Looft God, gij christenen, maakt Hem groot (Duits: Lobt Gott, ihr Christen alle gleich) is een kinderlied voor het kerstfeest waarvan tekst en melodie afkomstig zijn van Nikolaus Herman (circa 1480–1561) en dat voor het eerst werd gepubliceerd in de jaren 1550.

Overlevering De publicatie van de tekst wordt in oudere literatuur gedateerd op 1560, toen deze samen met de melodie in Wittenberg werd gedrukt.Choralboek uit het Klarissenklooster Bamberg (circa 1500). De melodie was echter al in 1554 in omloop met een andere tekst (Komt her, ihr lieben Schwesterlein).Die Sonttags Euangelia vnd von den fürnembstẽ Festen…, Nicolaus Herman, Joachimsthal, ca. 1560. Tevens is er een volledige maar slecht gezette versie van tekst en melodie rond 1550 bekend, gedrukt als een liedblad voor Kerst, met drie nieuwe kerstliederen, uitdrukkelijk bestemd voor de jeugd van Joachimstal: Drey geistliche Weyhnachtlieder, vom Newgebornen kindlin Jesu, für die Kinder im Joachimstal.Theo Mang, Sunhilt Mang (red.): Der Liederquell. Noetzel, Wilhelmshaven 2007, p. 1014–1015.

Sinds het begin van de 17e eeuw luidt de eerste regel Lobt Gott, ihr Christen, allzugleich.Staatsbibliothek zu Berlin: Digitaliseerde collecties. Dit is meestal ook de titel van orgelbewerkingen uit die periode. Van het oorspronkelijke kerstlied (acht coupletten) zijn er zes (1, 2, 3, 6, 7 en 8) opgenomen in Nederlandse liedboeken. Er zijn verschillende vertalingen in omloop, maar de meest bekende is die van C.P. Burger. Hij stelde deze in 1973 samen voor het Liedboek voor de Kerken (gezang 147).

Tekst Het thema van de tekst is de menswording van de Zoon, die eerst heel concreet en beeldend wordt beschreven en dan gekoppeld wordt aan de "vrolijke ruil", een thema uit de prediking van Maarten Luther, waarin God de armoede en schuld van de mens op zich neemt, waardoor de mens Gods vergeving en rijkdom verkrijgt. Hieronder de volledige Duitse tekst (8 coupletten, met metrische vertaling) + Vergelijking tekst (volledige versie) Duits (ca. 1550) Nederlandse vertaling 1. Lobt Gott, ir Christen, alle gleich,In seinem höchsten thron,Der heut schleust auff sein Himelreich,Und schenckt uns seinen Son. (bis) 1. Looft God, gij christnen, al tesaamin zijn verheven troon,die nu zijn rijk voor ons ontsloot,en schenkt aan ons zijn zoon. (bis) 2. Er kömpt aus seines Vaters schosUnd wird ein Kindlein klein,Er leit dort elend, nackt und blosIn einem Krippelein. (bis) 2. Hij daalt uit 's Vaders schoot terneeren wordt een kindje klein,Hij ligt hier arm en naakt en teeral in een kribje klein. (bis) 3. Er eussert sich all seiner gewalt,Wird nidrig und geringund nimpt an sich eins knechts gestalt,Der Schöpffer aller ding. (bis) 3. Hij neemt van heerlijkheid ontdaande knechtsgestalte aan,vernedert zich, een arme mens, Hij, aller Schepselen heer. (bis) 4. Er leit an seiner Mutter brust,Ir milch, die ist sein speis,An dem die Engel sehn irn lust,Denn er ist Davids reis, (bis) 4. Zijn moeder legt hem aan de borst,haar melk, die is zijn spijs,de engelen zien het en zijn blij,want hij is David’s zoon loot, (bis) 5. Das aus sein stamm entspriessen soltIn dieser letzten zeit,Durch welchen Gott auffrichten woltSein Reich, die Christenheit. (bis) 5. die uit zijn stam ontspruiten zou in deze laatste tijd,zodat op aarde bloeien zal Gods heerlijk koninkrijk. (bis) 6. Er wechselt mit uns wunderlich,Fleisch und Blut nimpt er anund gibt uns inn seins Vatern reichdie klare Gottheit dran. (bis) 6. Hij ruilt met ons, o wonder groot,neemt aan ons vlees en bloeden schenkt ons in zijns Vaders rijkeen goddelijke bestaan.(bis) 7. Er wird ein Knecht und ich ein Herr,das mag ein Wechsel sein,Wie könnd er doch sein freundlicher,Das herze Jhesulein. (bis) 7. Hij wordt een knecht en ik een heerdat is nog eens een ruil, Waar vind ik ooit zo'n vriend nog weer,als deze Jezus is . (bis) 8. Heut schleust er wider auff die thür,zum schönen Paradeis,der Cherub steht nicht meer darfür.Gott sey lob, ehr und preis. (bis) 8. En nu ontsluit Hij weer de poortnaar 't schone paradijs.De cherub staat er niet meer voor.God zij lof, eer en prijs! (bis)

Melodie De melodie wordt op verschillende wijzen geïnterpreteerd. Enerzijds wordt er gewezen op verwantschap met volkse muziek, zoals mijnbouwersliederen.Rudolf Wolkan (red.): Die Sonntags-Evangelia von Nicolaus Herman (1895), p. 28 f.; Internet Archive.Ingeborg Weber-Kellermann: Das Buch de Weihnachtslieder. Schott, Mainz 1982, p. 106–107. Volgens anderen vertoont de melodie ook verwantschap met de gregoriaanse introitus-antifoon Puer natus est nobis (Een kind is ons geboren), gecomponeerd in de zevende kerksmodus.Markus Bautsch: Über Kontrafakturen gregorianischen Repertoires – Puer natus est, geraadpleegd 3 december 2014.

De door toonherhalingen ritmisch voortstuwende melodie werd vooral in de barok vaak muzikaal bewerkt. Zo komen in het werk van Johann Sebastian Bach meerdere varianten van de melodie voor.

Literatuur Joachim Stalmann: 27 – Lobt Gott, ihr Christen alle gelijk. In: Gerhard Hahn, Jürgen Henkys (red.): Liederkunde zum Evangelischen Gesangbuch. Band 13. Vandenhoeck & Ruprecht, Göttingen 2007, , p. 16–22.

Externe links Volledige tekst met Nederlandse vertaling en achtergrondinformatie

Referenties

Categorie:Kerstlied Categorie:Hymne