Établissements Belges de Neu-Anvers, of kortweg Ebena, was een Belgische onderneming (1921-1931), opgericht door Robert Meeús en Léon Guillon, net na de Eerste Wereldoorlog, in Wijnegem in de provincie Antwerpen. Na de oorlog werd gezocht naar vervangstoffen voor de schaars geworden grondstoffen. Een van de eerste gebruikte vervangstoffen door Ebena was bois durci; runderbloed in poedervorm, afkomstig uit het Antwerpse slachthuis, gemengd met zaagmeel. Deze vervangstof wordt soms het oudste bioplastic genoemd. Oprichters Meeús en Guillon maakten al snel een eigen recept van bois durci: naast runderbloed en zaagmeel voegen ze een harsmengeling toe van kopal, een natuurlijk hars uit Belgisch-CongoDebo, R., Cornelis, L., De Craene, H., & Januarius, J. (2021). Melk, katoen, fenol en matrijzen!: Veldtekening van het erfgoed van de kunststofnijverheid in Vlaanderen (1920-1961). Gent: ETWIE., en kleurpigmenten. Zo ontstonden bonte kleurstructuren en marmereffecten, typisch en uniek voor de Ebena-dozen.
Het bedrijf maakte onder meer snoepdozen of bonbonnières, sigarettendozen, vazen en juwelenkistjes. De dozen werden afgewerkt met knopjes en handgrepen uit galaliet of kwasten uit zijde, leder of metaalkoord. Deze 'objets de fantaisie' werden door Ebena vanaf 1921 op de markt gebracht. De doosjes waren populair over de hele wereld. Ook vandaag zijn 'objets de fantaisie' gegeerde verzamelobjecten bij internationale collectioneurs en art-decoliefhebbers.Ebena 1921-1931: articles de fantaisie et articles industriels: Sammlung Kölsch
Daarnaast maakte Ebena ook seriewerk: afwerkonderdelen voor bijvoorbeeld de Antwerpse autofabriek Minerva of elektrische toestellen voor Philips, ATEA en Bell Company.
De economische crisis en concurrentie van voorwerpen in lichtkleurig materiaal veroorzaakten de stopzetting van het bedrijf in 1931.
Categorie:Voormalig bedrijf in Vlaanderen