Karl Heinrich Wilhelm Koppe (Hildesheim, 15 juni 1896 – Bonn, 2 juli 1975) was een Duitse officier, SS-Obergruppenführer (luitenant-generaal) en generaal in de Waffen-SS en de politie. Hij was Höherer SS- und Polizeiführer in het Rijksgouw Wartheland en tevens parlementslid voor de NSDAP in de Rijksdag.
Koppe gaf opdracht tot de moord op meer dan 2.000 geestelijk gehandicapten in Oost-Pruisen en was tijdens de Tweede Wereldoorlog mede verantwoordelijk voor de uitvoering van de Holocaust in het westelijke deel van Polen.
Leven Wilhelm was de zoon van gerechtsdeurwaarder Robert en diens echtgenote Franziska Koppe (geboortenaam Ising). Beide ouders werden in 1945 door Russische troepen geëxecuteerd, nadat bekend was geworden dat zij de ouders waren van een hoge SS-officier.Miller 2015, p.534.
Eerste Wereldoorlog Koppe kreeg privéonderwijs in Stolzenau en bezocht de hogere scholen in Stolzenau, Harburg en Wilhelmsburg. Na zijn het behalen van zijn AbiturBirn 1986, p.330. meldde hij zich in oktober 1914 als Kriegsfreiwilliger (oorlogsvrijwilliger) voor de Eerste Wereldoorlog en werd geplaatst bij het Schleswig-Holstein Pionier-Bataillon Nr. 9. In januari 1915 kwam hij met het 2e Veldcompagnie van het bataljon aan het Westfront. In december 1916 werd Koppe bevorderd tot Leutnant der Reserve (tweede luitenant in de militaire reserve). In januari 1917 werd Koppe als bataljons-gas-officier ingezet in Vlaanderen en raakte gewond.
Interbellum Na de wapenstilstand van Compiègne en zijn demobilisatie werd Koppe in december 1918 ontslagen werd uit het Deutsches Heer. Hij werkte als zelfstandige koopman en uitbater en had een groothandel in tabakswaren en levensmiddelen.
In maart 1925 trouwde Koppe met Käthe Lohmann (geboren 10 april 1900 te Harburg-Wilhelmsburg - 20 september 1980). Het echtpaar kreeg een dochter (22 juli 1926) en zoon (26 november 1930 - 5 oktober 1986), de dochter trouwde later met de aristocraat Arnold von Rotberg een afstammeling van de generaal en waarnemend minister in het Koninkrijk Beieren Eduard Anton von Rotberg.
In september 1930 werd Wilhelm Koppe lid van de NSDAP en de Sturmabteilung (SA).Schreiber 2008, p.47. In november 1933 was hij kandidaat voor de Rijksdag en werd voor de regio's Zuid-Hannover-Brunswijk en later voor Weser-Ems gekozen. Hij behield zijn zetel tot het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Begin 1932 stapte Koppe over naar de SS. Hij maakte snel carrière binnen de Schutzstaffel en werd in april 1933 bevorderd tot SS-Standartenführer (kolonel).Klee 2021, p.330. Samen met zijn bevorderingen tot SS-Oberführer en SS-Brigadeführer (brigadegeneraal) voerde Koppe het commando over de SS-Abschnitte XVII en de SS-Oberabschnitte "Südwest". De Reichsführer-SS Heinrich Himmler werd zich van hem bewust en bevorderde hem in september 1936 tot SS-Gruppenführer (generaal-majoor). Himmler commandeerde Koppe naar Saksen om daar Lothar Beutel op te volgen als hoofd van de SD-Oberabschnitt Elbe. Tegelijk werd hem de leiding over de Staatspolizeileitstelle Dresden (vrije vertaling: staatspoltie meldkamer) overgedragen,Miller 2015, p.527. terwijl Koppe geen ervaring met de politie of de inlichtingendienst had. De achtergrond van Himmlers besluit voor de personeelswissel, was zijn hoop dat Koppe zich zou laten gelden in het competentiegeschil tussen de gouwleider Martin Mutschmann en de Gestapo.
Formeel was Koppe, als verantwoordelijke voor politieke en politionele zaken bij het Saksische ministerie van Binnenlandse Zaken, verplicht de deelstaatregering informatie te verstrekken over de activiteiten van de geheime politie in de deelstaat. Aan de andere kant mocht deze insinuatie niet in strijd zijn met de instructies van zijn meerdere, Reinhard Heydrich. Koppe, die in Dresden woonde en werkte, concentreerde zich vooral op zijn werk als hoofd van de Gestapo. Het meeste werk voor de SD liet hij over aan zijn plaatsvervanger in Leipzig, het hoofdkwartier van de SD-Oberabschnitt Elbe. In maart 1938 werd hij benoemd tot plaatselijk Inspekteur der Sicherheitspolizei und des Sicherheitsdiensten für Sachsen (vrije vertaling: Inspecteur van de Veiligheidspolitie en de Veiligheidsdiensten voor Saksen).
Tweede Wereldoorlog Na de Poolse Veldtocht werd Koppe eind september 1939 belast in het Militärbezirk Posen met de organisatie van de Volksdeutscher Selbstschutz (vrije vertaling: Volksduitse Zelfbescherming) en de opbouw van de SS- en politie-eenheden. Op 26 oktober 1939 volgde zijn benoeming tot HSSPF Warthegau met zijn kantoor in Posen. Tegelijk was Koppe Reichskommissars für die Festigung deutschen Volkstums (vrije vertaling: gevolmachtigden voor de hervestiging van Volksduitsers). In een brief van 12 november 1939 schreef hij aan het Generaal-gouvernement dat 100.000 Joden en 200.000 Polen uit zijn gebied (vooral uit Posen, Łódź, Gnesen en Hohensalza) moesten worden verdreven om plaats te maken voor Baltische Duitsers.Google Boeken: Der Judenmord in Polen und die deutsche Ordnungspolizei 1939-1945. p.59. Geraadpleegd op 17 oktober 2025.
Aan het einde van mei en het begin van juni 1940 organiseerde Koppe de massamoord met behulp van gaswagens op 1558 Duitse en ongeveer 300 Poolse gehandicapte mensen in het Oost-Pruisische doorgangs- en concentratiekamp Soldau. De uitvoering werd verricht door het Sonderkommando Lange, dat onder zijn bevel stond. Op 18 oktober 1940 schreef hij aan de HSSPF Nord-Ost, Jakob Sporrenberg, dat hij met Sporrenbergs voorganger, Wilhelm Rediess, een bedrag van 10 RM was overeengekomen voor de "evacuatie" van elke zieke persoon en dat hij nu de resterende 15.580 RM eiste. Later informeerde Koppe bij Himmler of 30.000 ongeneeslijk zieke Poolse tuberculosepatiënten konden worden gedood.Kershaw 2000, p.690.
Koppe was hoofdverantwoordelijke voor de deportatie van de Joden uit het Ghetto Litzmannstadt naar het vernietigingskamp Kulmhof. Op 10 september 1941 zond hij Himmler een brief waarin hij aanbod om de 60.000 Joden uit het Duitse Rijk op te nemen in het getto.Longrich 2012, p.659. In opdracht van de gouwleider Arthur Greiser en Koppes richtte het Sonderkommando Lange in Chełmno nad Nerem een vernietigingskamp op. Van december 1941 af vonden er massamoorden op Joden en “zigeuners” plaats met behulp van gaswagens.Google Boeken: Die nationalsozialistischen Konzentrationslager – Entwicklung und Struktur. Band I. p.499. Geraadpleegd op 5 november 2025. Koppe droeg het toezicht op het Sonderkommando Lange, dat officieel onder zijn bevel stond, over aan de plaatselijke Inspekteur der Sicherheitspolizei und des SD Ernst Damzog.
Van 9 november 1943 werd hij als opvolger van de staatssecretaris voor Veiligheid in de regering van het Generaal-gouvernement en HSSPF Ost Friedrich-Wilhelm Krüger onder de Gouverneur-Generaal Hans Frank. In deze functies was hij verantwoordelijk voor de nazimisdaden binnen het Generaal-gouvernement en was hij direct ondergeschikt aan de gouverneur-generaal. Omdat de Koppe als staatssecretaris echter ook Himmlers vertegenwoordiger bij de RKFdV was, kon hij ook rechtstreeks bevelen aan Koppe geven. Begin juli 1944 werd Koppe bevorderd tot generaal in de Waffen-SS.
Op 11 juli 1944 overleefde hij een moordaanslag door strijders van het Armia Krajowa in Krakau. Dit nadat twintig verzetsstrijders het vuur openden op zijn gepantserde dienstvoertuig kort nadat deze was vertrokken vanaf het Koninklijke Kasteel van Wawel. Koppe wist zich te verschuilen op de vloer van de wagen, maar zijn adjudant raakte dodelijk gewond. Twee aanvallers kwamen om bij het incident en drie raakten ernstig gewond en werden elf dagen later geëxecuteerd.Google Boeken: Krakauer Burg: die Machtzentrale des Generalgouverneurs Hans Frank, 1939-1945. p.167. Geraadpleegd op 5 november 2025. Miller 2015, p.532.
In de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog werd Koppe commandant van de Sonderstab III van de Heeresgruppe Weichsel. Op 20 april 1945 verving hij de HSSPF Süd SS-Obergruppenführer Karl von Eberstein, die wegens “defaitisme” en op aandringen van Martin Bormann en met de toestemming van Heinrich Himmler uit zijn functie werd gezet. Miller 2015, p.533.Bartrop 2019, p.175.
Na de oorlog In mei 1945 vluchtte Koppe met de zogenaamde Rattenlijn Noord met valse papieren identiteitspapieren en nam hij een alias aan (Lohmann, de achternaam van zijn vrouw). Hij werd directeur van een chocoladefabriek Sarotti in Bonn. In 1960 werd hij geïdentificeerd en gearresteerd, maar op 19 april 1962 op borgtocht vrijgelaten. In de toenmalige bondshoofdstad werkte zijn dochter als secretaresse bij het Bondsministerie van Defensie.Schreiber 2008, p.48. Zijn zoon Manfred Lohmann werkte als advocaat in Bonn en lobbyde begin jaren zestig, samen met Werner Best, bij politici voor straffeloosheid voor nazidaders.Google Boeken: Ahnden oder amnestieren? Westdeutsche Justiz und Vergangenheitspolitik in den sechziger Jahren. p.211. Geraadpleegd op 5 november 2025.
Begin jaren zestig werd hij onderzocht wegens moordoperaties in het oosten binnen zijn verantwoordelijkheidsgebied. Op 1 februari 1960 werd hij gearresteerd en direct in hechtenis genomen. Tijdens de verhoren ontkende Koppe zijn verantwoordelijkheid voor het vernietigingskamp Kulmhof. Op 2 februari 1960 verklaarde hij tijdens zijn getuigenis: "Destijds betekende ‘evacuatie’ de fysieke uitroeiing van de Joden".
In 1961 legde Adolf Eichmann tijdens zijn proces in Israël belastende verklaringen tegen Koppe af, die werden doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie in Bonn. Koppe werd op 19 april 1962 echter op borgtocht vrijgelaten (30.000 DM). In 1964 werd in Bonn een gerechtelijke procedure tegen hem geopend. Daarbij werd hij onder meer in verband gebracht met het bloedbad in Kulmhof en aangeklaagd wegens “verdenking van medeplichtigheid aan massamoord in 145.000 gevallen”.
De procedure werd vervolgens om “gezondheidsredenen” opgeschort. In 1966 wees het Landgericht van Bonn de opening van het hoofdproces uiteindelijk af wegens ziekte.
De Frankfurter Allgemeine Zeitung merkte naar aanleiding van de zaak op: "Koppe, van wiens verleden in Bonn niemand iets wist, speelde tot aan zijn arrestatie een aanzienlijke rol in de samenleving van de federale hoofdstad".Schreiber 2008, p.49.
Koppe leefde daarna ongestoord verder tot aan zijn overlijden in 1975 en werd begraven op de begraafplaats Rüngsdorf, Bad Godesberg; afd.: 1, graf: 333/334ww2gravestone.com. Gezien op 11 augustus 2016.
Carrière Koppe bekleedde verschillende rangen in zowel de Allgemeine-SS als Waffen-SS. De volgende tabel laat zien dat de bevorderingen niet synchroon liepen.