thumb|Het koninklijk embleem van de Raad van Indië De Raad van Indië (Spaans: Consejo de Indias) was het hoogste bestuursorgaan van de Spaanse koloniën in Amerika en Zuidoost-Azië en adviseerde de koning in bestuurlijke, militaire, economische, financiële, gerechtelijke en kerkelijke zaken voor de koloniën.

De Raad van Indië was verantwoordelijk voor het opstellen van wetgeving (Leyes de Indias), het toezicht op het koloniale bestuur en de rechtspraak in de overzeese gebieden. De Raad van Indie was verantwoordelijk voor de voordracht van hoge koloniale functionarissen en controleerde ook de uitgaven die door de koloniale functionarissen werden gedaan. Alle correspondentie met de onderkoningen, gouverneur-generaals, audiënties en andere inwoners van de koloniën verliep via de Raad.

De Raad van Indië fungeerde tevens als hooggerechtshof voor zaken die waren behandeld in de lokale koloniale rechtbanken, zoals de Audiencia van Manilla. Daarnaast hield de Raad ook toezicht op het bestuur in de koloniën. Daarom werden de koloniën in naam van de Spaanse koning en onder gezag van de Raad van Indië regelmatig bezocht door inspecteurs (visitadors). Tijdens deze inspecties onderzochten zij of de koloniale functionarissen wel volgens de geldende regels en voorschriften hadden gehandeld en geen misbruik hadden gemaakt van hun machtspositie op grote afstand van het Spaanse moederland.

De Raad van de Indië was ook verantwoordelijk voor religieuze zaken in de koloniën, zoals de oprichting en de organisatie van de bisdommen, de oprichting van (katholieke) colleges en universiteiten, het innen van de tienden. Ook droeg de raad de kandidaten voor leidinggevende kerkelijke posities (zoals bisschoppen en aartsbisschoppen) voor en was ze verantwoordelijk voor de evangelisatie van de lokale bewoners in de koloniën.

Als laatste bemoeide de Raad bemoeide zich ook met het culturele en wetenschappelijke leven door censuur uit te oefenen op bepaalde werken. De Raad stimuleerden onderzoek en kennis op het gebied van natuurwetenschappen, geografie, wiskunde en geschiedenis, waarvoor binnen de Raad specifieke functionarissen waren aangesteld.

Geschiedenis Na de ontdekking van Amerika door een expeditie onder leiding van Christoffel Columbus in 1492 maakte koninging Isabela in mei 1493 Juan Rodriguez de Fonseca, een lid van de Raad van Castilië, verantwoordelijk voor alle zaken aangaande deze nieuw ontdekte gebieden. Fonseca was de aartsdiaken van de kathedraal van Sevilla en kapelaan van de koningin. Hij werkte samen met Columbus aan de voorbereiding van zijn tweede reis en bleef tot zijn dood in 1524 de belangrijkste adviseur voor Amerika aan het Spaanse Hof. Wel haalde de oprichting van de Casa de Contratación in 1503 haalde het directe en dagelijkse toezicht op de handel en aanverwante zaken bij hem weg.

Vanaf 1504 werd Fonseca ondersteund door een secretaris van het Spaanse Hof en door een wisselend aantal adviseurs binnen de Raad van Castilië. Deze adviseurs ondersteunden Fonseca, maar alle besluiten werden door hem getekend. Deze adviseurs werden echter volledig overstelpt door het vele werk aangaande de nieuwe wereld. Duidelijk was dat er behoefte was aan onafhankelijk bestuursorgaan voor de nieuwe koloniën. Na de dood van koning Ferdinand II werd Fonseca door de regent enige tijd vervangen door een tweetal leden van de Raad van Castilië. Maar na de komst van de nieuwe koning Karel V kwam Fonseca al gauw weer aan het hoofd te staan van een nieuwe junta de Indias binnen de Raad van Castilie, die in 1520 nog verder werd uitgebreid met een procurador en een relator en een jaar later met een abogado de los pleitos de las Indias. De verovering van de binnenlanden door Hernan Cortes en de grote toename aan werk deed Karel V uiteindelijk besluiten om in 1524 de Raad van Indië op te richten als de hoogste en onafhankelijk raad om de Spaanse koloniën in Amerika te besturen. Fonseca was inmiddels overleden en daarop werd in augustus 1524 García de Loaysa benoemd tot eerste president van de Raad en werden de eerste adviseurs formeel benoemd.

Na de kolonisering van de Filipijnen (vanaf 1565) en omliggende eilanden, viel ook dit gebied, dat ook wel bekend stond als Spaans-Oost-Indië, onder deze Raad.

In 1714 werd de macht van de Raad van Indië sterkt ingeperkt toen koning Filips V besloot om een Minister voor Indië aan te stellen. De Raad was hierdoor alleen nog verantwoordelijk voor kerkelijke en juridische zaken.

De Raad van de Indië werd in 1812 afgeschaft door de Cortes van Cádiz, maar na de terugkeer van koning Ferdinand VII op de Spaanse troon in 1814 weer hersteld tot de Raad in 1834 definitief werd afgeschaft.

Het archief van de miljoenen documenten die de Raad van Indië produceerde is sinds 1785 ondergebracht in het Archivo General de Indias in het voormalige gebouw van de consulado de mercaderes (consulaat van de handelaren) in Sevilla.

Bronnen (1947), The Spanish empire in America, pp.102-118, Harcourt, Brace & World, Inc., New York & Burlingame (1976), “The Council of the Indies in the Late Eighteenth Century: A New Perspective.” The Hispanic American Historical Review, vol. 56, no. 3, pp. 404–23. JSTOR, link. V centennial of the council of the indies (1524-2024): navigating through a sea of papers, website Spaanse Ministerie van Cultuur (geraadpleegd op 30 januari)

Categorie:Spaanse overheidsinstantie Categorie:Spaanse kolonisatie van de Amerika's Categorie:Geschiedenis van de Filipijnen (1521-1898) Categorie:Geschiedenis van Zuidoost-Azië