miniatuur|'Springen van 't kaper schip de Dappere Patriot'. De Dappere Patriot was een schip dat in de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog door een Haagse rederij ingezet werd voor de kaapvaart. Op 14 augustus 1781 raakte het op de Noordzee in gevecht met een Brits marineschip. Daarbij vatte de kruitkamer vlam waardoor de Dappere Patriot in de lucht vloog en alle bemanningsleden omkwamen.
Oorlog Direct na de Britse oorlogsverklaring op 20 december 1780 zeilden Britse kapers de Noordzee op om Nederlandse koopvaarders te kapen die nog niet op de hoogte waren van de oorlog. De Republiek bezat een handelsvloot van meer dan 16.000 schepen. Meer dan 400 werden er het eerste halfjaar van de oorlog door de Britten buitgemaakt. De Nederlandse marine was na de nog redelijk succesvol verlopen Slag bij de Doggersbank niet meer bij machte om in actie te komen tegen de veel grotere Britse marine. Als gevolg van de jarenlange neutraliteitspolitiek was de vloot verwaarloosd. Resteerde de kaapvaart, ook wel commissievaart genoemd, waarbij particuliere reders en zeelieden werden gevraagd een bijdrage te leveren aan de oorlogsinspanning. Tegenwoordig gebeurt dat alleen voor transport, maar destijds konden handelsschepen ook vrij gemakkelijk uitgerust worden als oorlogsschepen, die jacht konden maken op schepen van de vijand. Zij ontvingen daarvoor van de autoriteiten een kaperbrief, of commissiebrief. Van een eventuele buit moest volgens traditie tien procent afgestaan worden aan de prins van Oranje.
In 1780 was het al 67 jaar geleden dat er voor het laatst kaperschepen voor de Republiek waren uitgevaren. In totaal zouden in deze oorlog 107 Britse schepen gekaapt worden en van 55 werd onder dreiging daarvan losgeld verkregen. Hoewel niet te vergelijken met de prestaties in de 17e eeuw waren de Nederlandse kapers met een totale opbrengst van naar schatting ongeveer tweeëneenhalf miljoen gulden veel succesvoller dan vaak gedacht wordt. Dat gold echter niet voor de Dappere Patriot.
De Vaderlandslievende Rederij miniatuur|320x320px|'Het springen van den Hollandsche Haagsche Kaaper den Dappere Patriot den 14 Augusty 1781'. De Staten-Generaal deden bij hun oproep tot kaapvaart vooral een beroep op de vaderlandsliefde van burgers en maakte de kaapvaart voor hen extra interessant door op 12 januari 1781 een premie uit te loven van 150 gulden voor iedere Brit die gevangen werd genomen of gedood werd en voor elke pond geschut dat veroverd of vernietigd werd. Over de buit hoefde geen belasting betaald te worden. Zeelieden die gewond raakten zouden op kosten van de staat worden verzorgd. Diezelfde maand werd in Den Haag door het bankiershuis Jaques Bergeon en Co.Jacques Bergeon kwam oorspronkelijk uit Middelburg en was later in Den Haag een bekende advocaat, bankier, beurshandelaar en kunstverzamelaar. Tegen het eind van de jaren 1780 raakte hij in financiële moeilijkheden, zodat na zijn dood in 1789 zijn verzameling en zijn landgoed Brittenrust bij Alphen aan de Rijn publiekelijk verkocht moesten worden. de eerste kaapvaartrederij opgericht: de Vaderlandlievende Kaap-Rhederye, die met het schip de Dappere Patriot de kaapvaart tegen de Britten ging bedrijven. Het kapitaal van de rederij werd verdeeld in aandelen van honderd gulden, waar iedereen op kon inleggen. Op 18 mei kreeg Bergeon de commissiebrief van de Admiraliteit van Zeeland, in eerste instantie op naam van kapitein Klaas Pronk en op 6 juli op naam van zijn vervanger Daniël Verbaan. Verbaan werd volgens patriotse democratische principes, ongebruikelijk op kaperschepen, bijgestaan door een scheepsraad waarin besluiten werden genomen met meerderheid van stemmen. In principe was het de bedoeling om op ieder schip te jagen en dan met de kaperbrief in een roeiboot naar het andere schip te varen om het te controleren. Een neutraal schip moest men laten gaan. Een Brits schip kon desnoods met geweld als prijs worden meegenomen of gedwongen worden losgeld te betalen.
Uitrusting van het kaperschip De Dappere Patriot was een hoeker, een schip dat ook geroeid kon worden met rond de acht roeiriemparen. Het was bewapend met 16 stuks vierponds geschut en 16 halfponds draaibassen. Een vrij zware bewapening voor een kaperschip maar licht in vergelijking met de maximaal 32 ponds geschut van marineschepen. Verder was er een grote hoeveelheid kogels aan boord en tien donderbussen, dertig snaphanen, honderd pistolen, veertig houwers, twintig scheepspieken, honderd handgranaten, twintig enterbijlen, twee enterdreggen en 4000 pond buskruit. Bijna de helft van de bemanning van 54 personen waren Scheveningers. De kapitein Daniël Verbaan kwam uit Ter Heijde maar woonde in Scheveningen. Zeven bemanningsleden waren buitenlanders. Op 20 juli voer de Patriot voor het eerst uit vanuit Texel. Het achtervolgde een poos een Brits fregat in de buurt van Camperduin, dat dichterbij gekomen echter veel te sterk bleek. Bovendien constateerde men dat ‘de Patriot van boven enigsints te zwaar getuigt was’, zodat men naar Vlaardingen voer om het te herstellen.
Gevecht op de Noordzee miniatuur|'Het opvliegen van het Hollandsch kaperschip de Dappere Patriot'. Op zondag 12 augustus trouwde Verbaan in Scheveningen nog met Grietje van Duivenbode. Acht maanden later zou Daniël junior geboren worden. Op 13 augustus voer de Patriot vanuit Den Briel opnieuw uit. ‘s Nachts zeilde het voorbij de vissersboten op de Noordzee naar de vaarroute van de Britse Oostzeehandel. Vlakbij Texel ontmoette men vroeg op de ochtend van 14 augustus het Britse marineschip HMS Cameleon onder bevel van Thomas Drury. De Cameleon was een tweemaster met 14 stuks zesponds geschut, 14 halfponds draaibassen en 90 opvarenden. De schepen naderden elkaar zo dicht ‘dat men een beschuyt van het eene schip op het anderen kon smijten’. Hoewel relatief zwaarbewapend voor een kaperschip was de Dappere Patriot in principe niet opgewassen tegen Britse oorlogsschepen. Drury wilde dat de Patriot de vlag zou strijken maar dat gebeurde niet. Het vuurde in plaats daarvan al zijn kanonnen af op de Cameleon. Dat schoot op dezelfde wijze terug. Na een hevig gevecht van drie kwartier met salvo’s over en weer moet een Britse kanonskogel de kruitkamer van de Patriot hebben geraakt, want om half tien vloog het schip ‘op eene geweldige en deplorabele wijze in de lugt met zijne geheele moedige, dog allerbeklaagenswaardige equipage ten getalle van 54 menschen’. Brokstukken en menselijke resten regenden neer op de Cameleon.Uit het request: ‘met een groot gedeelte der leden en stukken van menschenvlees, harsens al andersints, welke zoo aan deszelfs masten als scheepswand gekleefd waren en in menigte op het Engelsch dek gevonden wierden’. Volgens Bergeon kwam bij de ontploffing ook de helft van de Britse bemanning om het leven, maar volgens Britse bronnen waren er slechts 13 gewonden, waaronder Drury. De zwaar beschadigde Cameleon wist de haven van Shields te bereiken.
Bergeons request Bergeon diende een request (verzoekschrift) in bij de Staten-Generaal waarin hij vroeg om uitkeringen aan de weduwen en wezen van de omgekomen bemanning en een schadevergoeding van 50 procent voor het verloren gegane schip, aangezien de investeerders 'dit smertelijk verlies aleen ter liefde van het Vaderland overgekomen’ was. Het schip had samen met zijn uitrusting 42.300 gulden gekost. Bergeon liet het request ook als pamflet uitgeven, met een lijst met namen van de bemanning. Slechts 19 van de 54 opvarenden waren getrouwd. Kaper was een gevaarlijk beroep, gewoonlijk uitgeoefend door ongehuwden. Het request werd op 5 november behandeld. De uitkeringen werden goedgekeurd maar de schadevergoeding niet.
Categorie:Schip gebouwd in Nederland Categorie:Zeilschip op naam Categorie:Maritieme geschiedenis