Praediniussingel 25 is een herenhuis in de stad Groningen, gelegen aan de noordelijke gevelwand van de Praediniussingel op de voormalige vestingterreinen. Het pand is in 1897 gebouwd in een eclectische bouwstijl met sterke invloeden van de neorenaissance. Sinds de bouw heeft het pand een woonfunctie behouden, waarbij de huidige bestemming een combinatie is van wonen en kantoor. Geschiedenis en ontwerp
Het pand werd in 1897 opgetrokken in opdracht van de Groninger aannemer-architect Piebe Belgraver, die tevens verantwoordelijk was voor het ontwerp. De bouw vond plaats in de periode dat de voormalige vestinggronden van Groningen werden getransformeerd tot een hoogwaardige singelstructuur met statige herenhuizen.
Hoewel het interieur in de loop der jaren moderniseringen heeft ondergaan, met name in het souterrain en op de bel-etage, zijn de tweede verdieping en de zolderverdieping grotendeels in hun oorspronkelijke 19de-eeuwse staat bewaard gebleven. Architectuur
Het gebouw is opgetrokken op een rechthoekige plattegrond en telt drie bouwlagen onder een zadeldak, gedekt met zwart gesmoorde oud-Hollandse pannen. Exterieur
De voorgevel is drie traveeën breed en uitgevoerd in roodbruine baksteen met een gestucte plint. De gevel wordt gekenmerkt door een rijke detaillering:
Decoraties: De gevel is verlevendigd met gestucte dorpelbanden met bosseringen en geprofileerde cordonlijsten tussen de verdiepingen.
Vensters: De bel-etage beschikt over vensters met segmentboogvormige ontlastingsbogen. De boogvullingen zijn gedecoreerd met rode en gele cementtegels en sluitstenen in de vorm van vrouwenkopjes.
Balkon: In de middentravee bevindt zich een balkon dat wordt ondersteund door rijk bewerkte consoles met leeuwenkoppen.
Gevelbekroning: De afgeknotte topgevel is voorzien van voluten en een cartouche met het jaartal 1897. Het geheel wordt afgesloten door een gebogen fronton met een schelpmotief en een bekronende obelisk.
Voordeur: De hardhouten voordeur stamt vermoedelijk uit circa 1910 en vertoont Jugendstil-kenmerken, waaronder decoratief snijwerk en facetgeslepen glasruitjes.
De achtergevel is voorzien van een houten veranda over de volle breedte op de bel-etage, ondersteund door houten kolommen. Een opengewerkte gietijzeren trap verbindt de veranda met de lager gelegen tuin. Interieur
De oorspronkelijke tweebeukige indeling is herkenbaar gebleven. Noemenswaardige interieurelementen zijn:
Een tochtportaal met een witmarmeren vloer en een glazen deur met florale Jugendstilmotieven.
Rijk uitgevoerde stucplafonds met perklijsten en middenornamenten op de bel-etage.
Zwartmarmeren schouwen, waaronder één met een originele giet- en smeedijzeren kachelhaard.
Een houten trappenhuis met bewerkte trappalen en balusters.
Waardering
Het pand is door de gemeente Groningen aangewezen als gemeentelijk monument vanwege de volgende waarden:
Stedenbouwkundige waarde: Als onderdeel van de hoogwaardige 19de-eeuwse singelstructuur op de voormalige vestingterreinen.
Architectuurhistorische waarde: Vanwege de esthetische kwaliteit van het ontwerp, de harmonieuze architectuur van de voorgevel en de rijke detaillering in neorenaissancevormen.
Gaafheid: De goede staat van de voor- en achtergevel en het behoud van substantiële interieuronderdelen.
Zeldzaamheid: De aanwezigheid van de deels gietijzeren buitentrap wordt als relatief zeldzaam beschouwd. Zie ook Lijst van gemeentelijke monumenten in Groningen
Categorie:Woning in Groningen (gemeente) Categorie:Gemeentelijk monument in Groningen (stad)