Rosario Cancellieri (Vittoria, 5 november 1825 – aldaar, 11 januari 1896) was een patriot in het koninkrijk der Beide Siciliën; na de aansluiting bij het koninkrijk Italië was Cancellieri afgevaardigde in de Camera dei Deputati en nadien senator voor het leven.
Levensloop Cancellieri werd geboren op Sicilië in de stad Vittoria als zoon van Giuseppe Cancellieri en Salvatrice Terlato. In 1844 behaalde hij het diploma van jurist aan de universiteit van Catania. Hij startte een praktijk als advocaat in zijn geboortestad. Hij interesseerde zich in gemeentepolitiek en steunde actief de eenmaking van Italië.
Na de aanhechting van de Beide Siciliën aan Italië (1861) was Cancellieri méér actief in de gemeentepolitiek dan als advocaat. De burgemeester was destijds baron Scrofani en nadien Depretis. In het stadsbestuur ging hij voor openbare werken, zoals de bouw van een stadstheater en een bibliotheek, de drooglegging van moerassen en de afwerking van de aquaduct Cappuccini. Een klein ziekenhuis werd opgericht in Vittoria. In 1862 ijverde hij bij de Regering in Turijn voor de bouw van een nieuwe haven, alsook voor een vaccinatieprogramma waarvoor steden verantwoordelijk moesten worden.
Wanneer de Regering, ondertussen met zetel in Florence, landelijke verkiezingen uitschreef (1865) werd Cancellieri verkozen tot parlementslid in de Kamer van Afgevaardigden. Hij werd viermaal herverkozen zodat hij afgevaardigde bleef tot in het jaar 1882, doch niet in de jaren 1874-1876. Als afgevaardigde ijverde hij voor de oprichting in Sicilië van een fonds voor zieken en een spaarkas. Wetgevend werk over landhervormingen en fiscale gunstmaatregelen voor armen kreeg eveneens zijn aandacht. Hij behoorde tot de linkse fractie in het parlement.
Cancellieri combineerde parlementair werk met een zetel in de provincieraad en soms provinciebestuur van Syracuse. Vittoria behoorde destijds tot de provincie Syracuse en pas later tot de provincie Ragusa. Daar hield Cancellieri zich bezig met de aanleg van een autoweg en de spoorweg Syracuse-Licata.
In 1874 werd Cancellieri niet herverkozen. Zijn tegenstanders in het stadhuis van Vittoria roerden zich. Het ging om twee clans. Zij blokkeerden elke ambitie van Cancellieri om burgemeester te worden. In 1876 werd Cancellieri dan toch verkozen tot afgevaardigde, wat hij bleef tot in 1882. In 1882 roerden zijn tegenstanders zich opnieuw. Cancellieri trok zich terug uit de landelijke, provinciale en stedelijke politiek.
In 1890 benoemde koning Umberto I hem tot senator voor het leven. Voor Cancellieri was het een politieke revanche. Hij zetelde in Rome op de bank der senatoren die minstens drie legislaturen afgevaardigde waren geweest. Cancellieri overleed in 1896. Hij was vereerd met het ereteken van commandeur in de Orde van de Italiaanse Kroon en van ridder in de Orde van Sint-Mauritius en Sint-Lazarus.
miniatuur|links|Commandeurskruis in de Orde van de Italiaanse Kroon.
Categorie:Italiaans advocaat Categorie:Risorgimento Categorie:Italiaans afgevaardigde Categorie:Italiaans senator Categorie:Italiaans politicus in de 19e eeuw