Adélaïde Victoire Noyel, gravin van Bellegarde (Chambéry, 24 juni 1772 – Parijs, 7 januari 1830), bekend als Adèle de Bellegarde, was een aristocrate uit Savoye. Zij speelde met haar zuster Aurore een prominente rol in het sociale en culturele leven van Parijs tijdens achtereenvolgens de Franse Revolutie, het Directoire, het Consulaat, het Eerste Franse Keizerrijk en de Bourbonrestauratie

Ze had een relatie met de revolutionair Marie-Jean Hérault de Séchelles, die in 1794 tijdens de Terreur werd geëxecuteerd. Zelf zat zij in deze periode enkele maanden gevangen. Na de val van Maximilien de Robespierre nam ze onder het Directoire haar positie in de saloncultuur weer in. Ook tijdens het Franse Keizerrijk en na de Bourbonrestauratie bleef ze actief als salonnière en gastvrouw. Tijdens de Honderd Dagen na Napoleons ontsnapping van Elba steunde zij de royalisten.

Zij stond op goede voet met vooraanstaande figuren uit haar tijd, onder wie de staatsman Talleyrand, de salonnières Thérésia Cabarrus en Germaine de Staël, generaal Dumas en de dichter-componist Rouget de Lisle.

Familie en huwelijk miniatuur|Koninkrijk Sardinië in 1789. Savoye ligt tussen de Franse Alpen en de Middellandse Zee, ten westen van het huidige Italië.|links|221x221px Adèle Noyel was de oudste dochter van de Savoiaardse edelman Robert Eugène François Noyel de Bellegarde, markies van Marches. Haar vader was als generaal-majoor een tijd in dienst van de Staten-Generaal van de Nederlandse republiek; hij werd ooit gezien als een potentiële huwelijkskandidaat voor Belle van Zuylen. Haar moeder, Marie Charlotte Adélaïde Le Cat d'Hervilly, kwam uit de Picardische adel.

Zij werd geboren in Chambéry, de hoofdstad van het voormalige hertogdom Savoye dat sinds 1720 deel uitmaakte van het koninkrijk Sardinië. Zij had twee jongere zusters, Césarine Lucie (1774-1792) en Aurore (1776-1840). Haar moeder stierf bij de geboorte van Aurore.

In 1787, op haar vijftiende, trouwde Adèle Noyel met haar twintig jaar oudere achterneef Friedrich von Bellegarde. Hij was afkomstig uit Saksen en kapitein in het Sardijnse leger. Ze kregen in ieder geval één kind, een zoon, en volgens sommige bronnen ook een dochter. De latere Oostenrijkse maarschalk Heinrich von Bellegarde was haar zwager (en achterneef). Als bruidsschat ontving zij het eigendom van het kasteel Château des Marches en het landgoed, evenals een deel van het Hôtel de Chambéry. Haar vader behield het vruchtgebruik, en verplichtte zich het echtpaar onderdak te verlenen en te onderhouden. Na het overlijden van haar vader in 1790 was het familiekasteel volgens de praktijk van die tijd eigendom van haar man.

Revolutie Na het uitbreken van de Franse Revolutie in 1789 groeiden de spanningen tussen de Eerste Franse Republiek en het Koninkrijk Sardinië. Begin september 1792 dreigde een Franse invasie van Savoye. Adèle de Bellegarde week met haar kinderen en haar zus Aurore uit naar het naburige Piëmont, ook deel van het Koninkrijk. Na de annexatie van Savoye door Frankrijk kwam ze terug om confiscatie van het familiebezit te voorkomen. Haar man Friedrich von Bellegarde, die nog steeds in het Sardijnse leger diende, en haar dochter en zoon bleven in Piëmont. miniatuur|199x199px|Marie-Jean Hérault de Séchelles (1759-1794) -door Jean-Louis Laneuville Vanaf 1792 werd het revolutionaire bewind in Frankrijk steeds gewelddadiger; de periode staat bekend als de Terreur. Frankrijk stuurde vier revolutionaire commissarissen naar Savoye, nu het nieuwe Franse departement Mont-Blanc, om orde op zaken te stellen. Een van hen was de bekende revolutionair en (voormalig) edelman Marie-Jean Hérault de Séchelles.

Naar verluidt waren de zusters Bellegarde Fransgezind, maar als aristocraten liepen ze tijdens de Terreur toch gevaar. Zij heetten de commissarissen hartelijk welkom, boden hun onderdak in de imposante stadswoning van de Bellegardes in Chambéry, en gaven feesten. In Chambéry en in de kringen van de émigrés werd er schande over gesproken. Ook organiseerden ze hun eerste salon, waar Franse politici en militairen, en Fransgezinde Savoiaards elkaar ontmoetten. Mogelijk door hun invloed zijn sommige aristocraten uit de regio niet geëxecuteerd. Adèle de Bellegarde en Hérault werden geliefden; zij heeft na het voorjaar van 1793 alleen nog sporadisch contact gehad met haar man en haar kinderen.

Vertrek naar Parijs In Savoye groeide de weerstand van de plaatselijke bevolking tegen de nieuwe machtshebbers. In mei 1793 onderdrukte Hérault een opstand. Kort daarna keerde hij terug naar Parijs. Bellegarde en haar zus gingen met hem mee; hun positie in Chambéry dreigde onhoudbaar te worden vanwege hun nauwe banden met de revolutionaire machtshebbers.

Bellegarde startte een literaire en politieke salon in Parijs. Beide zusters werden bewonderd om hun schoonheid, maar ook verguisd vanwege hun vrijgevochten 'zedeloze' gedrag. De reputatie van 'les Dames de Bellegarde' speelde in de revolutionaire Republiek een rol in het publieke debat over de positie van vrouwen in de samenleving, en over de seksuele rechten van vrouwen. Bellegarde vroeg in november 1793 echtscheiding aan. Ze maakte gebruik van een wet die het echtgenotes en echtgenoten van émigrés toestond om te scheiden, ook als de huwelijkspartner er niet mee instemde. Friedrich von Bellegarde zou de scheiding jarenlang blijven aanvechten.

Hérault sympathiseerde met de radicale Montagnards en werkte samen met hun voorman Georges Danton. Op last van Robespierre en Saint-Just werd hij in maart 1794 gearresteerd. Een van de argumenten die werd gebruikt om hem in diskrediet te brengen, was het feit dat hij een relatie had met Bellegarde: de adellijke vrouw van een officier in een vijandelijk leger. Bellegarde heeft zich ingezet voor Héraults vrijlating: er is een brief bewaard gebleven waarin zij generaal Dumas om hulp vraagt. Op 5 april 1794 werd Hérault samen met Danton en een aantal andere prominente revolutionairen geguillotineerd. De zussen Bellegarde zaten zelf, op last van het Algemeen Veiligheidscomité, ook enkele maanden gevangen, mogelijk op verdenking van spionage voor Sardinië. Na de val van Robespierre in juli 1794 werden ze vrijgelaten.

Directoire en Consulaat miniatuur|Pierre-Jean Garat, portret door Louis-Léopold Boilly|190x190px|links Bellegarde en haar zuster waren tijdens het Directoire en het Consulaat toonaangevend en spraakmakend aanwezig in het Parijse sociale en culturele leven. De Bellegarde-salon was populair bij kunstenaars, intellectuelen en notabelen, waaronder generaal Dumas, de schrijvers Népomucène Lemercier en Alexandre Duval, de schilder François Gérard en de diplomaat en staatsman Talleyrand. De zusters onderhielden contacten met andere salonnières als Thérésia Cabarrus en Germaine de Staël. Bellegarde was goed bevriend met de componist en dichter Rouget de Lisle, de schrijver van de Marseillaise, met wie ze veel correspondeerde.

Vanaf 1800 had Bellegarde een relatie met de in die tijd beroemde zanger Pierre-Jean Garat. Ze kregen twee kinderen. Hun zoon (1801) werd om de schijn te bewaren geadopteerd door Aurore de Bellegarde, maar door zijn moeder opgevoed. Op de geboorteakte van hun dochter (1802) stonden Bellegarde en Garat vermeld als de natuurlijke ouders. De relatie van Garat en Bellegarde eindigde kort na de geboorte van hun dochter, die door Garat is opgevoed.

De zusters verkochten het huis in Chambéry en gebruikten de opbrengst om in 1802 het kasteel van Chenoise terug te kopen. Dit was eigendom geweest van de familie van hun moeder, maar aan het begin van de Revolutie door de staat in beslag genomen. Dit leidde tot een juridisch conflict met Friedrich von Bellegarde, die zichzelf als rechtmatige eigenaar van het familiebezit in Savoye zag. Uiteindelijk kwam het tot een schikking waarbij Von Bellegarde de scheiding voor eens en altijd erkende; Adèle hield bij leven het vruchtgebruik van het bezit, dat na haar dood volledig zou toekomen aan haar zoon uit het huwelijk met Von Bellegarde.

De Sabijnse vrouwen miniatuur|138x138px|Adèle de Bellegarde - detail uit De Sabijnse VrouwenEr circuleren talloze verhalen over de betrokkenheid van de zusters Bellegarde bij het schilderij De Sabijnse vrouwen van Jacques-Louis David, die als lid van het Algemeen Veiligheidscomité in 1793 nog het arrestatiebevel voor de zusters Bellegarde mede had ondertekend. Aurore de Bellegarde was Davids model voor Hersilia, de centrale figuur in het schilderij, terwijl Adèle model stond voor de geknielde figuur rechts van haar. De Sabijnse vrouwen werd op 21 december 1799 voor het eerst tentoongesteld in het Louvre.miniatuur|Jacques Louis David - De Sabijnse vrouwen. Adèle en Aurore de Bellingard zijn afgebeeld als de twee vrouwen in het centrum|375x375px|geen

Keizerrijk, restauratie en laatste levensjaren Bellegarde wist zich behendig staande te houden tijdens de politieke en staatkundige omwentelingen aan het begin van de 19e eeuw. Tijdens het Eerste Franse Keizerrijk werd de band met Talleyrand hechter. Hij kwam graag in de Bellegardesalon, waar een ontspannen sfeer hing, en schoof aan bij hun diners voor kunstenaars. Mede onder zijn invloed werd Bellegarde gaandeweg kritischer over Napoleon Bonaparte. Zij was hierin echter minder uitgesproken dan Madame de Staël, en werd ook niet zoals zij uit Parijs verbannen.

In 1814 werd de Bourbonmonarchie hersteld. Tijdens de Honderd Dagen na Napoleons ontsnapping van Elba, stond Bellegarde aan de royalistische kant. De zusters waren toevallig in Savoye, inmiddels weer onderdeel van het Koninkrijk Sardinië, toen Napoleon op 1 maart 1815 in het nabijgelegen Golfe-Juan landde. Bellegarde stelde het Château des Marches ter beschikking aan vluchtende Franse royalisten, maar moest voor haar eigen veiligheid uitwijken naar Zwitserland tot na Napoleons definitieve nederlaag bij Waterloo.

De zusters gingen met het verstrijken van de jaren een meer teruggetrokken leven leiden. Ze brachten de winters door in Parijs en de zomers in Chenoise. Ze deden veel aan liefdadigheid, en werden gewaardeerd om hun oprechte vriendelijkheid en hulpvaardigheid. Zij bleven bekend om de bals die ze regelmatig gaven, en om hun vooraanstaande gasten zoals de hertogen van Polignac en de prins van Condé. Op latere leeftijd werden ze beiden belijdend gelovig.

Adèle de Bellegarde overleed op 7 januari 1830 in het Parijse appartement van haar jongste zoon; ze was 57 jaar. Haar zuster Aurore stierf in 1840.

Categorie:Franse adel Categorie:Salonnière Categorie:Persoon in de Franse Revolutie