De Schodnja-schedel (Russisch: Сходненский череп, Engels: Skhodnya skull) is een schedeldak van een vroege moderne mens uit de late ijstijd, in 1939 gevonden vlakbij de samenvloeiing van de Schodnja en de Moskva nabij de stad Toesjino, sinds 1960 deel van Moskou. Het is met een geschatte leeftijd van 16.000-10.000 jaar geleden het vroegste bewijs van menselijke aanwezigheid in de regio Moskou, en tevens het vroegste bewijs van gewoven textiel ter wereld.
De ontdekking werd in juli 1939 gedaan door hoofdstandaardiseerder P. Tsjernysjov aan de linkeroever van de rivier de Schodnja tijdens de aanleg van een drainageput voor een waterkrachtcentrale, of volgens andere bronnen een omleidingskanaal of simpelweg het Moskoukanaal. Informatie over de exacte locatie van de ontdekking varieert, mogelijk omdat de waterkrachtcentrale als een geheime faciliteit werd beschouwd. De schedel werd gevonden op een diepte van 4 meter. Het onderste deel van de schedel was kennelijk tijdens de bouwwerkzaamheden in de Schodnja terechtgekomen. Tijdens latere opgravingen bleken de lagen waarin de schedel werd gevonden botten van prehistorische dieren te bevatten, voornamelijk die van de oeros en muskusos. Ook werden grote mammoetbotten ontdekt. Houtresten van berk, wilg en els zijn eveneens op hetzelfde niveau als de schedel te vinden, wat wijst op de paleoflora waarin de mens in die tijd leefde.
De vondst werd onderzocht door Otto Bader en geïdentificeerd als behorend tot een overgangsvorm van de neanderthaler naar de moderne mens. Volgens Bader waren de neanderthalerachtige kenmerken van de schedel het meest opvallend: uitstekende wenkbrauwbogen die een bijna doorlopende richel vormden, en een extreem laag, terugwijkend voorhoofd. Moderne wetenschappers neigen er meer naar om het te classificeren als vroege moderne mens. De schedel diende als bewijs voor wetenschappers die de neanderthaler beschouwden als de directe voorouders van de moderne mens, en overgangsvormen tussen de neanderthaler en de moderne mens erkennen. De schedelkap was bedekt met de afdruk van een fijnmazig net, dat alle kenmerken van textiel vertoonde. Er is gesuggereerd dat de man iets droeg dat op een muts leek, hoewel de aanwezigheid van textiel in het paleolithicum verrassend lijkt en in tegenspraak is met gangbare opvattingen over de materiële cultuur van die tijd.
De bijzondere betekenis van de schedel ligt in het feit dat er geen ander archeologisch bewijs is van de aanwezigheid van moderne mensen in het gebied van het huidige Moskou tijdens het laatpaleolithicum, hoewel er elders wel vondsten zijn gedaan zoals in Zarajsk, op de grens van de oblast Moskou, en in Soengir, in de oblast Vladimir. Het bestaan van menselijke bewoning in die periode is dan ook vaak in twijfel getrokken. Volgens antropoloog Georgi Debets was de Schodnja-schedel een zeldzaam geval van een paleoantropologische vondst die vóór archeologische vondsten werd gedaan.
De schedel bevindt zich momenteel in de collectie van het Museum voor Antropologie van de Staatsuniversiteit van Moskou, en een kopie ervan is te zien in het Archeologisch Museum van Moskou (een dependance van het Museum van Moskou aan het Manezjnajaplein).
Categorie:Geschiedenis van Moskou Categorie:Laat-paleolithicum in Rusland