Rue Lepic is een straat in Montmartre, in het 18e arrondissement van Parijs. De straat beklimt de heuvel van Montmartre, van de Boulevard de Clichy tot aan Place Jean-Baptiste-Clément. Het gemiddelde stijgingspercentage ligt rond de 7%. Aan de straat woonden vele bekende kunstenaars, waaronder Vincent van Gogh.

Geschiedenis Het is een oude weg die is ontstaan door het rechtmaken en herschikken van verschillende onverharde wegen die naar de Barrière Blanche (Place Blanche) leidden.

Op een dag in 1809 besluit Napoleon Bonaparte naar de kerk Saint-Pierre de Montmartre te gaan om de telegraaf van Chappe te bekijken die daar is geïnstalleerd. In die tijd is de kerk alleen bereikbaar via de Vieux-Chemin, de huidige Rue Ravignan. Deze weg was in zeer slechte staat en de keizer moest te voet verder, waarbij hij zijn paard achterliet ter hoogte van het huidige Place Émile-Goudeau. De pastoor, Jacques-Christophe Cayres de Blazère, wees hem op het belang van een weg met een helling die geschikter was voor het verkeer. De keizer gaf hem gelijk en liet de huidige Rue Lepic aanleggen. Deze weg heette aanvankelijk chemin Neuf en kreeg in 1852 de naam Rue l'Empereur, vervolgens Rue Royale en ten slotte in 1864 zijn huidige naam.

Tijdens de Commune van Parijs werd de straat gebarricadeerd.

Het noordelijke uiteinde van de straat werd in 1905 opgenomen in het Place Jean-Baptiste-Clément. Op 2 september 1914, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werd de Rue Lepic gebombardeerd door Duitse vliegtuigen.

Noemenswaardige adressen Op nr. 15 bevindt zich Café des 2 Moulins, waar de film Le Fabuleux Destin d'Amélie Poulain zich afspeelde. Op nr. 25 was in 1910 het cabaret La Vache Enragée gevestigd. Op nr. 50 woonde dichter Jehan Rictus meer dan tien jaar lang. Op nr. 53 woonde Jean-Baptiste Clément (zanger en prominent lid van de Commune van Parijs) van 1880 tot 1891. Daarna verhuisde hij naar nr. 112. Op nr. 54 woonden Vincent van Gogh en zijn broer Theo van 1886 tot 1888 op de derde verdieping. Kunsthandelaar Alphonse Portier woonde enkele jaren op de eerste verdieping; de schilder Armand Guillaumin had hem in 1887 een aantal van zijn schilderijen in consignatie gegeven. Op nr. 56 was de fabrikant van klarinet- en saxofoonrieten Vandoren gevestigd. Hun premium merk rieten is naar dit adres vernoemd. Op nr. 59 woonde van 1873 tot 1891 de schilder Edmond Yon in een huis met een grote tuin. In 1910 woonde daar ook de schilder Charles Léandre. Voormalige locatie van Moulin de la Fontaine-Saint-Denis. Op nr. 64 woonde in 1875 de satirische cartoonist Forain. Op nr. 65, grenzend aan de Avenue Junot, bevindt zich de locatie van de Moulin-Neuf (1741). Op nr. 72, voormalige werkplaats van Félix Ziem. Op nr. 73, locatie van de Moulin-Vieux, die in 1860 werd gesloopt. Op nr. 77, Moulin de la Galette en Moulin le Radet. Op nr. 85 tot 87, Moulin de la Petite-Tour, gebouwd in 1647. Op nr. 87 woonde ooit Adolphe-Léon Willette. Op nr. 89 tot 93, Moulin de la Vieille-Tour, gebouwd in 1623. Op nr. 95 tot 99, locatie van de Moulin-du-Palais, gebouwd in 1640. Op nr. 98 woonde Louis-Ferdinand Céline. Op nr. 100 bouwde de Oostenrijkse arts David Gruby in 1860 een observatorium op het dak van het gebouw. Op nr. 102 stond ongeveer de Moulin de la Grande-Tour, een stenen toren die vóór de Franse Revolutie werd afgebroken. Op nr. 112 woonde Jean-Baptiste Clément in 1891. Schilder en graveur Eugène Delâtre woonde en werkte in de Rue Lepic. Hij woonde achtereenvolgens op nummer 92, nummer 87, nummer 97 en ook nummer 102.

Wielrennen thumb|Passage van de wielrensters tijdens de Olympische wegwedstrijd in 2024. Tijdens de Olympische Zomerspelen 2024 reden de mannen en vrouwen tijdens de wielerwedstrijden meerdere keren de Rue Lepic op. In navolging van de Olympische Spelen van Parijs van het jaar ervoor, kwam het peloton tijdens de laatste etappe van de Ronde van Frankrijk 2025 drie keer langs deze legendarische straat. Het was voor het eerst dat de laatste etappe van de Ronde van Frankrijk, die traditioneel in Parijs eindigt, langs de heuvel Montmartre komt. Ook in 2026 gaat de laatste etappe door Rue Lepic.

Eerste Renault Louis Renault bouwde zijn eerste auto in 1898 en noemde zijn auto de Voiturette. Op 24 december 1898 won hij een weddenschap met zijn vrienden dat zijn uitvinding in staat was om de helling van de Rue Lepic op te rijden. Renault won niet alleen de weddenschap, maar kreeg ook twaalf definitieve bestellingen voor het voertuig.

Cultuur Op 7 september 1960 openden Fernand en Jackie Sardou hun cabaret Chez Fernand Sardou aan de weg, op de plaats van cabaret Belzébuth, naast de woning van Maurice Utrillo. Het cabaret werd een geliefde ontmoetingsplaats en speelde elke avond voor een volle zaal. Michel Sardou maakte daar zijn professionele debuut, eerst als ober. In de film La Traversée de Paris (1956) van Claude Autant-Lara werden “Martin” (gespeeld door André Bourvil) en “Grandgil” (gespeeld door Jean Gabin) tijdens de Duitse bezetting van Frankrijk in deze straat afgebeeld terwijl ze een in stukken gesneden varken vervoerden dat bestemd was voor de zwarte markt. Yves Montand droeg aan deze straat het lied “Rue Lepic” op in het album Yves Montand chante ... (1952).

Kunstwerken van Rue Lepic

Categorie:Straat in Parijs Categorie:18e arrondissement (Parijs)