miniatuur|Skara Brae, Orkneys miniatuur|Newgrange, Ierland De megalithische architectuur van de Britse Eilanden omvat de megalithische bouwwerken op de Britse Eilanden, dat wil zeggen Groot-Brittannië, Ierland en de omliggende kleinere eilanden zoals de Orkneys en het eiland Man.
De megalithische sites uit het neolithicum van de Britse Eilanden behoren tot de meest gevarieerde in de Europese prehistorie. Hoewel strikt genomen niet megalithisch, worden ook de kamerloze langgraven in Oost-Engeland vanuit een cultuurhistorisch perspectief tot deze groep gerekend.
Naast dolmens komen chambered cairns uit het vroeg-neolithicum voor. Deze bevatten vaak menselijke resten in de grafkamers, zowel gehele lichamen die begraven zijn in de kamer als lichamen die gecremeerd dan wel ontvleest zijn voordat ze in de grafkamer werden bijgezet. De kamergraven liggen vaak in een cairn of grafheuvel en vaak is er een gebied voor de grafkamer waar mensen bijeen konden komen; een voorhof.
In het vroeg-neolithicum werden ook houten grafkamers aangelegd, waarvan soms sporen worden aangetroffen in long barrows of cairns. Er werden echter ook long barrows of cairns zonder enige (houten of stenen) grafkamer gebouwd.
In het midden-neolithicum ging men over naar de passage graves of ganggraven, waarbij hele landschappen werden aangepast. Er werden namelijk vaak meerdere bouwwerken in elkaars nabijheid opgericht. Passage graves staan vaak boven op een heuvel of berg en meerdere malen is een connectie met een zonnewende aangetroffen, zoals bij Maes Howe. Een gang leidde naar de grafkamer en de gebruikte stenen verschilden van kleur en kwamen vaak uit verre gebieden. Ook wordt er abstracte kunst aangetroffen op de stenen (lijnen, cirkels, cup and ring marks). In het laat-neolithicum werden enorme complexen opgericht, soms verbonden door avenues.The old stones, Andy Burnham, 2018,
Lokale verschillen Er zijn veel overeenkomsten tussen de prehistorische architectuur van Ierland en de huidige Britse regio's Cornwall (inclusief de Scilly-eilanden), het eiland Man, Wales en Schotland. Er zijn echter ook grotere verschillen tussen deze regio's en de sites in Engeland. Hoewel bijna alle regio's endemische megalithische typen kennen, hebben ze meestal ook unieke voorbeelden (bijvoorbeeld het kamergraf van Glyn) en vormen die ze delen met een of twee aangrenzende regio's.
Een voorbeeld zijn de "cruciform passages" van het Maes Howe-type op de Orkneyeilanden, in Ierland veregenwoordigd door bijvoorbeeld Knowth en Newgrange, waarvan de verspreiding zich uitstrekt tot de Scilly-eilanden en Devonshire in Engeland.
De noord-zuidgrens tussen aarden en stenen sites in Engeland en Schotland wordt op drie punten in het oosten overschreden door de zeven verschillende typen megalithische sites.
Ierland miniatuur|Poulnabrone-dolmen In Ierland worden de bouwwerken dolmain genoemd. Andere benamingen zijn cromleachs, giants graves, leabas, Diarmuid and Grainne's beds en stone table. In Burren zijn zo'n 70 megalitsche tombes te vinden; een bekende is Poulnabrone Dolmen.
Cnoc an Bhrúnaigh, Browneshill-Dolmen of Brownes Hill heeft de grootste deksteen van alle megalitsche monumenten van de Britse Eilanden. Deze dolmen ligt in Carlow. De deksteen bestaat uit 100 ton graniet en is 4,7 meter bij 6,1 meter groot. Er werden geen sporen van een dekheuvel of cairn aangetroffen.
De voornamelijk in Ierland aanwezige wedge tomb heeft veel overeenkomsten met het Galeriegrab uit Duitsland en de allée couverte uit Frankrijk en België.
Engeland thumb|Wayland's Smithy is een bekend voorbeeld van de Cotswold Severn monumenten. Volgens de verhalen is Bagsecg hier begraven De Medway-graven en de kamergraven van Derbyshire (Five Wells) nemen een bijzondere positie in als voorbeelden van megalithische sites in Oost-Engeland. Een andere specifieke groep zijn de Cotswold-Severn-monumenten, vernoemd naar het gebied rond Cotswolds en Severn.
In Cornwall is Quoit ook de naam van een nederzetting. De plaats is vernoemd naar Devil's Quoit (ook wel Arthur's Quoit genoemd). Er werd één steen verwijderd in de 18e eeuw, maar deze quoit bleef nog lange tijd staan. Het bouwwerk stortte in tussen 1840 en 1850. In de 20e eeuw waren de stenen gespleten of met opzet begraven of verwerkt in de omliggende hagen.
Het meest bekende megalithische bouwwerk in Engeland is echter Stonehenge, wat ook een van de meest recente is.
Schotland miniatuur|De muurtjes zijn duidelijk zichtbaar in Midhowe Chambered Cairn Naast de grote verscheidenheid in Schotland zijn er ook monumenten op de Schotse eilanden met unieke kenmerken.
Nabij Morvah ligt Lanyon Quoit. Deze quoit werd in 1824 gerestaureerd. Een andere benaming is De Tafel der Reuzen, volgens een legende zijn er beenderen van reuzen gevonden. In de verhalen over koning Arthur wordt verteld dat hij hier op de vooravond van zijn laatste gevecht heeft gedineerd.
Bezienswaardigheden op Gugh zijn Kittern Hill en Obadiah's Barrow, twee dolmens, en The Old Man of Gugh, een bijna drie meter hoge menhir uit de Bronstijd. Op Bryher liggen Gweal Hill en Samson Hill.
Er zijn diverse types, zoals: Clyde cairns (bijvoorbeeld Torrylin Cairn en Barpa Langais, zie ook Court tomb), stalled cairns (deze deden denken aan een paardenstal door de muurtjes en worden ook wel Orkney-Cromatry genoemd, voorbeelden zijn Knowe of Yarso Chambered Cairn, Dwarfie Stane, Blackhammer Chambered Cairn, Midhowe Chambered Cairn, Taversöe Tuick Chambered Cairn, Isbister Chambered Cairn en Grey Cairns of Camster).
Datering Goed gedateerde monumenten, zoals Street House in North Yorkshire en Hazleton North in Gloucestershire, wijzen erop dat de primaire gebruiksperiodes, waarin er continu begrafenissen plaatsvonden, wellicht slechts twee of drie eeuwen duurden. Het geringe aantal graven dat in de West Kennet Long Barrow in Wiltshire is gevonden, lijkt dit te bevestigen.
Aan de andere kant wijzen het aardewerk uit het midden-neolithicum in de greppels van langgraven en de late datering van de haarden op de voorpleinen van megalithische sites zoals Monamore op het eiland Arran erop dat de belangstelling van de gemeenschappen voor deze monumenten eeuwenlang na de laatste begrafenis bleef bestaan. De bouw van cenotafen zoals Tulach an t'Sionnaich in Caithness leidt tot dezelfde conclusie.
Vooral in Zuid-Engeland werden begraafplaatsen doelbewust afgesloten. Het tijdstip waarop dit gebeurde is vaak onzeker. De grafkamer van de West Kennet Long Barrow lijkt vele eeuwen in gebruik te zijn geweest, maar werd uiteindelijk rond 2400 v.Chr. opgevuld. Toegang tot de kamer werd vaak geblokkeerd in de atria, wat wijst op het einde van het gebruik ervan. De frequente aanwezigheid van meerdere lagen geeft echter aan dat deze beslissingen niet altijd definitief waren, wat het moeilijk maakt om het exacte tijdstip van de definitieve verlating van het graf vast te stellen. Met name in Schotland (tot aan Shetland - Pettigarth's Field) zijn er een aantal systemen met meerdere bouwperioden, waarbij ronde grafheuvels later werden overbouwd met langgraven (Grey Cairns of Camster) en hielvormige grafheuvels.
Het is onduidelijk of er na rond 3000 v.Chr. in Zuid-Engeland nog nieuwe monumenten werden opgericht, hoewel de rituelen in de oude monumenten wel bleven voortduren. In het noordwesten duurde de oude traditie waarschijnlijk langer voort. De omvorming van een klassiek ganggraf tot een henge-monument, zoals in Bryn Celli Ddu op Anglesey, laat zien dat het religieuze belang behouden bleef, zelfs als er al nieuwe sites werden gebouwd.
De opkomst van individuele graven in de kopertijd hangt samen met de verschijning van de klokbekercultuur en tekenen van een nieuwe maatschappelijke houding. In veel gebieden eindigen de oude begrafenispraktijken abrupt.
britse