Op 2 juli 1982 werd Oslo opgeschrikt door een zware bomaanslag op Station Oslo-Centraal, het centraal station van de Noorse hoofdstad. In een bagagekluis in de stationshal Østbanehallen ontplofte een zelfgemaakte bom, met grote materiële schade en verstrekkende menselijke gevolgen. De 19-jarige Elin Stoltenberg Dahl kwam bij de explosie om het leven, samen met haar hond. Daarnaast raakten elf mensen gewond. Glasscherven en brokstukken vlogen door de stationshal, waar zich op dat moment veel reizigers bevonden.
Acht dagen na de aanslag werd in de stationshal een tweede bom ontdekt. Deze was eveneens geplaatst in een bagagekluis, maa was door een technisch mankement niet tot ontploffing gekomen. De bom bevatte twee kilogram meer springstof dan de eerste en had bij detonatie mogelijk nog grotere schade kunnen aanrichten. Nadat de plastic zak met de bom uit de kluis was gehaald, werd deze onbedoeld opgeslagen bij de afdeling gevonden voorwerpen, waar het explosief bij toeval werd ontdekt. De springstof was verwerkt in een stalen huis, vergelijkbaar met die van keukenafzuigventilatoren, en was voorzien van een tijdmechanisme dat werkte met een gewoon polshorloge. De politie stelde vast dat de bom was vervaardigd door iemand met technische kennis en dat het niet ontploffen puur toeval was.
Aanhouding De vondst van de tweede bom leverde cruciale aanwijzingen op, waaronder vingerafdrukken. In oktober 1982 bekende een 18-jarige scholier uit de wijk Nordstrand verantwoordelijk te zijn voor de aanslag. Hij werd geïdentificeerd nadat zijn vingerafdrukken overeenkwamen met sporen die waren gevonden na een schietincident een maand later, waarbij hij met een jachtgeweer een krantenbezorger verwondde. De jongeman werd gearresteerd en bekende niet alleen de bomaanslag op Station Oslo-Centraal, maar ook ongeveer dertig andere strafbare feiten, waaronder diefstallen, vandalisme en andere geweldsdelicten.
Veroordeling Daarnaast bekende hij betrokken te zijn geweest bij een explosie op de Ekebergbanen eerder datzelfde jaar. Samen met een vriend had hij acht kilo dynamiet gestolen van een bouwplaats om een tramspoor op te blazen. Door vertraging van de tram vielen daarbij geen slachtoffers. Het motief achter de bomaanslagen was volgens de dader afpersing: hij was van plan geld te eisen van de Noorse Staatsspoorwegen (Norges Statsbaner) (NSB) in ruil voor het niet laten ontploffen van verdere bommen. Uiteindelijk werd hij veroordeeld tot elf jaar gevangenisstraf, onder meer voor de bomaanslag, poging tot moord en andere zware misdrijven.
Nasleep en nagedachtenis De aanslag had ook blijvende gevolgen voor de veiligheidsmaatregelen op Noorse stations. NSB besloot bagagekluizen te verplaatsen naar minder drukke locaties om het risico op soortgelijke incidenten te verkleinen. Ter nagedachtenis aan Elin Stoltenberg Dahl werd een landelijke geldinzameling gehouden voor een herdenkingsreliëf van kunstenares Nina Sundbye. Het reliëf, met vredesduiven en het woord ’vrede’ in verschillende talen, werd geschonken aan NSB. Hoewel het oorspronkelijk bedoeld was voor een prominente plek in de aankomsthal, kreeg het uiteindelijk een minder opvallende locatie.
Categorie:Aanslag in Noorwegen Categorie:Geschiedenis van Oslo Categorie:Misdrijf in 1982