De geschiedenis van Zuid-Soedan omvat de periode van de prehistorie, vroege geschiedenis en het koloniale tijdperk, de periode als deel van de republiek Soedan, en de onafhankelijkheid van de Republiek Zuid-Soedan.

De moderne geschiedenis van Zuid-Soedan is nauw verbonden met die van Soedan. Deze banden begonnen in de 19e eeuw met de zuidwaartse expansie van het Ottomaanse Kedivaat Egypte en de oprichting van de Turks-Egyptische Soedan. Het gebied dat het huidige Zuid-Soedan vormt, bleef deel uitmaken van Soedan via de Mahdistische staat, Anglo-Egyptisch Soedan en de Republiek Soedan tot de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan in 2011.

Zuid-Soedan wordt voornamelijk bewoond door Oost-Soedanese talen-sprekende, met name Nilotische volkeren, met Ubangitalen-sprekende minderheden in de westelijke regio's. Historisch gezien werd het huidige Zuid-Soedan gedomineerd door Centraal-Soedanese talen en Komantalen sprekende volkeren. Proto-Nilotisch sprekende volkeren die naar het zuiden migreerden, begonnen rond 3000 v.Chr. in de noordelijkste regio's van Zuid-Soedan (de staat Upper Nile) aan te komen. Sinds ongeveer de 14e eeuw, na de val van de christelijke Nubische koninkrijken Makuria en Alodia, kregen de Nilotische volkeren geleidelijk aan de overhand in de regio. miniatuur|Een verlaten Shilluk-dorp in in 1862, nadat de bevolking ten prooi was gevallen aan Turkse slavenhandelaren|400x400px Vroege geschiedenis Archeologisch bewijs toonde aan dat er sinds 3000 v.Chr. in het Sudd-gebied een pastoraal neolithische cultuur bestond, gebaseerd op transhumante veeteelt.

Romeinse expeditie Jarenlang vormde het Sudd-moeras met zijn dichte begroeiing een ondoordringbare barrière voor de scheepvaart op de Nijl. In 61 n.Chr. trok een groep Romeinse soldaten, uitgezonden door keizer Nero, de Witte Nijl op, maar ze konden niet voorbij het Sudd-moeras komen, dat de grens markeerde van de Romeinse aanwezigheid in equatoriaal Afrika.

Nilotische expansie Tot ongeveer 1500 werden grote delen van Zuid-Soedan beheerst door sprekers van Centraal-Soedanese talen. Er zijn nog enkele Centraal-Soedanese groepen overgebleven, zoals de Madi en de Moru.

Taalkundig bewijs toont aan dat in de loop der tijd Nilotische sprekers, zoals de Dinka, Nuer, Shilluk en Luovolkeren, de overhand kregen. De Nilotische expansie vanuit de Sudd-moerassen naar de rest van Zuid-Soedan lijkt in de 14e eeuw te zijn begonnen. Dit viel samen met de val van de christelijke Nubische koninkrijken Makuria en Alodia en de penetratie van Arabische handelaren in centraal Soedan.

Shilluk Tegen de 16e eeuw waren de Shilluk de machtigste groep onder de Nilotisch-sprekenden. De Shilluk kregen de controle over de westoever van de Nijl tot aan Kosti in het huidige Soedan.

Er wordt verondersteld dat de druk van de Shilluk de Funj naar het noorden dreef, waar zij het sultanaat van Sennar zouden stichten.

De Dinka bleven in het Sudd-gebied en behielden hun transhumante economie.

Azande De Azande, die een niet-Nilotische Ubangitaal spraken, trokken in de 16e eeuw Zuid-Soedan binnen. De Azande vormen de op twee na grootste nationaliteit in Zuid-Soedan. Ze wonen in de districten Maridi, Ibba, Yambio, Nzara, Ezon, Tumbura en Nagere in de tropische regenwoudgordel van Western Equatoria en Bahr-al-Ghazal. In de 18e eeuw kwamen de Avongara binnen en vestigden al snel hun gezag over de Azande. De macht van de Avongara bleef grotendeels onaangetast tot de komst van de Britten aan het einde van de 19e eeuw.

Ottomaanse expansie miniatuur| Al-Zubayr Rahma Mansur In 1821 stortte het sultanaat Funj ineen door een invasie van Egypte onder leiding van de Ottomaanse gouverneur Mohammed Ali. Nadat ze hun controle over Kordofan en Funjistan hadden geconsolideerd rukten de Turks-Egyptische troepen op naar het zuiden. In 1827 leidde Ali Khurshid Pasha een leger door het Dinka-gebied en in 1830 een expeditie naar de samenvloeiing van de Witte Nijl en de Sobat. De meest succesvolle expedities werden geleid door admiraal Salim Qabudan, die tussen 1839 en 1842 de Witte Nijl bevoer en zo ver naar het zuiden voer als het huidige Juba.

De Turks-Egyptische troepen probeerden forten en garnizoenen in de regio te vestigen, maar ziektes en desertie dwongen hen al snel deze te verlaten. Hoewel de Ottomaanse kedives van Egypte de regio claimden, konden ze er geen werkelijke macht uitoefenen.

Het gebrek aan formeel gezag werd in de jaren 1850 opgevuld door een aantal machtige koopmansvorsten. In het oosten beheerste Muhammad Ahmad al-Aqqad een groot gebied, maar de machtigste was Al-Zubayr Rahma Mansur, die de Bahr al-Ghazal en andere delen van Zuid-Soedan onder controle kreeg. Al-Zubayr was een koopman uit Khartoem, die zijn eigen privéleger inhuurde en naar het zuiden trok.

Al-Zubayr en andere kooplieden bouwden een netwerk van handelsforten, bekend als zariba's, in de regio en controleerden vanuit deze forten de lokale handel. De meest waardevolle handelswaar was ivoor. Slavernij was een fundamenteel onderdeel van de zariba-economie. Turken, Arabisch-Soedanese handelaren, Europeanen en lokale leiders namen deel aan de slavenhandel.

Anglo-Egyptische Soedan miniatuur|Slag bij Omdurman, 1898

Het kedivaat Egypte kwam vanaf 1882 onder Britse heerschappij, en daarmee ook het gebied van Zuid-Soedan. Onder de naam Equatoria werd het onderdeel van de Anglo-Egyptische Soedan. Het was de bedoeling om de zuidgrens op te schuiven tot aan het Victoriameer of nog verder zuidwaarts voorbij de evenaar (equator). Het ontstaan van Oeganda als een aparte kolonie van het Britse Rijk verhinderde dit voornemen.

Na de Mahdi-opstand onder Mohammed Ahmad ibn Abd Allah maakte Zuid-Soedan van 1885 tot 1898 deel uit van de Mahdistische staat.

Met uitzondering van het deel dat overging op de Britse kolonie Oeganda werd Equatoria een van de acht oorspronkelijk provincies van Soedan. De deelstaat Bahr-al-Ghazal werd in 1948 van Equatoria afgesplitst.

Soedan Na de zelfstandigheid van de republiek Soedan in 1956 werden Equatoria en Bahr-al-Ghazal staten van Soedan.

Eerste Soedanese Burgeroorlog

De Eerste Soedanese Burgeroorlog (ook bekend als de Anya-Nya-opstand of Anya-Nya I, naar de naam van de rebellen) was een conflict van 1955 tot 1972 tussen het noordelijke deel van Soedan en de Zuid-Soedanese regio die vertegenwoordiging en meer regionale autonomie eiste. Zuid-Soedanese Autonome Regio Samen met Greater Upper Nile vormden Equatoria en Bahr-al-Ghazal vanaf 1972 de Zuid-Soedanese Autonome Regio. Tweede Soedanese Burgeroorlog

De Tweede Soedanese Burgeroorlog was een conflict van 1983 tot 2005 tussen de centrale Soedanese regering en het Soedanese Volksbevrijdingsleger, dat vocht voor de onafhankelijkheid van de Zuid-Soedanese provincies. Hoewel het begon in het huidige Zuid-Soedan, breidde de burgeroorlog zich tegen het einde van de jaren 1980 uit over de Noeba en de Blauwe Nijl. Autonoom gebied

miniatuur|John Garang Op 9 januari 2005 kwam de Soedanese regering van Omar al-Bashir met de opstandelingen van het SPLM overeen (Comprehensive Peace Agreement) dat Zuid-Soedan een aparte entiteit zou worden met een autonome status binnen Soedan.

De voorzitter van de SPLM Torit-factie, John Garang, werd krachtens de Comprehensive Peace Agreement tot vice-president benoemd in de regering van Al-Bashir. Op 30 juli 2005 stortte de helikopter die Garang vervoerde, neer. Garang overleefde het ongeluk niet, waarna er ernstige rellen uitbraken in Khartoem en in andere Soedanese steden. Salva Kiir Mayardit (SPLM), de vice-president van de regering van Zuid-Soedan, volgde Garang op als vice-president van Soedan.

In december 2009 meldde Artsen zonder Grenzen dat er in dat jaar in Zuid-Soedan een grote toename van geweld had plaatsgevonden, toe te schrijven aan rivaliteit tussen stammen die elkaars eigendommen roven en verergerd door inmenging van het Verzetsleger van de Heer uit Oeganda. Tienduizenden mensen zouden hun woongebied zijn ontvlucht vanwege grootschalige honger of eruit verdreven zijn door platbranding, verkrachting en moord. In augustus 2011 meldden de Verenigde Naties dat dergelijke stammenrellen die maand aan minstens 600 mensen het leven hadden gekost in het inmiddels onafhankelijk geworden land."600 doden bij stammenruzie Zuid-Sudan", NOS.nl, 22 augustus 2011

Onafhankelijkheid Van 9 tot en met 15 januari 2011 werd een referendum in Zuid-Soedan gehouden over onafhankelijkheid van het gebied. Indien een kiesdrempel van 60% werd gehaald en een meerderheid vóór onafhankelijkheid stemde, zou het gebied op 9 juli 2011 onafhankelijk worden. Bijna 99% van de bevolking stemde voor de afscheiding en de kiesdrempel werd ruim overtroffen. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties verklaarde dat de volksraadpleging grotendeels vrij, eerlijk en geloofwaardig was verlopen. Southern Sudan: UN Security Council praises referendum. BBC, 18 januari 2011.

In andere landen in Afrika bestaat een zekere onrust over de gang van zaken omdat tot dusver Afrikaanse leiders koste wat kost vasthielden aan de oude koloniale grenzen. De enige eerdere afscheiding (Eritrea) was eerder een aparte Italiaanse kolonie geweest. Nu vreesden sommigen dat er meer gebieden hun onafhankelijkheid zullen opeisen.

In aanloop naar de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan erkende het noorden alvast het zuiden als nieuw land op 8 juli 2011. "De Republiek Soedan verklaart hierbij dat het de Republiek Zuid-Soedan erkent als een onafhankelijke staat volgens de grenzen van 1 januari 1956", zo sprak de minister van Presidentiële Zaken, Bakri Hassan Saleh.Soedan erkent Zuid-Soedan voorafgaand aan onafhankelijkheid. Nrc.nl, 8 juli 2011. Salva Kiir Mayardit werd de eerste president van het onafhankelijke Zuid-Soedan.

Internationale erkenning De onafhankelijkheid van Zuid-Soedan werd door (Noord-)Soedan erkend, en de president van Soedan was aanwezig bij de viering van de onafhankelijkheid. De Afrikaanse Unie gaf op 8 februari 2011 aan dat Zuid-Soedan welkom zou zijn als 54e lid van de organisatie.The African Union Applauds the Success of the Referendum in Southern Sudan, au.int, 9 februari 2011

Op 14 juli 2011 werd Zuid-Soedan lid van de Verenigde Naties en op 27 juli 2011 lid van de Afrikaanse Unie.

Nederland erkende het land op 9 juli 2011. Minister van Staat Korthals Altes was namens Nederland aanwezig bij de onafhankelijkheidsceremonie in de nieuwe hoofdstad Juba. België erkende Zuid-Soedan op 14 juli 2012 door middel van een Koninklijk Besluit op 1 december 2011 dat op 14 december 2011 in het Belgische Staatsblad verscheen.

Grensconflict met Soedan Ondanks de erkenning door en medewerking van Soedan op het gebied van Zuid-Soedans onafhankelijkheid vanaf juli 2011, raakten de twee landen al in diezelfde maand in een conflict omtrent de grensstreek en de verdeling van de winst van de oliewinning daar. Dit conflict liep in 2012 uit op een bijna-oorlog waarbij over en weer doden vielen. De voormalig president van Zuid-Afrika, Thabo Mbeki, trad op als bemiddelaar. In augustus 2012 werd overeenstemming bereikt over de olieopbrengsten.Einde olieruzie Sudan en Z-Sudan, NOS Nieuws, 4 augustus 2012

Burgeroorlog