Het dwergspikkelschijfje (Saccobolus glaber) is een schimmel, behorend tot de familie Ascobolaceae. Het leeft coprofiel (het groeit op mest) van onder andere runderen, paarden, schapen, herten en andere grote herbivoren. De soort is voor het eerst beschreven door Christiaan Hendrik Persoon.

Kenmerken De apothecia (vruchtlichamen) zijn zittend en hebben een diameter van 0,2–1 mm. De kleur is goudgeel tot amberkleurig.

Het heeft de volgende microscopische kenmerken: De asci zijn cilindrisch-clavaat, achtsporig en meten 130–250 × 25–35 µm. De ascuswand kleurt blauw in Melzers reagens. De ascosporen zijn elliptisch tot licht asymmetrisch en meten 20–29 × 8,5–14 µm. De sporen zijn hyalien wanneer jong en kleuren purperbruin bij rijping. Het oppervlak van de sporen is glad of reticulair (netvormig) met onregelmatige scheurtjes. De parafysen zijn cilindrisch, meestal onvertakt, soms vertakt en gesepteerd.

Verspreiding In Nederland komt het dwergspikkelschijfje zeer zeldzaam voor.

Categorie:Ascobolaceae Categorie:Schimmelsoort