John Bullock Clark Sr. (Madison County, 17 april 1802 – Fayette, 29 oktober 1888) was een Amerikaans advocaat, politus en militair. Hij diende in de militie van Missouri en nam deel aan de Black Hawkoorlog en de Missouri-Mormoonse oorlog van 1838. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog diende hij in de Missouri State Guard. Naast zijn militaire en juridische loopbaan zetelde hij in het Missouri House of Representatives, het federale huis van afgevaardigden en in het Congres van de Geconfedereerde Staten van Amerika.

Vroege jaren John B. Clark werd geboren op 17 april 1802 in Madison County, Kentucky. Hij was de zoon van Bennet en Martha Clark. Gouverneur James Clark en Christopher H. Clark waren zijn neven. John Clark liep school in zijn geboortestreek. In 1818 verhuisde het gezin naar het Missouriterritorium waar Clark rechten studeerde. Hij werd in 1824 toegelaten tot de balie en opende een advocatenkantoor in Fayette waar hij al snel een goede reputatie kreeg. Tussen 1823 en 1825 was hij penningmeester van Howard County en was werkzaam voor het lokale gerechtscircuit tussen 1824 en 1834. Clark was lid van de Methodistische geloofsgemeenschap. In 1826 trad hij in het huwelijk met Eleanor Turner. Hun zoon, John Bullock Clark, Jr. werd geboren in 1831.

Naast zijn loopbaan als advocaat was Clark actief in de Missouri Militia. In 1832 diende hij als kolonel in de Missouri Mounted Volunteers en nam hij deel aan de Black Hawkoorlog. Clark werd in 1836 bevorderd tot generaal-majoor. In 1838 steeg de spanning tussen kolonisten en de Mormonen waarbij geweldpleging en het vernietigen van elkaars eigendom schering en inslag werd. Op 26 oktober 1838 stuurde gouverneur Lilburn Boggs Clark naar Daviess County om de geweldplegingen te stoppen. De volgdende dag vaardigde Boggs de Missouri Executive Order 44 uit. Dit hield in dat alle Mormomen in Missouiri ofwel verdreven ofwel uitgeroeid dienden te worden. Clark diende dit order uit te voeren in Richmond.

Clark was de enige officier die dit order ontving. Hij verdeelde kopieën onder de andere officieren. Hij trok met enkele eenheden naar Richmond waar hij het bevel overnam van David Rice Atchison. Op 1 november gaven de Mormonen zich over. Er werden 50 leiders gearresteerd. Clark deelde hen mee dat ze tegen begin 1839 Missouri diende te verlaten.

Politieke loopbaan Clark was een aanhanger van de Whigs. In 1840 nam hij deel aan de verkiezingen voor het gouverneurschap. Zijn partij vormde echter een minderheid in Missouri en hij slaagde er niet in om de Democratische kandidaat Thomas Reynolds te verslaan. Hij verloor uiteindelijk met 22.212 stemmen tegen 29.625 stemmen voor Reynolds. In 1848 werd Clark herbevestigd in zijn rang als generaal-majoor in de militie. Deze post zou hij tot in 1861 behouden.

In 1850 werd hij verkozen om te zetelen in het Missouri House of Representatives. Hij was een sterke voorstander van de rechten van de individuele staten en voor slavernij. Clark werd datzelfde jaar voorgedragen om voor de Whigs zich verkiesbaar te stellen als federaal senator. Maar binnen de partij werd beslist dat de standpunten van Clark te radicaal waren waarop zijn kandidatuur werd ingetrokken.

Tegen 1857 stapte Clark over naar de Democratische Partij die dichter aanleunde bij zijn pro-slavernij standpunten. Hij had 160 slaven. In hetzelfde jaar werd hij verkozen om de vacante plaats van James S. Green, die zijn ontslag had ingediend, in te nemen. In 1858 en 1860 werd hij herverkozen. Tijdens zijn termijn in het Huis van Afgevaardigden was de verkiezing van de voorzitter in december 1859-1860 woelig. 68 Republikeinse congresleden hadden een recent gepubliceerd boek van Hinton Rowan Helper met de titel The Impending Crisis of the South gesteund. Clark stelde daarom voor om deze congresleden uit te sluiten van de verkiezingen voor de voorzitter van het huis. De spanningen liepen zo hoog op dat een congreslid uit New York een pistool trok terwijl een ander congreslid aan het spreken was.

Amerikaanse Burgeroorlog Na de verkiezing van Abraham Lincoln in het najaar van 1860 kozen verschillende Zuidelijke staten voor secessie. Na de Aanval op Fort Sumter veranderde dit conflict in een gewapend conflict. Missouri was sterk verdeeld in voor-en tegenstanders van de Geconfedereerde Staten van Amerika. Clark was voor het verlaten van de unie. De spanningen bereikten een hoogtepunt toen op 10 mei 1861 de Noordelijke brigadegeneraal Nathaniel Lyon een pro-seccesie demonstratie in Saint Louis uit elkaar joeg. Rellen braken uit toen Lyon zijn gevangenen door de straten van de stad paradeerde. Als reactie werd de pro-Zuidelijke Missouri State Guard opgericht.

Missouri State Guard thumb|left|Kaart van Missouri met geografische indeling van de verschillende divisies van de Missouri State Guard. Division 1: zuidoosten, Division 2: noordoosten, Division 3: central noordoosten, Division 4: westelijk centraal, Division 5: noordwesten, Division 6: centraal gebied, Division 7: zuidelijke centraal gebied, Division 8: zuidwesten, and Division 9: oostelijk centraal gebied. Clark was bevelhebber van de 3rd Division.

Claiborne Jackson, de nieuwe gouverneur van Missouri benoemde Clark tot bevelhebber van de 3rd Division van de Missouri State Guard. Hij kreeg de rang van brigadegeneraal onder het algemeen commando van Sterling Price. Jackson en Price vreesden een aanval van Lyon op de nieuwe Missouri State Guard. Ze achtten Jefferson City als onverdedigbaar en kozen Boonville om hun troepen te verzamelen. Clark werd ernaar toe gestuurd met zijn divisie. Toen Price op 13 juni een zware aanval van buikloop had, nam Clark tijdelijk het bevel over tot gouverneur Jackson en kolonel John S. Marmaduke arriveerden om de verdediging te coördineren. Lyon viel de stad aan op 17 juni. De Zuidelijken sloegen op de vlucht.

Op 5 juli hadden Clark, Jackson en verschillende divisies zich verzameld rond Carthage waar ze diezelfde dag aangevallen werden door een Noordelijke strijdmacht onder leiding van kolonel Franz Sigel. Bij de daaropvolgende Slag bij Carthage werd Sigel verdreven met weinig slachtoffers langs beide kanten. Een week na de slag werd Clark uit het federaal huis van afgevaardigden gezet omdat hij de wapens had opgenomen tegen de Verenigde Staten. Bij de stemming waren er 94 voor en 45 tegen. Clark werd vervangen door William A. Hall. Ondertussen hergroepeerde Price op 25 juli de Missouri State Guard bij Cassville. Vier dagen later kreeg Price versterkingen van het Confederate States Army onder leiding van brigadegeneraal Benjamin McCulloch. McCulloch had geen vertrouwen in de kwaliteit van de Missouri State Guard. Toen hij vaststelde dat een groot deel van Clarks soldaten geen wapens hadden, wou hij ze naar huis sturen. Clark weigerde echter. McCulloch had geen rechtstreeks gezag over de Missouri State Guard, dus bleef het bij verbale onenigheid tussen de twee generaals.

Begin april trokken de Zuidelijke eenheden op naar Wilson's Creek. Lyon had zijn leger verplaatst naar Springfield waar Price hem wou aanvallen. Initieel weigerde McCulloch maar gaf door de druk van Clark en andere officieren uiteindelijk toe. McCulloch plande de aanval voor ochtend van 10 april nadat Price had gedreigd om zelf de aanval uit te voeren. Lyon voerde echter zelf een verrassingsaanval uit. De Slag bij Wilson's Creek was begonnen. Toen Price van de Noordelijke aanval op de hoogte werd gebracht, gaf hij het bevel aan Clarks divisie om samen met die van William Y. Slack, James H. McBride en Mosby Parsons een slaglinie te vormen met de nodige artillerie-ondersteuning. Clark probeerde ook de cavalerie naar voor te brengen, maar deze werd geraakt door Noordelijke artillerie. De weinige cavaleristen die tot aan het front raakten, vochten mee met McBrides eenheden zoals de South Kansas-Texas Mounted Volunteers. Clark raakte gewond aan zijn been. Na de slag werd hij geprezen door McCulloch voor zijn moed en inzet. Op 6 december diende Clark zijn ontslag in om te zetelen in het Zuidelijk congres.

Zuidelijk congres In oktober besliste gouverneur Jackson om uit de unie stappen. Het Confederate government of Missouri bleef wel naast een Noordelijke variant bestaan. Deze nieuwe pro-Zuidelijke regering duidde Clark aan als gedelegeerde voor het Voorlopig Congres van de Geconfedereerde Staten van Amerika waarin hij zetelde tussen 7 december 1861 en 17 februari 1862. Tijdens deze termijn was Clark lid van het comité voor buitenlandse zaken en contacten met de Inheemse Amerikanen. In het Eerste congres van de Geconfedereerde Staten van Amerika kreeg Missouri zeven zitjes in het huis van afgevaardigden en 2 zitjes in de senaat toegewezen. Clark werd verkozen als een van de twee senatoren. De andere senator was Robert L. Y. Peyton. De ene senator mocht vier jaar zetelen en de andere twee jaar. Na het trekken van een lotje kon Clark twee jaar senator blijven. Het eerste congres was in zitting tussen 12 februari 1862 en 17 februari 1864.

Als senator zetelde Clark in een reeks van comités zoals buitenlandse zaken, contacten met Inheemse Amerikanen, posterijen en andere. Hij was voorzitter van het comité voor publieke gronden waarbij hij voornamelijk aandacht had voor de westelijke delen van de Zuidelijke Staten. Hij was mede-oprichter van de partisan rangers, para-militaire eenheden die veelal achter de vijandelijke linies opereerden. Hoewel Clark weigerde om president Jefferson Davis meer uitvoerende bevoegdheden te geven, stemde hij consequent voor nieuwe wetgeving die zijn staat ten goede kwam. Hij was eveneens een sterke voorstander van een grote oorlogsinspanning. Davis zag Clark als een rivaal en kon de gouverneur van Missouri overtuigen om Clark niet meer naar de senaat te sturen. Ondertussen was de invloed van de Zuidelijke regering in Missouri sterk verminderd. Het zitje in de senaat werd toegewezen aan George G. Vest.

In mei 1864 won Clark via verkiezingen een zitje in het Zuidelijke huis van afgevaardigden. Hij versloeg Caspar W. Bell. Het electoraat bestond uit Zuidelijke soldaten en vluchtelingen uit Missouri. (De staat was vrijwel volledig in Noordelijke handen gevallen.) Daarnaast had Clark ook de steun van Stirling Price. Clark zetelde tussen 10 juni 1864 en 18 maart 1865 in het Tweede congres van de Geconfedereerde Staten van Amerika. Hij diende in het comité voor verkiezingen en het comité voor militaire aangelegenheden.

Latere jaren Na de val van Richmond en de val van de Zuidelijke staten werd een prijs op zijn hoofd gezet ter waarde van 10.000 dollar. Clark kon echter onder een valse naam naar Mexico vluchtten.

Toen hem het nieuws bereikte dat het arrestatiebevel was ingetrokken keerde Clark in september 1865 terug naar de Verenigde Staten via San Antonio, Texas. Toch werd hij nog gevangen genomen en opgesloten in Fort Jackson in Louisiana. Hij werd in januari 1866 vrijgelaten op bevel van president Andrew Johnson. Clark keerde in 1870 terug naar Missouri. Voor de rest van zijn leven was hij werkzaam als advocaat. In 1872 stelde hij zich nog een laatste keer verkiesbaar voor een zitje in het federaal congres, maar het was zijn eigen zoon die de nominatie binnenhaalde die brigadegeneraal was geweest tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog.

John Bullock Clark Sr. overleed op 29 oktober 1885 in Fayette, Missouri.

Zie ook Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog zonder officiële bevestiging (Confederatie)

Categorie:Amerikaans generaal Categorie:Generaal van de Geconfedereerde Staten