Joseph Jean Léonard Bourdrez (Middelburg, 16 september 1862 - Den Haag 28 november 1924) was een Nederlands civiel ingenieur, vooral werkzaam in de toepassing van gewapend beton.
Jeugd, leraar Frans Hij was de zoon van François Johan Matthias Bourdrez, opzichter van Rijkswaterstaat, een functie die zijn grootvader Joseph Bourdrez ook had. Hij bezocht in Middelburg de Hogere Burgerschool en behaalde in 1880 het einddiploma. Hij wide zich toeleggen op onderwijs en haalde in 1880 de LO-akte Engels, in 1883 de hulpakte gewoon LO, en ook de akte Middelbaar Engels A (MO-akte) en in 1885 de akte MO-B voor Engelse taal en letterkunde. Tijdens zijn studie was hij een tweetal jaren werkzaam op kostscholen in Engeland, waar hij de Frans taal doceerde, en hier te lande voor onderwijs in het Engels. In 1886 werd hij verbonden aan de MULO-school te Vlissingen Is nu onderdeel van het Scheldemond College) voor het geven van onderwijs in de Engels taal. In Engeland maakte hij veel reclame voor vakanties in Nederland, en daarvoor schreef hij een taalgidsje: "Dutch made easy to Englishmen who wish to speak it in the shortest possible time". Dit boekje haalde in 1906 zelfs de 6e druk. Het boekje werd uitgegeven in Nederland (door uitgeverij den Boer in Middelburg) en in Engeland. Er is in de kranten op Java veel reclame voor dit boekje gemaakt.
Bourdrez was aanvankelijk leraar Frans in Engeland en sinds 1886 leraar Engels in Vlissingen. Verhuisde in 1890 naar Delft en slaagde in 1894 aan de PS als civiel ingenieur en in 1895 als bouwkundig ingenieur. Hij vestigde zich te Breda als architect, stedenbouwkundige en als eigenaar van een betonfabriek. Was daarnaast sinds 1898 leraar aan de KMA. Schreef enkele artikelen waar onder De Westkapelsche zeedijk en Domburgsche zeeweringen (1897).
Techniek Hij vond het taalonderwijs toch minder inspirerend, en wilde zich net als een aantal familieleden zich richten op de (bouw)techniek. Daarom verhuisde hij in 1890 naar Delft ging ging civiele techniek en architectuur studeren. Hij haalde het diploma civiel ingenieur in 1894 en in 1895 het diploma bouwkundig ingenieur. Hij werd daarna een jaar assistent bij de opleiding bouwkunde. Hij verdiepte zich in de ontwikkeling van gewapend beton. Dit système Monier in 1868 door Monier gepatenteerd vond in Nederland eerst ingang in Zeeuws-Vlaanderen, met name door de firma Picha-Stevens. In 1889 deed dit bedrijf mee aan de Zeeuwsche Nijverheidstentoonstelling te Middelburg en toonde waterputten, dakplaten en een betonnen roeibootje. Bourdrez was hierdoor sterk geïnspireerd. Hij maakte sterk reclame voor deze toepassing van beton. Maar het vond maar langzaam ingang bij (conservatief) bouwend Nederland. Het eerste belangrijke werk in gewapend beton in Nederland was een duiker bij Heusden, ontworpen en m 1893 uitgevoerd door de Rijkswaterstaats-ingenieur Rijkswaterstaat ir. R.P.J. Tutein Nolthenius, Dit project had door ook zijn grote interesse. miniatuur|J.J.L Bourdrez bij de bouw van de Beurs van Berlage Na het jaar als assistent bij de Polytechnische School ging hij de praktijk in. Allereerst in Haarlem bij het bureau van ir. J.A.G. van der Steur (later hoogleraar aan de Technische Hogeschool) verleende hij zijn medewerking aan de restauratie van de Sint Bavo-kerk. Daarna werkte hij aan het bureau van dr. H. P. Berlage, meer speciaal voor de ijzeren overkapping van de Amsterdamse Beurs.
Als intermezzo schreef hij in het gedenkboek over een halve eeuw KIvI een artikel over de Walcherse Zeeweringen waarschijnlijk grotendeels gebaseerd op de ervaring van zijn vader en grootvader.
Ondanks zijn grote liefde voor het ingenieursvak, kon hij het onderwijs niet vergeten en hij solliciteerde met succes in 1898 naar de vacature voor en docent in de Geniewetenschappen aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Bij de aanvaarding van dit ambt werd hem toegestaan "particuliere praktijk uit te oefenen, voor zover zijn dienst zulks zou toelaten". In die tijd bouwde hij een woonhuis te Middelburg en het diaconessenhuis te Breda.
Door zijn relatie met het Ingenieursbureau Beversen & van Heurn te 's-Gravenhage, welk bureau belast was met de bouw van spoorlijn Rotterdam—Den Haag— Scheveningen, werd hij benoemd tot chef van Weg en Werken bij de aanleg van die spoorlijn. Hij was belast met het opmaken van de ontwerpen en bestekken en het leiden van de uitvoering van de tot die spoorweg behorende werken. De Elektrische Centrale te Leidschendam, de remise aldaar, de grote stations te Scheveningen en Rotterdam (Hofplein), de tussenstations, de haltegebouwen en ploegbaaswoningen, de aardebaan en de landhoofden der bruggen zijn door hem ontworpen en uitgevoerd. Nadat hij op de Parijse wereldtentoonstelling de Pont Alexandre III had gezien, nam hij het initiatief tot de bouw van het bekende bijna 2 km lange hofpleinlijnviaduct in Rotterdam. De bouw van dit viaduct werd later uitgevoerd door de inmiddels opgerichte Hollandsche Maatschappij tot het maken van Werken in Gewapend Beton (later Hollandsche Beton Maatschappij), te 's-Gravenhage van zijn collega bij de KMA, ir. Alphonse C.Ch.G. van Hemert. Over deze werken deed hij een mededeling in de KIvI-vergadering van 24 October 1903. In de eerste jaren van zijn dienstverband bij de ZHESM nam hij met dr.ir. van Hemert verscheidene buigproeven met balken van gewapend beton, om de theorie aan de praktijk te toetsen. Vanwege zijn dienstverband met de ZHESM mocht hij niet gaan werken bij de Hollandsche Beton Maatschappij zolang de spoorlijn niet klaar was. miniatuur|Het Vredespaleis in 1910 Wel werd hij mededirecteur van de inmiddels door zijn broer opgerichte „Betonmaatschappij voorheen P. Bourdrez'". Als zodanig heeft hij al het gewapend betonwerk aan het Vredespaleis uitgevoerd. De bouw van den groten toren van dit paleis, waarvan de bovenste twee sterk ingesnoerde vierkanten op zware betonplaten steunen, gaf hem aanleiding tot het schrijven van een artikel „Torenbouw en gewapend beton". Onder de grote werken die verder door zijn Betonmaatschappij uitgevoerd, zijn te noemen: het slachthuis te Arnhem, een pulpsilo te Bergen op Zoom, de Coöperatieve Groningse suikerfabriek, de strookartonfabriek „de Halm" te Hoogkerk en de Kunstzijdefabriek te Ede.
Voorts heeft hij het vloerensysteem „Moyse" hier te lande ingevoerd. Deze vloeren volgens systeem van de Luikse architect Simon Moyse (patent No. 86 van 1913 voor Nederland en Koloniën) worden gemaakt van holle stenen met een min of meer trapeziumvormige zeshoekige doorsnede, waartussen de wapening in het beton zonder enige bekisting kan worden aangebracht. Aangezien de stenen van sintel- of bimsbeton zijn vervaardigd en grote holle ruimten hebben, zijn dergelijke vloeren uiterst licht en werken zij isolerend tegen koude, warmte en geluidsvoortplanting.
Als particulier architect heeft hij een zestal villa's gebouwd te 's-Gravenhage, Laren, Utrecht en Soestdijk. Ook heeft hij het initiatief genomen en de betonconstructie uitgevoerd van het eerste flatgebouw aan den Benoordenhoutse Weg te 's-Gravenhage.
Veelzijdig als hij was, richtte hij een fabriek op voor modern aardewerk „Amstelhoek" te Amsterdam, waaraan de beeldhouwer Lambertus Zijl verbonden was; deze fabriek ging later in andere handen over. Ook stichtte en leidde hij te 's-Gravenhage een atelier voor gebrandschilderd glas in lood, de N. V. „Crabeth" (genoemd naar de 16e-eeuwse glazeniers uit Gouda), waar lichtkappen, kerkramen, enz. vervaardigd werden. Het gedenkraam in het stadhuis van Brielle aangeboden door de burgerij ter gelegenheid van het 350-jarig jubileum van de Geuzenstad, is het werk van „Crabeth".
Door de malaise van de twintiger jaren moest hij in 1922 zijn betonmaatschappij liquideren. Hij hield echter zijn ingenieursbureau aan en gaf verder les in technische vakken aan de school van het genootschap Mathesis Scientiarum Genitrix te Leiden.
Politiek en privé Hij was gedurende 14 jaren lid van de Haagse gemeenteraad. In 1919 nam hij als raadslid ontslag. Hij hield zich ook bezig met de Nederlandse Kunstweefschool in Den Haag. Iets heel anders was de door hem in 1918 in De Haag opgerichte de Zeeuwsch-Hollandsche Verzekeringsbank.
Op 20 augustus 1900 trouwde hij te Breda met de kolonelsdochter Henriette Petronella Ramaer. Zijn zoon François Joseph Martial Bourdrez werkte in de waterbouwkunde, onder andere in China.
Publicaties van ir. Bourdrez
Categorie:Nederlands civiel ingenieur Categorie:Nederlands architect