Willem Carel/Karl Auener (Amsterdam, 2 december 1893 – Soesterberg, 19 november 1942) was een Nederlandse restaurateur en schaker. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij verzetsstrijder van het eerste uur. Vanwege zijn lidmaatschap van de Communistische Partij van Nederland en zijn bijdrage aan de Februaristaking van 1941 werd door het nazi-gerecht over hem het doodvonnis uitgesproken. Hij werd bij de militaire vliegbasis Soesterberg door de Wehrmacht gefusilleerd.
Familie miniatuur|Familiekiekje Willem Auener was een zoon van Friedrich Carl Auener (Amsterdam, 20 september 1858) en Maria Mathilda Ellerman (Amsterdam, 25 november 1859 – 1931).
Hij was getrouwd met Antonij Friederike Stark (Sangen (Duitsland), 13 januari 1892 - Hengelo (Overijssel), 22 februari 1936), en kreeg met haar twee kinderen, een dochter (1929) en een zoon (1931). Na Antonijs overlijden hertrouwde Auener in 1938 met Helene (Lena) Gertrude Schweisz (Bottrop (Duitsland), 8 augustus 1898 – ?). Met haar kreeg hij een dochter, twee maanden nadat ze getrouwd waren.
Levensloop Willem Carl Auener was geboren in Amsterdam. Hij heeft een tijd in Duitsland gewoond alvorens hij in 1923 naar Nederland terugkeerde en zich in Uitgeest vestigde.
Stationsrestauratie Auener was van beroep restaurateur. In 1926 nam hij het beheer van de stationsrestauratie in Station Uitgeest over van C.J.E. Auener. Door de elektrificatie van de trein en als gevolg van gunstigere aansluitingstijden voor het reizend publiek zakte de klandizie van zijn restauratie op het station in. Dit deed hem besluiten de pacht over te dragen en begin 1932 uit te wijken naar het Overijsselse Hengelo, om de stationsrestauratie op het station aldaar onder zijn hoede te nemen. Deze deed hij eind 1936 weer van de hand en hij verhuisde naar Amsterdam. De stationsrestauratie zou onder een andere naam verdergaan.
Schaken Auener was een schaker. In de tijd dat hij in Uitgeest woonde, schaakte hij voor Uitgeester Schaakgenootschap Lasker in de derde klasse van de Nederlandse Schaakbond. Een Indische partij die hij met de zwarte stukken verloren had, was geannoteerd en in een regionale krant gepubliceerd. Mogelijk is hij later ook voor het IJmuidense Kijk Uit in de tweede klasse uitgekomen.
In Hengelo pakte hij de draad van het schaken weer op. Tijdens een vergadering in zijn stationsrestauratie besloot hij in overleg met andere enthousiastelingen de toentertijd ingeslapen Hengelose Schaakclub weer tot leven te brengen. Het bestuur werd die avond vastgesteld – Auener werd voorzitter. Enkele maanden later speelde de club tegen het Enschedees Schaakgenootschap (ESG). Auener verloor zijn partij met de zwarte stukken en het ESG was de winnaar van de avond. Kennelijk was zijn band met dat genootschap goed, want hij speelde ruim een maand later in hun team tegen Enschedese Schaakclub. Ook hier verloor hij zijn partij met de zwarte stukken, maar als team won ESG wel. Met zijn eigen club deed hij ook mee aan een schaaksimultaan, gegeven door Th. de Jong uit Winterswijk, die tegen 21 borden speelde. De Jong won 16 partijen, maakte 1 remise en verloor er 4 (+16=1−4), waarvan een de partij met Auener was. Er zou gedurende de simultaan veel geconsulteerd zijn, waardoor niet duidelijk is in hoeverre Auener zijn partij op eigen kracht gewonnen heeft.
Verzet Auener woonde in Amsterdam aan de Van Woustraat toen de oorlog uitbrak. Hij zat vanaf het begin in het verzet en was lid van de door de Duitse bezetter verboden Communistische Partij van Nederland (CPN). Hij speelde met het CPN een belangrijke rol bij de organisatie van de februaristaking van 1941. Hij werd hiervoor op 4 maart 1942 gearresteerd en hij zat eerst gevangen in de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam en daarna in Utrecht.
In het Feldgericht Luftgau Holland werd tegen hem en zijn metgezellen de doodstraf geëist "wegens het deel uitmaken van een verboden organisatie, het plegen van spionnage [sic], sabotage, vorming van een tweede front en hulp aan den vijand". Na een proces van twaalf dagen werd hij samen met twaalf andere partijleden uit Amsterdam ter dood veroordeeld. Hij schreef enkele uren voor zijn dood zijn afscheidsbrief vanuit de Kriegwehrmachtgefängnis in Utrecht.
Auener werd op 19 november 1942 tijdens een 'stille fusillade' samen met andere verzetsmensen in het geheim door een vuurpeloton van de Duitse Luftwaffe geëxecuteerd in een bos nabij de militaire vliegbasis Soesterberg.
Postuum Na de oorlog werd een massagraf ontdekt in een diepe bomkrater op de vliegbasis. Daar werden drieëndertig stoffelijke overschotten gevonden, inclusief dat van Auener. Zij werden bekend als de '33 van Soesterberg'; de 33 verzetsstrijders die allemaal dezelfde nacht geëxecuteerd waren.
Zijn stoffelijk overschot werd samen met die van vijftien andere communistische slachtoffers – twaalf afkomstig uit het massagraf op de basis en drie uit een massagraf in het bosgebied bij Woudenberg – herbegraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats te Amsterdam.
Zijn naam is opgenomen in verschillende oorlogsmonumenten:
Het verzetsmonument op begraafplaats De Nieuwe Ooster in Amsterdam-Oost, ter nagedachtenis van de Amsterdamse verzetsstrijders. Het monument voor gefusilleerde verzetsmensen in Soesterberg, dat is opgericht ter nagedachtenis aan ‘de 33 van Soesterberg’. Het herdenkingsmonument Fort de Bilt, waar Auener vermeld wordt op de eerste gedenksteen.
Bronnen en referenties
Categorie:Nederlands verzetsstrijder omgekomen tijdens de Tweede Wereldoorlog Categorie:Nederlands schaker