Giovanni da Cascia was een 14e-eeuwse Italiaanse componist. Over zijn leven is nauwelijks iets bekend, maar het is wel duidelijk dat hij een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van het Italiaanse madrigaal. Ook was hij onderdeel van de eerste generatie van componisten tijdens de zogenaamde Trecento.

Het hoogtepunt van zijn carrière lag tussen de jaren 1340 en 1350.

Levensloop Zijn achternaam Da Cascia suggereert dat hij afkomstig was uit Cascia, een dorpje in de nabijheid van Florence.

Het is onzeker of hij in Florence zelf heeft gewerkt, maar er zijn wel enkele aanwijzingen. Zo werkte er in 1360 ene 'Ser Giovanni degli Organi' bij de Santa Trìnitakerk. Tussen 1345 en 1362 vermeldde de broederschap Compagnia dei Laudesi di Santa Reparata bovendien ene 'Giovanni da Firenze' op zijn ledenlijsten.

Het is niet aannemelijk dat Da Cascia priester was. Het portret van hem in de Codex Squarcialupi toont immers een persoon zonder de uiterlijke kenmerken van een priester.

Da Cascia zou in Verona hebben gewerkt aan het hof van Mastino II della Scala. Hier had hij concurrentie van de jongere componist Jacopo da Bologna. De twee componeerden gelijknamige liederen voor 'Anna' en 'Spina', terwijl zijn madrigaal Donna già fu’ een muzikaal antwoord was op Jacopo’s Posando sopr’un’ acqua.

Mogelijk heeft Da Cascia ook gewerkt aan het hof van de familie Visconti te Milaan. In zijn caccia Con brachi assai maakte hij bijvoorbeeld een referentie naar de Lombardijse rivier Adda. In Milaan werkte bovendien Maestro Pietro, die eveneens een caccia met de naam Con brachi assai schreef. miniatuur|Partituur van de caccia Per larghi prati (circa 1350).

Werk Van Da Cascia's composities zijn zestien madrigalen en drie cacce bewaard gebleven. Een deel hiervan staat in de Codex Squarcialupi.

Da Cascia was van groot belang voor de consolidatie van het Italiaanse madrigaal. Hij was ook de eerste Florentijnse componist wiens werk tevens in Noord-Italiaanse bronnen is terug te vinden. Zijn elegante, melodische manier van componeren zorgde ervoor dat zijn muziek aantrekkelijk werd gevonden. Zijn werk was zo populair dat zijn composities zelfs nog in 1420 werden uitgevoerd.

Mogelijk schreef Da Cascia een aantal teksten voor zijn muziek zelf. Dit blijkt uit de autobiografische kenmerken die in de teksten terugkomen.

Categorie:Italiaans componist