Op 7 december 1978 brak er in de Verenigde Staten een grote brand uit in de filmkluis van de National Archives and Records Administration (NARA) in Suitland (Maryland). De brand vernietigde een massa aan Universal Pictures-journaalbeelden uit de periode 1929 tot 1967, waarvan het grootste deel unieke kopieën waren, onvervangbaar en nooit eerder aan het publiek vertoond. Het ging onder meer om filmbeelden van de aanval op Pearl Harbor, ander beeldmateriaal uit de Tweede Wereldoorlog en beelden van de Grote Depressie.
Achtergrond Het grootste deel van het filmmateriaal bestond uit outtakes van filmjournaals die tijdens de Tweede Wereldoorlog waren geproduceerd en die nooit eerder aan het publiek waren vertoond. Het filmmateriaal werd in 1974 door MCA-Universal Pictures aan het NARA geschonken als een gift aan het Amerikaanse volk. Het was onvervangbaar omdat er geen kopieën van bestonden. De overgebleven Universal-filmjournaals behoren tot de meest aangevraagde items in de filmcollectie van het NARA.
De outtakes werden opgeslagen in 27 kluizen in gebouw A van het NARA in Suitland (Maryland). Er waren nog twee andere gebouwen, gebouw B en C, van dezelfde grootte. De filmjournaals zelf (niet de outtakes) werden niet vernietigd omdat het NARA ze al had overgezet naar veiliger filmmateriaal en ze op een andere locatie werden bewaard. Ten tijde van de brand was het NARA nog bezig met het overzetten van de outtakes naar veilig filmmateriaal.
De brand thumb|Gebouw A werd volledig verwoest door brand en explosies. 21 van de 27 kluizen werden vernietigd. De kluizen werden in 1948 gebouwd met een beoogde levensduur van slechts drie jaar. Ze waren in 1978 nog steeds in gebruik, 27 jaar nadat de gebouwen afgeschreven waren. Toen Universal de films doneerde, werd hen verzekerd dat er een brandblussysteem zou worden geïnstalleerd, en dat gebeurde ook, maar de gebruikte sprinklers waren ongeschikt voor nitraatfilm, die kan branden als hij nat is. Bovendien waren er hele delen van het sprinklersysteem maanden voor de brand verwijderd om plaats te maken voor de installatie van een nieuw airconditioningsysteem. Op de dag van de brand gebruikten de installateurs niet-goedgekeurd elektrisch gereedschap en tijdens de lunchpauze lieten ze de deur openstaan, waardoor de kluizen konden 'ademen'. De brand brak kort daarna uit.
Wat de directe oorzaak ook was (aannemers, de overheid en onderzoekers hadden allemaal tegenstrijdige theorieën), de brand brak rond het middaguur uit. Er werd een noodoproep gedaan naar de brandweer van Prince George's County in Suitland, die binnen enkele minuten ter plaatse was. In een poging om te zoeken naar mensen die mogelijk vastzaten, openden de brandweerlieden brandwerende deuren en braken ze ramen, waardoor zuurstof de vuurzee kon voeden. Volgens getuigen was de brand eigenlijk redelijk onder controle en nam hij af, totdat de brandweer arriveerde. Drie grote explosies, waaronder een backdraft, slingerden de brandweerlieden tegen een hek. Filmmateriaal in 21 verschillende kluizen werd vernietigd en de brand werd uiteindelijk na een uur geblust.
Bij de brand ging er bijna 4000 km aan 35mm zwart-wit negatieven in vlammen op, oftewel ongeveer 70% van de MCA-Universal-schenking. Daarnaast werd nog eens 13 km aan reservemateriaal vernietigd. Van een derde groep van zo'n 182 km die ook vernietigd werd bestonden er elders reserve-kopieën.
Giftige waterstofcyanide en zwaveldioxidegassen, ontstaan door de verbranding van de nitrocellulosefilm, verspreidden zich over het gebied, waardoor huizen en bedrijven moesten geëvacueerd worden. In totaal raakten 18 mensen gewond, waaronder 14 brandweerlieden, een politieagent en drie burgers.
Onderzoek De brand werd onderzocht door de General Services Administration (GSA), die de gebouwen in 1948 had gebouwd. Het agentschap was van mening dat de brand was ontstaan door een vonk van gereedschap dat door de aannemers werd gebruikt, waaronder elektrische boormachines, booglassers en branders.
Afzonderlijke onderzoeken door de brandweer van Price Georges en de verzekeringsmaatschappij van de aannemer die aan de kluizen werkte, kwamen tot andere conclusies dan de GSA. Zij gaven de schuld aan het defecte airconditioningsysteem, dat de kluizen verwarmde in plaats van ze te koelen. Hoewel het een koude decemberdag was, waren zij van mening dat de brand waarschijnlijk was ontstaan door het ontbranden van een enkele filmrol in kluis nummer 8 van gebouw A. Zij legden de schuld niet bij de brandweer of de aannemer, maar wel bij het gebrekkige onderhoud van het gebouw door de GSA.
De brand werd onderzocht door het Huis van Afgevaardigden onder leiding van voorzitter L. Richardson Preyer, dat in juni 1979 de uitkomst van de hoorzitting publiceerde en de regering (GSA) beschuldigde van "grof wanbeheer". Het Preyer-rapport onderzocht de rol van de brandweer niet, omdat dit buiten de jurisdictie van de federale overheid viel.
Medio 1979 publiceerde de onafhankelijke expert en onderzoeker W.H. Utterback uit Amarillo een uitgebreid rapport dat, hoewel het grotendeels overeenstemde met eerdere rapporten, de brandweer een aanzienlijke schuld gaf. Een belangrijk punt in het rapport was dat de brand onder controle was en aan het afnemen was totdat de brandweer arriveerde en onnodig deuren begon te forceren en ramen insloeg, lang nadat het personeel van het NARA het gebouw al had verlaten.
Zie ook Brand in de Fox-kluis van 1937 Brand in de MGM-kluis van 1965 Brand in Universal Studios Hollywood
Categorie:Brand
Categorie:Ramp in 1978