Frédéric Pirouël (Opper-Lotharingen, 17e eeuw – Maubeuge, 26 december 1650) was een priester uit de priesterorde der oratorianen en een latinist. Hij werkte in de Spaanse Nederlanden.
Levensloop Pirouël werd geboren in het hertogdom Opper-Lotharingen, dat in de 17e eeuw een Frans gebied was binnen het Rooms-Duitse Rijk. Hij werd priester binnen de orde der oratorianen.
In 1632 kwam Pirouël in de Spaanse Nederlanden. Hij was aanvankelijk leraar retorica in het college der oratorianen in Mechelen. In 1641 kochten de oratorianen een klooster in Leuven. Vanaf 1642 gaf Pirouël ook les in Leuven, namelijk in de retorica van het College van Vaulx, ook genoemd het College van Gent, in de Brouwersstraat. Hij combineerde de ambten van studieprefect in zowel Mechelen als Leuven. Bij het einde van het academiejaar brachten leerlingen een toneelstuk van de hand van Pirouël; zie verder Divus Canutus martyr of Divus Alexander.
Pirouël werd in 1650 bevorderd tot vicaris-generaal van de oratorianen, met standplaats in Bergen. Er volgde nog een promotie tot proost van deze priesterorde. Hij overleed nog datzelfde jaar (1650).
Werken Pirouël schreef in Neolatijn zowel proza als poëzie.
1. De laudibus Divi Rumoldi Dublinensium archiepiscopi Mechliniensium patroni oratio. Dit is een lofzang over de heilige Rombouts van Mechelen, patroonheilige van de kathedraal. Pirouël noemde hem Rumoldus van Dublin.
2. Divus Canutus martyr, een tragedie in vijf bedrijven. Het toneelstuk verhaalt het leven van koning Knoet IV van Denemarken die vermoord werd in de Sint-Albanuskerk in Odense.
3. Divus Alexander cognomento carbonarius, een tragedie in vijf bedrijven en geschreven in versvorm. Het toneelstuk behandelt het leven van Alexander van Comana Pontica, bijgenaamd de Kolenhandelaar. Alexander was immers kolenhandelaar alvorens bisschop te worden.
4. Pastorum colloquia in quibus prudentiae, de temeritate - virtutis de vitio - fortitudinis, de vecordia, triumphus exhibetur. Vertaald: Gesprekken van herders in dewelke de triomf van de voorzichtigheid blijkt over de roekeloosheid, de triomf van de deugd over de ondeugd en de triomf van de dapperheid over de dwaasheid. Het gaat om vijftien pastoralia die christelijke deugden behandelen.
5. Lofzang in het Latijn gericht aan aartshertog Ferdinand van Oostenrijk (1609-1641), landvoogd der Zuidelijke Nederlanden, bijgenaamd de kardinaal-infant. Ferdinand was een van de bevelhebbers van het keizerlijk leger die de overwinning behaalden in de Slag bij Nördlingen (1634) in Beieren. Ferdinands terugkeer in de Nederlanden werd groots gevierd.
Categorie:Oratorianen Categorie:Neolatijns schrijver Categorie:Zuid-Nederlands geestelijke (voor 1830) Categorie:Zuid-Nederlands classicus (voor 1830) Categorie:Zuid-Nederlands dichter (voor 1830) Categorie:Zuid-Nederlands toneelschrijver (voor 1830) Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 17e eeuw Categorie:17e-eeuws schrijver