Wehrliet is een kristallijn gesteente met een ultramafische samenstelling. Wehrliet is een type peridotiet dat hoofdzakelijk bestaat uit de mineralen olivijn en clinopyroxeen. Meestal zijn ook opake oxiden aanwezig.
Wehrliet is genoemd naar de Boheems-Oostenrijkse mineraloog Alois Wehrle. De naam werd ingevoerd door de Duitse mineraloog Franz von Kobell in 1838.
Eigenschappen Als ultramafisch gesteente bestaat de modale samenstelling van wehrliet uit meer dan 90% mafische mineralen (biotiet, amfibool, pyroxeen, spinel en olivijn).
Volgens de IUGS-classificatie heeft wehrliet per definitie meer dan 40% olivijn, minder dan 5% orthopyroxeen en minder dan 5% amfibool (hoornblende).Le Maitre et al. (2002) De pyroxeen in wehrliet is daarom voornamelijk clinopyroxeen (meestal chroom-diopsied of augiet). Veelvoorkomende aanvullende oxiden zijn spinel (meestal chromiet of magnetiet) en ilmeniet. Daarnaast kan wehrliet granaat bevatten.
Als een wehrliet meer dan 5% van een aanvullend mineraal bevat wordt de naam van het mineraal aan de gesteentenaam toegevoegd: bijvoorbeeld "chromiet-wehrliet" of "granaat-wehrliet". Bij minder dan 5% is het mogelijk het voorkomen van aanvullende mineralen te vermelden door het gesteente "spinelhoudend wehrliet" of "granaathoudend wehrliet" te noemen. Als het gesteente meer dan 5% hoornblende bevat spreekt men van "hoornblende-wehrliet".
Ultramafisch gesteente met meer dan 5% orthopyroxeen is geen wehrliet maar lherzoliet. Bij meer dan 90% olivijn heet het duniet of oliviniet. Bij minder dan 40% olivijn is geldt de benaming pyroxeniet (bij minder dan 5% orthopyroxeen wordt de naam "olivijn-clinopyroxeniet").
Voorkomen Wehrliet is waarschijnlijk geen echt stollingsgesteente maar ontstaat als cumulaat bij het partieel smelten in de bovenmantel. Het wordt gevonden als xenolieten (vreemde, in magma omhoog gebrachte fragmenten) of in ofiolieten (tijdens gebergtevorming omhoog bewogen terreinen met een herkomst in de onderkorst of mantel).
Wehrliet komt ook voor als cumulaat in gelaagde intrusies, meestal geassocieerd met lagen gabbro of noriet. In de Aleoeten (Alaska) komt wehrliet in concentrisch gelaagde intrusies voor, waarbij de kern uit duniet bestaat met de wehrliet eromheen, en een buitenste ring van pyroxeniet. Deze gelaagde associaties worden "Alaskaanse complexen" genoemd.
Categorie:Stollingsgesteente Categorie:Mantelgesteente