Post-theïsme is een filosofische en religiewetenschappelijke benadering waarin wordt gesteld dat de klassieke tegenstelling tussen theïsme en atheïsme haar verklarende of culturele betekenis grotendeels heeft verloren. Daarnaast verwerpen post-theïsten het onderscheid tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke omdat zij met name uitgaan van de werkelijkheid zelf.
Binnen dit perspectief wordt het geloof in een persoonlijke, monotheïstische God beschouwd als behorend tot een eerdere fase van de menselijke en culturele ontwikkeling. Post-theïstische denkers zoeken naar nieuwe manieren om over God te spreken en religieuze betrokkenheid vorm te geven. Dit gebeurt vaak vanuit, of in gesprek met, bestaande tradities, hoewel deze tradities daarbij ook kritisch worden bevraagd.
Begripsafbakening Post-theïsme dient te worden onderscheiden van zowel klassiek atheïsme als traditioneel theïsme. Waar het theïsme uitgaat van het bestaan van een persoonlijke God die actief ingrijpt in de wereld, en het atheïsme deze voorstelling expliciet ontkent, stelt het post-theïsme dat deze tweedeling zelf problematisch of achterhaald is. Volgens post-theïstische denkers zijn beide posities gevormd binnen hetzelfde religieuze denkkader en delen zij daarmee vergelijkbare aannames.
In plaats van een ontkenning of bevestiging van God centraal te stellen, richt het post-theïsme zich op de wijze waarop religieuze taal, symboliek en instituties historisch zijn gevormd en hoe hun betekenis kan verschuiven naarmate maatschappelijke omstandigheden veranderen. Binnen dit kader wordt soms nog gesproken over Gods transcendentie, maar niet in de betekenis van een bovennatuurlijke werkelijkheid die losstaat van de wereld. Transcendentie wordt veeleer opgevat als immanent aan de werkelijkheid zelf zoals blijkt uit deze zin van Taede Smedes: "dat wat ons overstijgt is niet iets bovennatuurlijks, maar is de werkelijkheid zelf".
Oorsprong en ontwikkeling Een vroege expliciete formulering van post-theïstisch denken is te vinden bij het liberale christendom. De Amerikaanse theoloog Frank Hugh Foster stelde in een lezing uit 1918 dat de moderne cultuur een ‘post-theïstisch stadium’ had bereikt. Volgens Foster had de mensheid in toenemende mate handelingsvermogen en creativiteit naar zich toegetrokken die eerder aan God werden toegeschreven.Gary J. Dorrien, The Making of American Liberal Theology: Idealism, Realism, and Modernity, 1900-1950 (2003), , p. 177f.
In de twintigste eeuw werd het begrip verder verdiept binnen de filosofie en theologie. De Britse theoloog Denys Turner heeft betoogd dat het denken van Karl Marx kan worden begrepen als post-theïstisch. Volgens Turner koos Marx niet simpelweg voor atheïsme boven theïsme, maar verwierp hij de binaire keuze die onder meer door Ludwig Feuerbach in 'Het wezen van het christendom' was geformuleerd. Daarmee zou Marx’ positie tegelijkertijd post-theïstisch en post-atheïstisch zijn.
Turner stelt dat Marx eenvoudig atheïsme beschouwde als even ideologisch geladen als het theïsme dat het verwerpt. Atheïsme dat louter bestaat uit de directe ontkenning en omkering van theïstische claims, zou volgens Marx binnen hetzelfde denkraam als theïsme blijven opereren. Marx benadrukte bovendien dat religie op zichzelf inhoudsloos is, maar haar bestaan ontleent aan concrete maatschappelijke omstandigheden. Wanneer die omstandigheden veranderen of verdwijnen, zou religie volgens hem vanzelf haar functie verliezen.
Verwante ideeën en invloeden Post-theïsme vertoont raakvlakken met verschillende andere stromingen en denkbeelden en wordt doorgaans gerekend tot het bredere spectrum van het non-theïsme. Vaak wordt verwezen naar Friedrich Nietzsches uitspraak dat "God dood is", waarmee hij wees op het verlies van vanzelfsprekende religieuze grondslagen in de moderne cultuur. Deze uitspraak wordt binnen post-theïstische contexten doorgaans niet opgevat als een simpele ontkenning van God, maar als een analyse van culturele en morele verschuivingen.
Daarnaast zijn er overeenkomsten met het transtheïsme, zoals uitgewerkt door theologen en denkers als Paul Tillich, en in meer boeddhistisch geïnspireerde contexten door Pema Chödrön. In deze benaderingen staat niet een persoonlijke God centraal, maar een meer abstract of existentieel verstaan van het ultieme of het heilige.
Verwante religieuze stromingen Wat deze stromingen met elkaar gemeen hebben, is dat zij het onderscheid tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke minder scherp trekken en de werkelijkheid vaak als één samenhangend geheel benaderen. Religieuze tradities worden daarbij niet opgevat als strikt van elkaar gescheiden systemen, maar als uiteenlopende historische en culturele uitdrukkingen van vergelijkbare fundamentele vragen en ervaringen.
Naast filosofische en theologische benaderingen wordt het post-theïstische gedachtegoed soms in verband gebracht met religieuze stromingen die afstand nemen van exclusieve godsvoorstellingen en dogmatische waarheidsclaims. Deze stromingen formuleren religie veelal in ethische, symbolische of universele termen, waarbij de nadruk ligt op menselijke ontwikkeling, spiritualiteit en verbondenheid.
Voorbeelden hiervan zijn het baháʼí-geloof, dat uitgaat van de eenheid van religies en religieuze openbaring beschouwt als een historisch zich ontvouwend proces, en het universeel soefisme, waarin mystieke ervaring en spirituele praktijk centraal staan zonder strikte binding aan een specifieke theïstische leer. Ook bepaalde vormen van het boeddhisme, waarin geen scheppende persoonlijke God wordt verondersteld, en de gnostiek, die de nadruk leggen op innerlijke kennis en ervaring boven dogmatische godsbeelden, worden soms in dit bredere verband genoemd.
Hoewel deze stromingen niet noodzakelijkerwijs als post-theïstisch worden aangeduid, delen zij met het post-theïsme een kritische houding ten opzichte van traditionele theïstische categorieën en een benadering van religie als historisch en cultureel gevormd verschijnsel.
Plaats binnen religiestudies Binnen de religiewetenschap wordt post-theïsme vooral gebruikt als analytisch concept om hedendaagse vormen van religiositeit, zingeving en secularisering te beschrijven. Het begrip wordt ingezet om ontwikkelingen te duiden waarin traditionele godsvoorstellingen hun centrale positie verliezen, terwijl religieuze taal, ethiek of rituelen in aangepaste vorm blijven voortbestaan. Post-theïsme is daarmee geen eenduidige doctrine, maar een verzamelterm voor uiteenlopende benaderingen die de klassieke tegenstelling tussen theïsme en atheïsme overstijgen.
Referenties
Categorie:Godsdienstfilosofie Categorie:Postmodernisme