lag in Elverdinge) en later Noord-Frankrijk. Van mei tot juli 1943 bleef de divisie in Noord-Frankrijk als bezettingsmacht en als reserve van Heeresgruppe D. De plaatsing in dit gebied was bedoeld om het 15e Leger te voorzien van een snelle en mobiele kustbeschermingseenheid

Inzet in Italië Eerste opgaven In juli 1943, met het oog op de landing van geallieerde troepen op Sicilië, werd de divisie per spoor van Frankrijk overgebracht naar Zuid-Italië naar het 76e Pantserkorps bij de Oberbefehlshabers Süd. Aangezien I./Panzerregiment 26 op dat moment op het oefenterrein Mailly-le-Camp was om vertrouwd te raken met nieuwe tanks (Panthers), ging deze nog niet mee. Ook I./Panzer-Artillerie-Abteilung 26 was op dat moment ook niet operationeel, omdat deze in Duitsland werd uitgerust met zelfrijdende kanonnen.

De divisie werd met het merendeel van haar eenheden gestationeerd in Calabrië aan de Golf van Tarente. Daar en bij de Straat van Messina beveiligde de eenheid het Italiaanse vasteland tegen de oversteek van grote geallieerde eenheden uit Sicilië. Een gemengde eenheid, Kampfgruppe Büsing, bleef als reserve van Oberbefehlshabers Süd aan het Meer van Bolsena, ten noorden van Rome. Op 8 september, na de aankondiging van de Italiaanse wapenstilstand met de geallieerden, werd deze Kampfgruppe ingezet als onderdeel van de ontwapening en gevangenneming van Italiaanse troepen.

Salerno Op 9 september 1943 vond de geallieerde Operatie Avalanche plaats, gericht op het innemen van de haven van Napels. De divisie was nog steeds op mars, maar werd meteen ingezet in een Duitse tegenaanval van 12 tot 13 september tegen het Amerikaanse landingshoofd bij Salerno, en tijdelijk heroverden de divisies van het 10e Leger heuvel 424. Hierin ondersteunde de divisie de 29e Pantsergrenadierdivisie. De geallieerde marine-eenheden voor de kust konden de geallieerde troepen ondersteunen met zware marine-artillerie en voorkwamen een Duitse opmars naar de kust na 14 september. Gezien de geallieerde superioriteit trok de eenheid zich vanaf 18 september samen met de andere eenheden terug naar de positie in de Apennijnen. Hier was de divisie ingezet ten westen en oosten van Isernia. In november en december 1943 was de divisie samen met het 76e Pantserkorps betrokken bij de zware verdedigingsgevechten in de sectoren Volturno en Sangro.

Anzio thumb|right|Een PzKw IV van de divisie in actie bij het Anziobruggenhoofd Toen Anglo-Amerikaanse troepen op 22 januari 1944 in Operatie Shingle landden bij Anzio en Nettuno, was de divisie onder bevel van het 76e Pantserkorps. Recentelijk meer ingezet aan het noordoostelijke front, werd de divisie naar het westen verplaatst om te vechten tegen de Amerikaanse troepen in het landingsgebied. De verdedigingsgevechten in het Anzio-Nettuno-gebied sleepten zich voort tot april 1944. In februari werd de divisie ingezet voor tegenaanvallen bij het geallieerde bruggenhoofd en vocht hier bij Cisterna. In maart en april werd de verzwakte divisie opgefrist in het gebied Valmontone/Velletri, nabij het front, maar de eenheid werd voortdurend stand-by gehouden als interventiereserve. Na een inzet in mei 1944 in de "Senger Linie" nabij Cassino, werd de divisie uiteindelijk volledig teruggetrokken en in de reserve van het 14e Leger geplaatst.

Heinrich-Linie Nadat de geallieerde eind mei weer in het offensief waren gegaan, had de eenheid zich teruggetrokken medio juni ten noorden van Rome en werd ten westen van Florence aan de Arno ingezet met het 1e Parachutistenkorps in de Heinrich-linie. Op 11 juni 1944 werd de Grenadier Brigade (mot.) 1027 bij de divisie ingevoegd om deze te versterken.

Door de aanval op de Heinrich-linie en vervolgens op de Gotenstellung werd de divisie gedwongen de posities aan de Arno vanaf 25 augustus op te geven. Na de doorbraak van de geallieerde troepen door het front van het 10e Leger aan de oostelijke flank van het Italiaanse oorlogsgebied, verplaatste de divisie zich naar de Befehlshaber Venetianisches Küstenland, die verantwoordelijk was voor de Adriatische sector. De verdere terugtocht leidde de divisie naar de Rubicon in het gebied ten noordoosten van Savignano sul Rubicone. Daarna werd een verdedigingspositie ingenomen in de "Ronco-sector".

Op 28 november 1944 werd de 20e Luftwaffen-Sturmdivisie ontbonden en werd de infanterie van de twee Jäger-regimenten opgenomen in de 26e Pantserdivisie, waardoor de eenheid met deze troepen werd versterkt.

De volgende verdedigingslinie werd gevormd door de divisie in het Forlì-gebied nabij Faenza.

Eindstrijd Halverwege december 1944 vond een verdere terugtocht naar het noorden tot achter de Senio plaats. Begin 1945 kreeg de divisie voor de laatste keer een verfrissing in het gebied rond Bologna. Panzerjäger-Abteilung 51 (uitgerust met 7,5 cm Pak 40 en ongeveer 10 Jagdpanzer 38(t)) werd toegevoegd. Het I./Panzerregiment 26 werd uitgewisseld tegen I./Panzerregiment 4, dat vervolgesn weer omgedoopt werd tot I./PzReg 26. Ook nieuwe halfrupsvoertuigen voor de pantsergrenadiers werden ontvangen.

Begin april 1945 vocht de divisie in het gebied rond Bologna tijdens het geallieerde lenteoffensief in Italië (Operatie Grapeshot). Tijdens de geallieerde aanval was de eenheid van 9 tot 15 april verwikkeld in een defensieve strijd tussen de sectoren Senio en Sillaro. In de periode van 16 tot 19 april werd de divisie toegewezen aan het 76e Pantserkorps, waarmee zij opnieuw ten noorden van Bologna werd ingezet. De laatste veldslagen van de divisie vonden plaats ten zuiden van de Po in het gebied rond Ferrara tot 24 april 1945. Daar werden de resterende tanks bij Burana vernietigd door gebrek aan overzetmogelijkheden. Slechts restanten van de divisie konden over de Po ontsnappen. Vervolgens ging het naar het noorden, via Vicenza en Bassano del Grappa naar Trente.

Einde De 26e Pantserdivisie capituleerde op 2 mei 1945 bij Mezzolombardo, zuidelijk van Bolzano aan de geallieerde troepen.

Slagorde Panzerregiment 26 Panzer-Grenadier-Brigade 26 (tot eind november 1942) Panzer-Grenadier-Regiment 9 Panzer-Grenadier-Regiment 67 Panzer-Artillerie-Regiment 93 Kradschützen-Bataillon 26 Panzer-Aufklärungs-Abteilung 26 Heeres-Flak-Artillerie-Abteilung 304 Panzerjäger-Abteilung 93 (tot 23 juli 1943) Panzerjäger-Abteilung 51 (vanaf begin 1945) Panzer-Pionier-Bataillon 93 Panzer-Nachrichten-Abteilung 93 Panzer-Divisions-Nachschubtruppen 93

Tanksterkte De tanksterkte van Panzerregiment 26 naar datum geeft een goed beeld van startsterktes bij offensieven, verliezen en aanvullingen over de jaren. Datum Flammpanzer PzKw III(75) PzKw IV(kort) PzKw IV(lang) Panther StuG PzBefw Totaal 20 augustus 1943 14 16 17 36 - - 9 92 21 januari 1944 11 12 11 80 - 14 - 128 15 maart 1945 - - - 84 (63) 26 (22) 8 (7) - 118 (92) Details over de in de tabel genoemde tank-types: Flammpanzer = Flammpanzer III Ausf. M PzKw III (75) = Panzerkampfwagen III Ausführung N PzKw IV (kort) = Panzerkampfwagen IV t/m Ausführung F1 PzKw IV (lang) = Panzerkampfwagen IV vanaf Ausführung F2 Panther = Panzerkampfwagen V Panther StuG = meest Sturmgeschütz III PzBefw = Panzerbefehlswagen (verschillende typen) Als twee getallen genoemd worden, betekent dit: aanwezig (inzetbaar), bijvoorbeeld 61 (20).

De volgende tabel geeft het aantal inzetbare tanks aan in Panzerregiment 26 van 10 augustus 1943 t/m 1 februari 1944: Datum 10-8 20-8 31-9 20-9 30-9 10-10 31-10 10-11 20-11 30-11 10-12 20-12 21-1 1-2 Aantal 92 92 103 106 106 97 93 73 75 75 60 30 86 20

Bovenliggende bevelslagen Legerkorps Leger Legergroep Plaats/regio Begin Eind in oprichting 15. Armee Heeresgruppe D België, Noord-Frankrijk 25 september 1941 april 1943 direct onder bevel Heeresgruppe D Noord-Frankrijk mei 1943 medio juli 1943 76e Pantserkorps OB Süd Calabrië 6 augustus 1943 15 augustus 1943 76e Pantserkorps 10. Armee OB Süd Salerno, Volturno 15 augustus 1943 26 november 1943 76e Pantserkorps 10. Armee Heeresgruppe C Sangro 26 november 1943 29 januari 1944 76e Pantserkorps 14. Armee Heeresgruppe C Anzio, Nettuno 30 januari 1944 maart 1944 direct onder bevel 14. Armee Heeresgruppe C Anzio, Nettuno april 1944 mei 1944 ?? 10. Armee Heeresgruppe C Rome medio mei 1944 juni 1944 1e Parachutistenkorps 14. Armee Heeresgruppe C Arno 9 juni 1944 14e Pantserkorps 14. Armee Heeresgruppe C Arno juli 1944 begin september 1944 ?? 10. Armee Heeresgruppe C Rimini, Faenza, Valli di Comacchio september 1944 76e Pantserkorps 10. Armee Heeresgruppe C Valli di Comacchio maart 1945 1e Parachutistenkorps 10. Armee Heeresgruppe C Valli di Comacchio, Po april 1945

Commandanten Enkele van de commandanten

Rang Naam Begin Eind Generalmajorvanaf 1 oktober 1943 Generalleutnant Smilo Freiherr von Lüttwitz 14 september 1942 21 januari 1944 Oberst Hans Hecker 22 januari 1944 11 april 1944 Oberst Dr.jur. Dr.rer.pol. Hans Boelsen 11 april 1944 7 mei 1944 Generalleutnant Smilo Freiherr von Lüttwitz 8 mei 1944 6 juli 1944 Oberst Eduard Crasemann 6 juli 1944 18 juli 1944 Generalmajor Dr.jur. Dr.rer.pol. Hans Boelsen 19 juli 1944 26 augustus 1944 Oberstvanaf 1 oktober 1944 Generalmajor Eduard Crasemann 27 augustus 1944 14 januari 1945 Oberst Karl Stollbrock 14 januari 1945 28 januari 1945 Oberst Alfred Kuhnert 29 januari 1945 28 februari 1945 Generalmajorvanaf 1 april 1945 Generalleutnant Viktor Linnarz 1 maart 1945 2 mei 1945 Oberst Hecker, Oberst/Generalmajor Boelsen, Oberst Crasemann, Oberst Stollbrock en Oberst Kuhnert waren allen m.d.F.b. (mit der Führung beauftragt = betekent, dat deze commandant tijdelijk het bevel voert).

Categorie:Heer (Wehrmacht) Categorie:Duitse militaire eenheid in de Tweede Wereldoorlog