Kuno (Koenrad) van Pfullingen (geboren rond 1035/1040 in Pfullingen; overleden 1 juni 1066 in Ürzig) was de zoon van Egilolf van Pfullingen en Hazecha van Steusslingen, een zus van aartsbisschop Anno II van Keulen. Op instigatie van aartsbisschop Anno II van Keulen werd hij in 1066 benoemd tot aartsbisschop van Trier.Vita et passio Conradi archiepiscopi 1 (= (ed.), Monumenta Germaniae Historica, Scriptores, VIII, Hannover, 1848, p. 214). De burgers en ministerialen van Trier voelden zich door deze beslissing gepasseerd en uitten hun ongenoegen door de verkozen aartsbisschop gevangen te zetten en te vermoorden.

Moord Na het overlijden van aartsbisschop Everhard van Trier op 15 april 1066, schoof aartsbisschop Anno II van Keulen zijn neef Kuno naar voren als diens opvolger voor het aartsbisdom Trier. Kuno kwam uit het Huis Pfullingen (Zwaben) en was destijds proost van de Dom van Keulen. Omdat de bevolking, de adel en de geestelijkheid van Trier zich door koning Hendrik IV gepasseerd voelden bij deze benoeming, ontstond er grote onvrede in de stad en werden er opstootjes verwacht bij Kuno's aanstelling tot aartsbisschop. Daarom werd aan bisschop Einhard II van Katzenellenbogen de opdracht geven om Kuno van een gewapende escorte te voorzien.

Ten noorden van Trier, vlakbij Bitburg, sloegen op 17 mei 1066 bisschop Einhard en aartsbisschop Kuno hun kamp op voor de nacht. In de ochtend van 18 mei 1066 vielen graaf Theoderik (landvoogd en burgemeester van Trier) en zijn mannen het kamp aan, beroofden Einhard en namen Kuno gevangen. Kuno werd vervolgens oostwaarts gebracht, naar het kasteel Ürzig aan de Moezel, en daar gevangengezet. Na twee weken gevangenschap, op 1 juni 1066, kregen vier soldaten het bevel Kuno te vermoorden. Nadat hij driemaal van een rotswand bij het kasteel was gegooid en nog in leven was, werd Kuno onthoofd. Zijn lichaam bleef de volgende 30 dagen onbegraven totdat boeren uit het dorp Lösnich het ontdekten.

Gevolgen Na een tijdelijke begrafenis van Kuno in Lösnich aan de Moezel, werd zijn lichaam op aandringen van bisschop Theoderik van Verdun overgebracht naar de kloosterkerk van de benedictijnenabdij van Tholey en daar op 10 juli 1066 begraven. Op aandringen van de toenmalige aartsbisschop van Mainz, Siegfried, werd Kuno I heilig verklaard en zijn moordenaars geëxcommuniceerd.

De regionale verering van Kuno bleef tot in het begin van de 19e eeuw voortbestaan. Zijn bewaard gebleven, doorboorde tuniek en andere relikwieën gingen verloren als gevolg van de Franse Revolutie.

Omdat aartsbisschop Anno II, wellicht vanwege zijn uiteenlopende politieke activiteiten, niet erg populair was bij de paus of de koning, had de moord op Kuno grotendeels geen gevolgen voor de daders. Noten

Referenties

B. Endrulat, art. Konrad (Kuno) I., Erzbischof von Trier, in Allgemeine Deutsche Biographie 16, Leipzig, 1882, p. 627. A. Gawlik, art. Konrad I., in Neue Deutsche Biographie 12, Berlijn, 1980, p. 530 (deutsche-biographie.de).  A. Heit, art. Kuno (Konrad) I., in Lexikon des Mittelalters 5, München - Zürich, 1991, col. 1572.  G. Jenal, Erzbischof Anno II. von Köln (1056-75) und sein politisches Wirken. Ein Beitrag zur Geschichte der Reichs- und Territorialpolitik im 11. Jahrhundert, Stuttgart, 1974–1975. G. Meyer von Knonau, Jahrbücher des Deutschen Reiches unter Heinrich IV. und Heinrich V., I, Leipzig, 1890, pp. 498-513. M. Persch, art. Kuno (Konrad) I. von Pfullingen, Erzbischof von Trier, in Biographisch-Bibliographisches Kirchenlexikon 4, Herzberg, 1992, coll. 820-822. F.-J. Reichert, St. Cuno – ein vergessener Heiliger unserer Region, in Verein für Heimatkunde im Landkreis Birkenfeld, Mitteilungen 75 (2001), pp. 41-70. F.-J. Reichert, Cuno von Pfullingen, Elekt von Trier – Das Weiterleben eines Heiligen, in Kurtrierisches Jahrbuch 42 (2002), pp. 47-84 (online) (PDF; 1,9 MB) K. Schulz, Ministerialität und Bürgertum in Trier. Untersuchungen zur rechtlichen und sozialen Gliederung der Trierer Bürgerschaft vom ausgehenden 11. bis zum Ende des 14. Jahrhunderts, Bonn 1968.

Categorie:Aartsbisschop van Trier