Dietrich Kötzsche (Berlijn, 3 juli 1930 − Berlijn, 20 januari 2008) was een Duits kunsthistoricus, gespecialiseerd in middeleeuwse edelsmeedkunst.
Leven en werk Dietrich Kötzsche werd in Berlijn geboren als zoon van de tandarts Karl Kötzsche en zijn vrouw Hertha Kötzsche-Jordan. Hij deed in 1949 eindexamen aan de Ulrich-von-Hutten-Oberschule in Berlin-Lichtenrade. Vervolgens voltooide hij een stage bij de Staatliche Museen zu Berlin (Ost), waar hij al snel onderzoeksassistent werd. In het wintersemester van 1950/51 begon hij met de studies kunstgeschiedenis, christelijke archeologie en klassieke archeologie aan de Humboldtuniversiteit van Berlijn, waar hij in 1954 afstudeerde. Vervolgens keerde hij terug naar de Oost-Berlijnse musea als onderzoeksassistent. Hij verliet deze functie eind 1958 en begon in het zomersemester van 1959 aan de Rheinische Friedrich-Wilhelms-Universiteit in Bonn te studeren.
Van 1963 tot 1965 was hij academisch secretaris voor de tentoonstelling Karel de Grote, georganiseerd op initiatief van de Raad van Europa. Op 1 januari 1966 aanvaardde hij een tijdelijke positie als assistent bij het Instituut voor Kunstgeschiedenis in Bonn. In juli 1969 promoveerde hij bij Herbert von Einem op een proefschrift over het Victorschrijn in de Dom van Xanten. Na een korte periode bij het Suermondt Museum in Aken, trad hij in 1971 in dienst bij het Kunstgewerbemuseum in Berlijn, waar hij tot zijn pensionering in 1995 werkzaam was, uiteindelijk als hoofdconservator. Hij bekleedde tevens een erehoogleraarschap aan de Technische Universiteit Berlijn.
Zijn voornaamste onderzoeksgebied was de middeleeuwse edelsmeedkunst, met name die van de Maas-Rijnregio in de twaalfde eeuw, op welk gebied hij tot de internationaal erkende experts behoorde. Hij publiceerde over diverse bekende Maaslandse reliekschrijnen, onder andere in de catalogus van de tentoonstelling Rhein und Maas in Keulen in 1972. In haar monografie over de Maastrichtse Noodkist, citeert kunsthistorica Renate Kroos uit een ongepubliceerd manuscript van Kötzsche uit 1971. Daarin geeft Kötzsche een opsomming van de tientallen fouten en niet-noodzakelijke ingrepen bij de restauratie van dit schrijn in 1960-62. (1985): Der Schrein des heiligen Servatius in Maastricht und die vier zugehörigen Reliquiare in Brüssel, pp. 89-90. Zentralinstitut für Kunstgeschichte, München, .
Bibliografie (selectie) thumb|170px|Medaillon met OPERATIO-voorstelling van het vm. altaarretabel van Stavelot (Maaslands, ca. 1150, Kunstgewerbemuseum 1966: 'Darstellungen Karls des Großen in der lokalen Verehrung des Mittelalters', in: Karl der Große. Lebenswerk und Nachleben, deel 4, pp. 157–214. Berlijn 1973: Der Welfenschatz im Berliner Kunstgewerbemuseum. Berlijn (Bilderhefte der Staatlichen Museen Preußischer Kulturbesitz 20/21) 1978: Der Schrein des heiligen Viktor im Dom zu Xanten (proefschrift). Bonn 1979: Das Medaillon mit der OPERATIO vom Remaklus-Retabel in Stablo. Berlijn, Stiftung Preußischer Kulturbesitz (zie afbeelding) 1984: 'Das Evangeliar Heinrichs des Löwen', in: Das Evangeliar Heinrichs des Löwen, pp. 39–72. Hannover 1991: 'Der Buchdeckel des Quedlinburger Evangeliars', in: Das Samuhel-Evangeliar aus dem Quedlinburger Dom. Ausstellung 17. Januar–27. Februar 1991, pp. 43–50. Berlijn, Kulturstiftung der Länder (Patrimonia 25) 1989 [uitg.]: Das Evangeliar Heinrichs des Löwen. Kommentar zum Faksimile. Frankfurt am Main, Insel 1992 [uitg.]: Der Quedlinburger Schatz wieder vereint (tentoonstellingscatalogus Kunstgewerbemuseum der Staatlichen Museen zu Berlin – Preußischer Kulturbesitz, 31 oktober 1992–30 mei 1993). Berlijn, Ars Nicolai 2006 [met Lothar Lambacher, met bijdragen van Hannah Moland en Hans-Werner Pape]: Höhepunkte romanischer Schatzkunst. Die Kuppelreliquiare in London und Berlin und ihr Umkreis (tentoonstellingscatalogus Kunstgewerbemuseum der Staatlichen Museen zu Berlin, 16 september–19 november 2006). Berlijn, Kunstgewerbemuseum
Categorie:Duits kunsthistoricus Categorie:Duits conservator Categorie:Duits hoogleraar