Cutleria multifida (soms Franjewier genoemd) is een marien bruinwier, een diplobiontisch organisme met een heteromorfe digenetische cyclus met een dominante gametofyt.Cutleria multifida, in: Botánica. Ciclos Biológicos de Vegetales. Het komt voor in de sublitorale zone tot ongeveer 10 m diepte. De auteurs van Cutleria multifida zijn Dawson Turner, die de soort oorspronkelijk beschreef als Ulva multifida en Robert Kaye Greville, die de soort in 1830 naar het geslacht Cutleria overbracht.

De korstvormige sporofyten waren bekend onder de synoniemen Aglaozonia parvula (Greville) Zanardini, 1843 en Padinella parvula (Greville) Areschoug, 1843.

Levenscyclus De diploïde zygote kiemt en vormt op een hard substraat aan de zeekust, zoals op schelpen of op rotsen, een meercellig zeewier: de (meio)sporofyt.

Het met rizoïden wortelende thallus van de sporofyt vormt bij de uiteinden van de thalluslobben de sori (enkelvoud: sorus) met sporangia, waar flagellate zoösporen door meiose (reductiedeling) worden gevormd.

De mannelijke en de vrouwelijke meiosporen kiemen en vormen forse mannelijke, respectievelijk vrouwelijke gametofyten, die zich morfologisch duidelijk anders onderscheiden van de sporofyt.

Bij de uiteinden van de smalle lobben van het thallus bevinden zich de gametangia. Op de vrouwelijke plant worden in de gametangia grotere vrouwelijke zoögameten gevormd, op de mannelijke plant de kleinere mannelijke zoögameten.

De bevruchting is een anisogame planogamie (met ongelijk grote flagellate geslachtscellen). De bevruchting bestaat uit plasmogamie (versmelting van de geslachtscellen), gevolgd door karyogamie (versmelting van de mannelijke en vrouwelijke kern). Hierbij wordt weer een zygote gevormd als begin van de volgende generatie.

Categorie:Bruinwieren