Een oetsjastok (Russisch: ) of politieprefectuur (, ) was een territoriaal-bestuurlijke eenheid van het derde niveau in het Russische Rijk en de eerste jaren van de Sovjet-Unie tot 1930. Meestal was een oetsjastok een deeleenheid van een oejezd, dat zelf een deeleenheid was van een goebernija, oblast of okroeg. De functie was het meest te vergelijken met een gemeentelijk district.
Geschiedenis Bij de Russische bestuurlijke hervormingen van 1708-1710 door tsaar Peter de Grote werd Rusland onderverdeeld in goebernija (gouvernementen). De bestuurlijke onderverdeling in oejezden werd in eerste instantie afgeschaft, maar werd bij de bestuurlijke hervormingen van 1727-1728 onder Catharina I opnieuw ingevoerd.
Oblasten (regio's) bestonden uit okroegen (militaire districten) of otdels (Kozakkendistricten). Deze laatste eenheden waren meestal onderverdeeld in oetsjastokken of volosten. Binnen het onderkoninkrijk van de Kaukasus correspondeerde het bestuurlijke niveau van oetsjastok in de meeste andere delen van het Russische Rijk met het niveau van volost. In de oblast Dagestan was tot ongeveer 1900 naibate in gebruik, het equivalent van een oetsjastok.
Bij de bestuurlijke hervormingen van 1923-1929 van de Sovjet-Unie werden veel oetsjastokken omgevormd tot rajons (districten), die direct ondergeschikt werden gemaakt aan hun sovjetrepubliek (SSR) in plaats van aan een extra tussenlaag, zoals een oejezd, oblast of okroeg.
Bestuur miniatuur|Een Azerbeidzjaanse pristav. Een oetsjastok bestond meestal uit een aantal plattelandsgemeenschappen (, ), die op hun beurt uit een of meer dorpen bestonden. Aan het hoofd van een oetsjastok stond een zogeheten pristav (), de prefect van het district, die zetelde in de hoofdplaats van het district. Deze positie is te vergelijken met de baljuw in de Lage Landen.
De pristav was een vertegenwoordiger van het koninklijk gezag en leidde een kleine politie- en administratieve eenheid. Gedurende de 18e en 19e eeuw werd dit model van bestuur en het bestendigen van de keizerlijke macht verder ontwikkeld over alle delen van het Russische Rijk via de politiedistricten dicht op de lokale gemeenschappen.
Territoriale reikwijdte Bij de indeling van de districten werd in eerste instantie geen rekening gehouden met geografische, nationale of economische kenmerken. Er gold uitsluitend een kwantitatief criterium in de gouvernementshervormingen van 1775, namelijk dat het aantal inwoners in gouvernementen tussen de 300.000 en 400.000 mannen moest zijn en in een oetsjastok rond de 30.000 mensen.
Deze aanpak leidde in met name het dunbevolkte oosten en noorden van het Russische Rijk tot disproportioneel en onwerkbaar grote gebieden, wat versterkt werd toen aanvullende wetgeving in de 19e eeuw een verhouding vastlegde van de hoeveelheid politieagenten ten opzichte van het aantal inwoners en niet het oppervlak. Een wet uit 1866 schreef voor dat op het platteland een verhouding gold van een agent op 2500 inwoners en in de steden een op de 1500.
Zie ook Volost in het Russische Rijk Gemeentelijk district in de Russische Federatie
Referenties
Categorie:Gebiedsnaam Categorie:Russisch begrip