Intermusculaire coördinatie beschrijft de coördinatie tussen verschillende spieren en spiergroepen. Deze worden gebruikt voor lichaamsbewegingen, stabilisatie van gewrichten en stabilisatie van de lichaamshouding.
Het centrale zenuwstelsel regelt de positionering van gewrichten via anticiperende en corrigerende houdingsaanpassingen die de optredende intersegmentale krachten tegengaan.
De specifieke rol en hiërarchie van bepaalde spieren en hun betekenis voor bepaalde bewegingen worden verder gedifferentieerd in de literatuur.
Gebruik Gewrichten worden gestabiliseerd door samenwerkende spieren, de zogenaamde synergisten. Verschillende synergisten hebben gedeeltelijk vergelijkbare functies. Daarom kan een bepaalde beweging ontstaan door verschillende combinaties en samenwerkingen van spieren die op een bepaald gewricht inwerken.
Zelfs spieren die niet direct verbonden zijn met een bepaald gewricht kunnen een stabiliserende functie voor datzelfde gewricht vervullen. Voor een duidelijke specificatie van de functie van een spier is het noodzakelijk om de spierfunctie van niet direct betrokken spieren bij bepaalde bewegingen nauwkeurig te meten via elektromyografie.
Complexe bewegingsstructuren worden in het cerebellum gecoördineerd via somatosensorische feedback door middel van psychomotorisch leren.
Voorbeelden Het vestibulo-cerebellum regelt het evenwicht en de oogbewegingen. Daardoor blijft het zicht stabiel en behouden de romp- en dijspieren hun spanning tijdens de bewegingen. Het spinocerebellum coördineert de activiteit van de armspieren ten opzichte van elkaar. Het pontocerebellum coördineert de vingers en hun spierbewegingen.
Referenties
Categorie:Spierstelsel