Loge de Juste (ook: La Loge de Juste of La Juste) was een gemengde vrijmetselaarsloge in Den Haag, opgericht in 1751. De loge geldt als een vroeg voorbeeld van adoptievrijmetselarij in Europa, waarbij zowel mannen als vrouwen formeel tot de loge werden toegelaten. Zij bestond tot 1757 en trok leden uit de Haagse adel, hofkringen, het leger en het theatermilieu. Door de formele registratie van vrouwelijke leden, waaronder actrices van de in Den Haag residerende Comédie Française, neemt Loge de Juste een bijzondere plaats in binnen de geschiedenis van de vrijmetselarij.

Oprichting De oprichting van Loge de Juste volgde kort op de komst van de Schotse vrijmetselaar William Mitchell naar Den Haag. Mitchell had in 1750 in Londen patenten verworven als Provinciaal Grootmeester van de Order of Heredom of Kilwinning and the Rosy Cross (thans de Royal Order of Scotland). In hetzelfde jaar werd hij erkend als Provincial Grand Master of the Seven United Provinces.

Begin 1751 legde Mitchell, samen met de Fransman De Saint-Étienne, de basis voor een loge waarin zowel mannen als vrouwen konden participeren. Op 1 mei 1751 nam Juste Gérard baron van Wassenaer (1716–1753) de leiding over. Onder zijn voorzitterschap kreeg de loge de naam La Juste of Loge de Juste, een verwijzing naar zijn voornaam.

Organisatie en leden Loge de Juste kende een gemengde samenstelling van leden uit verschillende sociale milieus. Tot de leden behoorden adellijke personen, militaire officieren, musici en acteurs. Een opvallend deel van de leden was verbonden aan de in Den Haag gevestigde Comédie Française, die in de achttiende eeuw een belangrijke rol speelde in het culturele leven van de stad.

Voor de vrijmetselarij van die tijd was vooral de formele toelating van vrouwelijke leden uitzonderlijk. Vrouwen werden in de administratie als Zuster geregistreerd en namen deel aan logeactiviteiten. Daarmee onderscheidde Loge de Juste zich van de meeste contemporaine loges, waarin vrouwen hoogstens informeel of ceremonieel aanwezig waren.

De rituele praktijk vertoonde overeenkomsten met Franse adoptierituelen en met elementen uit de Harodim-traditie. Muziek en voordracht speelden een rol tijdens bijeenkomsten, mede door de betrokkenheid van leden uit het theatermilieu.

Controverse en opheffing De loge functioneerde in een politiek en religieus gevoelig klimaat. De openlijke deelname van vrouwen en acteurs riep weerstand op bij meer behoudende vrijmetselaren en kerkelijke kringen, die de loge als te openlijk en te Frans georiënteerd beschouwden.

In 1757 hield Loge de Juste op te bestaan. Als oorzaken worden in de literatuur onder meer interne spanningen, financiële problemen en het wegvallen van steun binnen de Haagse elite genoemd. De dood van Juste Gérard baron van Wassenaer in 1753 en het vertrek van William Mitchell uit Den Haag verzwakten de positie van de loge aanzienlijk.

Historische betekenis Loge de Juste wordt in beschouwd als een van de vroegste en best gedocumenteerde adoptieloges in Europa. De casus laat zien hoe in het midden van de achttiende eeuw werd geëxperimenteerd met de toelating van vrouwen tot de vrijmetselarij, ruim vóór de officiële erkenning van adoptieloges door de Grand Orient de France in 1774.

Van Loge de Juste zijn diverse documenten bewaard gebleven, waaronder een constitutieboek, een kasboek en een verzameling liederen. Deze stukken worden bewaard in de archieven van het Grootoosten der Nederlanden en vormen een belangrijke bron voor het onderzoek naar vroege adoptieloges.

Zie ook Adoptievrijmetselarij Vrijmetselarij in Nederland

Categorie:Nederlandse vrijmetselaarsloge Categorie:Gemengde vrijmetselarij Categorie:Geschiedenis van Den Haag