250px|thumb|Het Theatro da Paz Het Theatro da Paz (Vredestheater) is het theater van de Braziliaanse stad Belém, hoofdstad van de staat Pará. Het werd gebouwd in de periode van en gefinancierd door de inkomsten van de rubberhausse van de tweede helft van de 19e eeuw en kreeg als originele eerste naam het Nossa Senhora da Paz. Het wordt beschouwd als het belangrijkste cultuurhuis in Noord-Brazilië.

Tot heden is het theater het grootste in noordelijk Brazilië en een van de meest luxueuze van het land. In de entreehal bevinden zich Carrara-marmeren bustes van de Braziliaanse schrijvers José de Alencar en Gonçalves Dias, en beschilderde muren en plafonds die Griekse kunst vertegenwoordigen. De hoefijzervormige concertzaal heeft plaats voor negenhonderd zitplaatsen (oorspronkelijk duizendhonderd). De stoelen zijn gemaakt van hout en stro, passend bij het klimaat van de regio. De Adelzaal (Foyer) is versierd met spiegels en kroonluchters in Frans kristal en bustes van Carrara-marmer van componisten Carlos Gomes en Henrique Gurjão.

Sinds 1996 heeft het theater, in samenwerking met de Carlos Gomes Stichting, een orkest in residentie, het Symfonieorkest van Theatro da Paz (OSTP).

In 2026 werd het theater Unesco-werelderfgoed.Unesco

Geschiedenis De lokale aristocratie van Belém drong in een tijdperk van grote economische groei en vooruitgang aan op de uitbreiding van het cultuuraanbod. Het bouwwerk werd op last van de regering gebouwd in neoclassicistische stijl naar een ontwerp van militair ingenieur José Tibúrcio Pereira de Magalhães, met enkele aanpassingen aangebracht door het kantoor voor openbare bouw. De originele naam, waarmee ook wordt gewezen en gerefereerd naar de gewenste vrede na de Oorlog van de Drievoudige Alliantie, werd voorgesteld door de plaatselijke bisschop Antônio de Macedo Costa, die ook de eerste steen van het theater op 3 maart 1869 plaatste. De bouw liep van 1869 tot 1874, maar het theater werd pas opengesteld in 1878 voor het publiek na een administratief onderzoek tegen de bouwers. Tijdens de bouw werd het project verder opgevolgd en aangestuurd, met aanpassingen, door ingenieur Antônio Augusto Calandrini de Chermont. Het gebouw werd ingehuldigd op 15 februari 1878. De première was een voorstelling van Adolphe d'Ennery's drama Les Deux orphelines, op 16 februari 1878 in een uitvoering door het theatergezelschap Vicent Pontes de Oliveira. Na de opening drong bisschop Macedo Costa aan op een naamswijziging, omdat hij opmerkte dat de benaming "Onze Lieve Vrouw" onwaardig zou zijn voor een plek waar niet-kerkelijke uitvoeringen ("alledaagse voorstellingen") plaatsvonden.

De aanwezigheid van het theater op het toenmalige Praça Dom Pedro II (sinds de proclamatie van de Republiek Brazilië in 1889 Praça da República) had invloed op de wijk, en consolideerde het als cultureel centrum van de stad Belém. Zo ontstond er een polygon van cultuur, gevormd door het Palacete Bolonha, het Grande Hotel, Cine Olympia en het Theatro da Paz, een gemeenschappelijke ontmoetingsplaats voor de aristocratie van Belém, die er, elegant gekleed in Parijse stijl, hun rijkdom met juwelen en ijdelheden etaleerden. Het was de plek om te zien en gezien te worden.

Het theater onderging renovaties in de periode van 1887 tot 1890, met als hoofddoel het verfraaien van het gebouw, een eis van de lokale gemeenschap, naast het aanbrengen van correcties in structurele problemen. Uit deze periode zijn de schilderijen in de concertzaal gemaakt, gemaakt door de kunstenaars Chrispim do Amaral en de Italiaan Domenico de Angelis. Het plafond van de foyer werd ook geschilderd door De Angelis, maar dit schilderij ging verloren bij een instorting van het plafond in de jaren 1930. Domenico de Angelis decoreerde nadien ook het Teatro Amazonas in Manaus.

Tussen 1904 en 1905 onderging het theater een nieuwe grote renovatie, die werd gerechtvaardigd door een barst in het fronton. De gevel werd opnieuw ontworpen en een van de zeven zuilen werd verwijderd om de gelijkheid van de klassieke regels van het classiscisme te waarborgen. Dergelijke veranderingen gaven het gebouw een nog imposanter en luxueuzer uitstraling.

In de jaren 1910 begon Belém te lijden onder de achteruitgang van de rubberhausse, en kwamen investeringen in cultuur in het gedrang. De werking van het theater werd steeds onzekerder. Desondanks organiseerde het Theatro da Paz in de jaren 1930 belangrijke voorstellingen, met attracties zoals de Russische danseres Anna Pavlova en de lyrische zanger Bidu Sayão.

In de jaren 1960 onderging het theater verschillende renovaties, waaronder de uitvoering van een nieuw schilderij tegen het plafond in de hal, met een Amazonethema, door de Italiaanse kunstenaar Armando Balloni.

Het Instituto do Patrimônio Histórico e Artístico Nacional (IPHAN) erkende het bouwwerk als een monument als nationaal Braziliaans bouwkundig erfgoed in 1963. In juli 2026 tijdens de 48e sessie van het Unesco Werelderfgoedcomité werd het theater samen met het Teatro Amazonas in Manaus erkend als cultureel werelderfgoed en als de Amazonetheaters toegevoegd aan de werelderfgoedlijst.

Categorie:Theaterzaal Categorie:Bouwwerk in Pará Categorie:Belém Categorie:Neoclassicistisch bouwwerk Categorie:Cultureel erfgoed in Brazilië Categorie:Werelderfgoed in Brazilië