Gustave Rudler (Besançon, 11 januari 1872 – 16e arrondissement Parijs, 17 oktober 1957) was een hoogleraar Franse literatuur, die het grootste deel van zijn carrière hoogleraar in Engeland was.
Hij was de eerste titularis van de Leerstoel Maarschalk Foch in Franse literatuur aan de universiteit van Oxford. Hij was medeoprichter van het tijdschrift French Quarterly, het eerste Engelstalig tijdschrift over Franse literatuur.
Levensloop Zijn ouders waren Aloyse Rudler, leraar Frans in Baldersheim, en Marie-Alphonsine Lasale. Rudler liep school in het Collège Sainte-Barbe in het 5e arrondissement van Parijs en in het Lycée Louis-le-Grand in het Quartier Latin. Hij studeerde Franse taalkunde aan de École normale supérieure, destijds gelegen aan de Rue d’Ulm in het 5e arrondissement.
Na het behalen van het diploma gaf hij les in verschillende lycea in Parijs.
Rudler promoveerde bij Gustave Lanson, lector welsprekendheid Frans aan de Sorbonne Université; Lanson werd later hoogleraar alsook directeur van de École normale supérieure. Rudler behaalde de graad van docteur d’état en geaggregeerde voor het hoger onderwijs met een proefschrift over Benjamin Constant (1908). De Académie française verleende hem voor dit onderzoekswerk de Prix Adolphe Thiers (1910). Rudler bleef aan de Sorbonne werkzaam als lector en in 1913 trok hij naar Bedford College als hoogleraar Frans. Bedford College was destijds enkel open voor vrouwelijke studentes. Een promovenda bij hem was Julia Bastin.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog keerde Rudler naar Frankrijk terug om dienst te nemen in het leger.
In 1919 keerde Rudler naar Engeland terug, waar hij in 1920 de eerste titularis werd van de net opgerichte Leerstoel Maarschalk Foch in Franse literatuur aan de universiteit van Oxford. De leerstoel was gefinancierd door Basil Zaharoff (1849-1936), die een voormalige Ottomaanse wapenhandelaar was. Rudler werd ook benoemd tot fellow van het All Souls College in Oxford.
Zijn lessen in Oxford gaf hij in het Frans. Van de studenten verwachtte hij dat ze op zijn vragen in de Franse taal antwoorden.
In zijn academisch werk herhaalde Rudler dezelfde methodes van literatuurkritiek die hij in Parijs geleerd had. Zijn basismethode was een socio-historisch determinisme dat hij toepaste op het werk van elke Franse auteur. Zijn academisch werk in Engeland haalde geen hoge toppen meer in tegenstelling tot zijn eerste onderzoekswerk in Parijs dat internationale interesse kreeg. Zo publiceerde hij weinig wetenschappelijke publicaties of handboeken Frans. Niettemin was hij medeoprichter van French Quarterly, dat een tijdschrift over Franse literatuur was en het eerste tijdschrift in dit domein in de Engelse taal geschreven. Het tijdschrift liep van 1919 tot 1932.
Na zijn emeritaat keerde hij naar Parijs terug in 1949. In 1949 werd Rudler vereerd met het ereteken van Commandeur in het Legioen van Eer voor bewezen diensten aan Frankrijk.
Hij werd begraven op de begraafplaats Père Lachaise, op divisie 41 (1957).
Enkele werken L’explication française, principes et applications. Parijs, 1902. La Jeunesse de Benjamin Constant (1767-1794) : le disciple du XVIIIème siècle ; utilitarisme et pessimisme ; Mme de Charrière. D’apèrs de nombreux documents inédits. Parijs, 1908. Le français par l’observation sensible. Samen met N. Berthonneau. Parijs, 1910. Les Techniques de la critique et de l’histoire littéraires en littérature française moderne. Oxford, 1923. Mme de Staël, Lettres inédites à Juste Constant de Rebecque 1795–1812. Parijs, 1937. Racine, Mithridate. Oxford, 1943. Molière, le misanthrope. Oxford, 1947. Collins contemporary French dictionary : French-English ; anglais-français. Samen met Norman C. Anderson. Londen en Glasgow, 1952. Herzien door Anthony C Brench en anderen. Londen, 1969.
Categorie:Frans filoloog Categorie:Frans militair in de Eerste Wereldoorlog Categorie:Hoogleraar aan de Universiteit van Oxford Categorie:20e-eeuws wetenschapper