thumb|upright=1.35 |Trofim Lysenko als spreker in het Kremlin in 1935; achter hem van links naar rechts Stanislav Kosior, Anastas Mikojan, Andrej Andrejev en Jozef Stalin. Verschillende wetenschappelijke theorieën werden in de Sovjet-Unie onderdrukt door de overheid als ze tegengesteld werden beschouwd aan de officiële interpretatie van het marxisme-leninisme. Dit gebeurde bijvoorbeeld met verschillende natuurkundige, biologische en scheikundige theorieën. Wetenschappelijke theorieën die afweken van de ideologie van de regering kregen de labels “idealistisch” en “burgerlijk (bourgeois)” opgeplakt.Loren R. Graham: Science in Russia and the Soviet Union. A Short History; 2004. . Na zulke beschuldigingen werden wetenschappers ontslagen, verbannen of gearresteerd. Enkele wetenschappers zijn ook geëxecuteerd. De beperking van de wetenschap in de Sovjet-Unie bereikte haar hoogtepunt onder Jozef Stalin. De vervolgingen wegens het afwijken van de politieke ideologie hadden grote negatieve gevolgen voor de wetenschappelijke ontwikkeling in de Sovjet-Unie.Anna I. Krylov: The Peril of Politicizing Science; The Journal of Physical Chemistry Letters 2021 12 (22).
Landbouwwetenschap In 1937 begon de landbouwkundige Trofim Lysenko een aanval op bepaalde theorieën over genetica. Hij werd hierbij gesteund door Jozef Stalin. Lysenko werd aangesteld als de leider van de Academie van de Agrarische Wetenschap. Zijn aanval was gericht tegen de mendeliaanse genetica over erfelijkheid. De mendeliaanse genetica is de theorie ontwikkeld door Gregor Mendel. De verdere ontwikkeling van dit vakgebied gebeurde door August Weismann en Thomas Hunt Morgan. De mendeliaanse genetica verklaart biologische erfelijkheid door middel van genen in chromosomen, waarmee bepaalde karakteristieken doorgegeven werden aan nakomelingen.Charles Leone: Genetics: Lysenko versus Mendel. Transactions of the Kansas Academy of Science. 55 (4) 1952: 369–380. doi:10.2307/3625986.
In navolging van Ivan Mitsjoerin baseerde Lysenko zich deels op het lamarckisme waarin werd geloofd dat evolutie ontstaat uit de ontwikkeling van nieuwe eigenschappen van dieren en planten teweeggebracht door omstandigheden, waarbij deze nieuwe eigenschappen erfelijk doorgegeven zouden worden aan nakomelingen.E.W. Caspari, R.E. Marshak: The Rise and Fall of Lysenko. Science. 149 (3681) (16 July 1965). New Series: 275–278. doi:10.1126/science.149.3681.275. Lysenko en Mitsjoerin legden nadruk op het ontwikkelen van betere planten door de omstandigheden aan te passen. Landbouwkundige biologen die de mendeliaanse genetica volgen, leggen de nadruk op menselijke selectie bij voortplanting ten behoeve van verbetering van de planten en dieren. Lysenko ontkende het bestaan van genen wat hij interpreteerde als een soort onsterfelijke substantie van erfelijkheid, wat volgens hem behoort tot de “idealistische filosofie”.Trofim Lysenko: Soviet Biology: Report by Lysenko to the Lenin Academy of Agricultural Sciences; 1948.. Lysenko beweerde dat hij graansoorten had verbeterd door ze aan lage temperaturen en vochtige omstandigheden te laten ondergaan. Hij beweerde hiermee dan de opbrengsten waren verhoogd, maar daar is geen betrouwbaar empirisch bewijs voor.
Lysenko en zijn volgelingen beweerden dat de mendeliaanse genetica reactionair en “idealistisch” is. De overwinning van Lysenko en Mitsjoerin werd gezien als een ideologische overwinning van het communisme over het kapitalisme. Nadat Lysenko werd aangesteld als de baas van de Academie van Agrarische Wetenschappen werden vele critici gearresteerd en zelfs geëxecuteerd, maar dat gebeurde zover bekend niet door directe bevelen van Lysenko zelf.
Verschillende landbouwtechnieken werden ingevoerd gebaseerd op de visie van Lysenko.Michael Lynch: The People's Republic of China, 1949–76 (2nd ed. 2008). p. 57. Een van deze maatregelen was om zaden dichtbij elkaar te planten. Eerst werd het aantal zaden per vierkante meter verdrievoudigd, waarbij later dat aantal nogmaals werd verdubbeld. Het idee was dat planten van dezelfde soort elkaar niet zouden concurreren, maar elkaar zouden ondersteunen. Deze maatregel zorgde voor de daling van de opbrengst van de landbouw.
Het ministerie van hogere educatie beval dat alle biologische instituten de leerstellingen van Lysenko moesten opvolgen. Onderzoek en onderwijs van de mendeliaanse genetica werd in de Sovjet-Unie verboden. Lysenko beschuldigde veel collega’s van het volgen van een contrarevolutionaire theorie. Meer dan 3 000 biologen werden ontslagen, verschillende gearresteerd of zelfs geëxecuteerd.Valery Soyfer: The Consequences of Political Dictatorship for Russian Science. Nature Reviews Genetics. 2 (9) 2001: 723–729. doi:10.1038/35088598. Voorbeelden van geëxecuteerde biologen zijn Izrail Agol, Solomon Levit, Grogiri Levitski, Georgi Karpechenko en Georgi Nadson. De voorzitter van de Lenin Al-Unie Academie van Landbouwwetenschappen, Nikolaj Vavilov, was een mentor van Lysenko, maar heeft later kritiek geuit op Lysenko, waarbij Vavilov werd gearresteerd en kwam om in gevangenschap. Het verbod op theorieën tegengesteld aan het lysenkoïsme werd midden de jaren 60 opgeheven. Na de dood van Stalin in 1953 werden veel vervolgde wetenschappers (vaak postuum) gerehabiliteerd.
Psychologie en neurowetenschappen De overheid van de Sovjet-Unie onderdrukte theorieën over psychologie en neurowetenschappen als die tegengesteld waren aan de officiële interpretatie van de theorieën van Ivan Pavlov. Van 10 tot en met 15 oktober 1950 werd de “pavloviaanse sessie” gehouden, dat werd georganiseerd door de Academie van Wetenschappen en de Academie van Medische Wetenschappen. Wetenschappers werden daar aangevallen als ze afweken van de leer van Pavlov. Na de sessie moesten alle fysiologen de Pavloviaanse theorie aanvaarden. Neurowetenschappers en psychiaters werden aangevallen als ze beschouwd werden als “idealistische reactionaire” wetenschappen.Helen Lavretsky: The Russian Concept of Schizophrenia: A Review of the Literature. Schizophrenia Bulletin. 24 (4): 1998. Verschillende academici (zoals Pjotr Anokhin, Aleksei Speransky, Lina Stern, Ivan Beritashvili en Leon Orbeli) werden ontslagen. En sommigen neurowetenschappers werden gearresteerd en gemarteld in gevangenissen.
Natuurkunde en scheikunde Na de Tweede Wereldoorlog werden verschillende natuurkundige theorieën aangevallen. De theorie over speciale en algemene relativiteit was controversieel. Het werd geafficheerd door sommige communisten met het machisme. Het machisme werd aangevallen door Vladimir Lenin in zijn boek Materialisme en Empiriocriticisme. Tegelijkertijd verdedigde een deel van de fysici in de Sovjet-Unie wel de relativiteitstheorie. De aanvallen op de relativiteitstheorie werd sterker in 1949 in naam van de strijd tegen het metafysisch “idealisme” in de wetenschap. Voornamelijk Sergej Vavilov, de voorzitter van de academie van wetenschappen van de Sovjet-Unie werd aangevallen, omdat die Leonid Mandelstam verdedigde. In 1952 werd de campagne tegen het “reactionaire Einsteinianisme” opgevoerd. Het proces van ideologische zuivering in natuurkunde ging niet zover, omdat politici bang waren dat dit nadelige gevolgen zou hebben voor de ontwikkeling van nucleaire kernwapens en kernenergie.Ethan Pollock: Stalin and the Soviet Science Wars; 2006. Vladimir Fock en Lev Landau werden vrijgelaten uit de gevangenis wegens hun belang voor het nucleaire wapenprogramma.
In de periode van 1949 tot en met 1951 was er een campagne tegen de scheikundige resonantietheorie van Linus Pauling. Pauling had de nobelprijs ontvangen in 1954 voor zijn theorie. Aanhangers van de resonantietheorie werden beschuldigd van “kosmopolitische sympathieën”. Aanhangers moesten publiekelijk excuses maken en afstand nemen van de theorie.
Geschiedkunde Het onderzoek naar de geschiedenis werd sterk gecensureerd door de Sovjet-autoriteiten om het imago en daarmee de macht van de communistische partij en haar ideologie te verdedigen. Theorieën werden onderdrukt als zij tegengesteld werden beschouwd aan de partijlijn.Roger D. Markwick en Donald J. Raleigh: Rewriting History in Soviet Russia: The Politics of Revisionist Historiography, 2001.
Toegang tot historische archieven was beperkt. Artikelen en boeken over de geschiedenis moesten in overeenstemming zijn met de visie van de communistische partij. Historische gebeurtenissen die niet een positief beeld gaven van de partij en haar geschiedenis werden gecensureerd. Ook de toegang tot buitenlandse bronnen was sterk beperkt. Sommige bronnen uit West-Europa en Noord-Amerika werden wel uitgegeven in de Sovjet-Unie, maar dan in gecensureerde vorm. Zaken die verwijderd zijn uit westerse geschiedenisboeken over de Tweede Wereldoorlog zijn bijvoorbeeld de zuiveringen van het Rode Leger, de geheime protocollen van het Molotov-Ribbentroppact, delen over de Winteroorlog, de bezetting van de Baltische staten door de Sovjet-Unie, de westerse steun aan de Sovjet-Unie tijdens de oorlog en fouten gemaakt door de Sovjet-regering tijdens de Tweede Wereldoorlog.B.E. Lewis: Soviet Taboo: Vtoraya Mirovaya Voina, History of the Second World War by B. Liddel Gart, B. Liddell Hart; 1977; Soviet Studies. 29 (4). 603–6. doi:10.1080/09668137708411159.
Ook theorieën die een belangrijke rol toekenden aan het Roes-volk en andere Varjagen op het ontstaan van het Kievse Rijk werd verboden.Leo S. Klein: The Russian controversy over the Varangians.
Categorie:Wetenschapsgeschiedenis Categorie:Sovjet-Unie