De Onze-Lieve-Vrouw Tenhemelopnemingkerk is een rooms-katholiek kerkgebouw in de Groningse plaats Stadskanaal. De huidige kerk aan de Poststraat 38, een ontwerp van architect Jan van Dongen jr., werd in 1954 ingewijd. Het gebouw verving een sobere waterstaatskerk uit 1848 die na ruim een eeuw in zeer slechte staat verkeerde. Geschiedenis Eerste kerk en de 'armoedzaaiers' (1840–1848)

De geschiedenis van de parochie is nauw verbonden met de ontginning van de Groningse en Drentse veenkoloniën. Rond 1840 verzochten de katholieke voormannen B.H. Sinnige en C.W. Pruimers koning Willem II om een eigen kerk. Stadskanaal groeide destijds gestaag, maar de katholieke bewoners en seizoenarbeiders moesten voor de mis nog reizen naar Veendam of Oude Pekela.

De plannen stuitten aanvankelijk op verzet van burgemeester Karskens van Onstwedde. Hij vreesde dat een katholieke kerk buitenlandse veenarbeiders zou aanmoedigen zich permanent te vestigen, wat volgens hem enkel zou leiden tot meer "armoedzaaiers" die in de wintermaanden afhankelijk zouden zijn van de lokale bedeling. Zijn opvolger, burgemeester Roessingh, was de katholieken in 1845 gunstiger gezind en erkende dat de afstand tot de omliggende kerken te groot was voor de inmiddels 263 parochianen.

Bij Koninklijk Besluit van 9 oktober 1847 werd de bouw goedgekeurd. Onder toezicht van Waterstaat-ambtenaar W.L. Hasselbach werd voor 5.000 gulden een kerk met pastorie gebouwd nabij de Drouwenermond. De inwijding op 24 oktober 1848 was een streng gereguleerde gebeurtenis: parochianen moesten voor een kwartje een toegangskaartje kopen en drie veldwachters waren aanwezig om de orde te handhaven. De kerk kreeg de officiële naam H. Maagd Maria, Hulp van de Christenen. Verbouwing en verval (1870–1939)

Vanwege de snelle groei van het dorp bleek de kerk al snel te klein. In 1882 onderging het gebouw onder architect Balvert een ingrijpende "gedaanteverwisseling", waarbij een neogotisch priesterkoor met gemetselde gewelven en gebrandschilderde ramen werd toegevoegd. Door de krappe afmetingen van het perceel lag de kerk echter weggestopt achter de pastorie, waardoor het gebouw vanaf de openbare weg nauwelijks zichtbaar was.

In de jaren '20 van de 20e eeuw was de staat van de kerk zorgwekkend. Pastoor J.R. de Boer startte in 1931 een landelijke bedelactie met een brief waarin hij klaagde over het "prutserige klokketorentje" en de desolate toestand van het gebouw. De actie leverde echter slechts 266,43 gulden op. Hoewel architect Hendrik van de Leur — een leerling van Dom Bellot — in 1936 een prijsvraag won voor een nieuwe kerk van 70.000 gulden, verbood aartsbisschop De Jong de bouw vanwege de economische crisis. Na een inspectie in 1939 was het advies onverbiddelijk: de pastorie was versleten en de kerk vertoonde scheuren en lekkages, maar restauratie was niet langer rendabel. De huidige kerk (1947–1954) Ontwerp en architectkeuze

Na de Tweede Wereldoorlog pakte pastoor Nic. G. Jansen de plannen weer op. In mei 1949 maakte hij schoon schip in het parochiearchief door alle vooroorlogse ontwerpen van architecten als Van Beek, Bakx en Van de Leur te laten vernietigen. Op voordracht van deken Veltman en bouwkundig inspecteur Starmans werd de Apeldoornse architect Jan van Dongen jr. aangezocht.

Van Dongen kreeg de opdracht een kerk met 400 zitplaatsen te ontwerpen, maar stuitte op de sobere eisen van het aartsbisdom. Men wilde aanvankelijk geen toren en zelfs het gebruik van goedkope "Zweedse spanten" werd gesuggereerd. Van Dongen verzette zich hiertegen, omdat hij dit materiaal minderwaardig achtte voor een waardig godshuis. Strijd om de toren

De bouw van de toren werd een slepende kwestie. Het aartsbisdom en de regering weigerden aanvankelijk een bouwvergunning voor een toren en een vergaderlokaal. Pastoor Jansen was echter vastberaden en bood zelfs aan de centrale verwarming van de pastorie te laten vervallen als "wisselgeld" voor de torenbouw. Hij stelde dat een volwaardige toren met kruis essentieel was voor de uitstraling van het katholieke geloof in de regio.

Uiteindelijk kreeg hij in augustus 1953 groen licht. De oude waterstaatskerk werd gesloopt en de parochianen kerkten tijdelijk in een noodkerk: een voormalige fabriek (en later badhuis) aan de Drouwenerstraat. Architectonische kenmerken

De huidige kerk werd gebouwd door de lokale aannemer Bröring voor een bedrag van 190.200 gulden.

Exterieur: De kerk heeft een robuust, traditioneel uiterlijk met een toren van 19,5 meter hoog. De toren is ontworpen voor drie klokken (maximaal 100 cm diameter), al werd er bij de bouw slechts één luidklok geplaatst. Voor de kerk ligt een ruim kerkplein van 28 bij 28 meter.

Interieur: Het schip biedt plaats aan 400 gelovigen. Hoewel de kerk soberder is uitgevoerd dan de ontwerpen uit de jaren '30, is het interieur ruimer. Dit bleek achteraf een gelukkige omstandigheid, aangezien de parochie in de jaren '60 fors zou groeien door de uitbreiding van Stadskanaal.

De kerk werd op 17 augustus 1954 officieel ingewijd, waarmee een periode van ruim dertig jaar bouwvalligheid en onzekerheid werd afgesloten.

Categorie:Bouwwerk van Jan van Dongen jr. Categorie:Kerkgebouw in Stadskanaal Categorie:Kerkgebouw in het bisdom Groningen-Leeuwarden