Amalia ‘Amalie’ Wilhelmine gravin von Königsmarck (Stade, 20 augustus 1663  - Övedskloster (bij Sjöbo), 30 januari 1740) was een lid van een Duits-Zweedse adellijke familie. Zij is bekend gebleven als een van de eerste vrouwelijke portretschilders.

Jeugd en familie Amalia von Königsmarck was de dochter van de Zweedse veldheer Kurt Christoph von Königsmarck en Maria Christine von Wrangel.

De vier kinderen uit hun gezin hadden bijzondere levens. Amalia's oudere broer Hans Karl von Königsmarck (1659-1686), werd verdacht van het beramen van een moordaanslag in Engeland. Haar jongere broer, Philip Christoph von Königsmarck (1665-1694) was de centrale figuur in de Königsmarck-affaire: hij verdween spoorloos in Hannover na een affaire met hertogin Sophie Dorothea van Braunschweig-Lüneburg. Haar oudere zus Maria Aurora von Königsmarck (1662-1728) was een dichteres, minnares van August de Sterke van Saksen, en eindigde haar leven als proost van de adellijke Abdij van Quedlinburg.

Amalia von Königsmarck groeide op in de Duitse stad Stade, die toen Zweeds grondgebied was. Na de dood van haar vader in 1673 verhuisde het gezin naar Hamburg, waar ze tot 1680 zouden blijven wonen. Amalia en Aurora von Königsmarck kregen een degelijke opleiding. Naast dans, muziek en zang leerden ze ook Frans, Italiaans, Spaans, Duits en Latijn. De zusters waren zeer kunstzinnig. Beiden musiceerden, schreven gedichten en speelden toneel. Van 1680 tot 1692 woonden ze in Stockholm waar ze in koninklijke kringen verkeerden en goed bevriend werden met koningin-gemalin Ulrika Eleonora. In 1684 organiseerden ze de eerste opvoering van Racines toneelstuk Iphigénie in Stockholm. Alle rollen werden gespeeld door jonge vrouwen uit de Zweedse hoge adel.

Schilderes miniatuur|Zelfportret als het zinnebeeld van de schilderkunst|links Amalia von Königsmarck is vooral bekend gebleven als schilderes. Zij kreeg in Stockholm schilderles van David Klöcker Ehrenstrahl, toendertijd een van de belangrijkste schilders in Zweden. Zij was een dilettant in de betekenis van die tijd: iemand die zich voor eigen plezier toelegt op kunst of wetenschap en daar soms hoog niveau in kan bereiken.

Van Amalia von Königsmarck zijn een aantal portretten in olieverf bekend; mogelijk maakte ze ook miniaturen. Ze schilderde familieleden maar ook hovelingen. Het was voor vrouwelijke schilders uit die tijd niet gebruikelijk om zich toe te leggen op portretschilderkunst. 

Bijzonder is ook dat zij ook verschillende zelfportretten heeft geschilderd. Een zelfportret uit 1687 toont Amalia von Königsmarck zittend aan haar schildersezel met penselen en palet in haar handen. De lauwerkrans op haar hoofd en haar kleurrijke kleding laten zien dat dit niet ‘slechts’ een zelfportret is. Zij beeldt zichzelf af als het zinnebeeld van de schilderkunst. In een allegorisch zelfportret uit 1689 heeft ze zichzelf geschilderd terwijl ze een portret van koningin-gemalin Ulrika Eleonora vasthoudt. Als kunstenaar houdt ze een bosje penselen in haar rechterhand, maar haar kleding en sieraden geven haar adellijke status weer.

Huwelijk In 1689 trouwde Amalia von Königsmarck met graaf Carl Gustaf Lewenhaupt. Het huwelijk werd bijgewoond door koningin-weduwe Hedwig Eleonora, koning Karel XI en koningin-gemalin Ulrika Eleonora. Ten tijde van het huwelijk was de financiële situatie van de familie Von Königsmarck complex. Philip von Königsmarck beheerde als enige overlevende zoon de nalatenschap. Hij was onwillig om zijn zus het erfdeel te doen toekomen waar ze volgens het testament van hun grootvader recht op had. De moeder van de bruidegom moest uiteindelijk de kosten van de bruiloft betalen.

Amalia von Königsmarck kreeg zeven kinderen – waarvan er drie volwassen werden - en was na haar huwelijk veel op reis. Schilderkunst speelde na haar huwelijk een minder belangrijke rol in haar leven. miniatuur|Allegorie met zelfportret, en portret van koningin-gemalin Ulrika Eleonora. Zes geborduurde wandtapijten met allegorische voorstellingen, de Königsmarckska tapeterna (Königsmarck-wandtapijten), zouden in de jaren 1690 voor Amalia von Königsmarck en Carl Gustaf Lewenhaupt zijn gemaakt naar modellen van Ehrenstrahl. Mogelijk waren de zussen Königsmarck zelf betrokken bij het ontwerp en bij het borduurwerk.

Carl Gustaf Lewenhaupt was opgeleid als officier en was in dienst bij de keurvorst van Hannover. Het gezin vestigde zich in Hamburg. In 1695 trad Lewenhaupt in dienst van prins Frederik August van Saksen, die in 1697 als August II tot koning van Polen werd benoemd. Tijdens de Grote Noordse Oorlog (1700 - 1721) vocht Lewenhaupt daardoor tegen Zweden, en raakte in ongenade bij koning Karel XII. In 1702 werd hij beschuldigd van verraad terwijl hij in het buitenland was. Amalia von Königsmarck, die op dat moment wel in Zweden was, probeerde tevergeefs haar man te verdedigen. In 1703 werd Lewenhaupt bij verstek ter dood veroordeeld en werden zijn bezittingen in beslag genomen. Omdat hij een maand eerder was overleden en zijn Zweedse bezittingen waren overgegaan naar zijn weduwe, kon het vonnis niet worden uitgevoerd. Amalia von Königsmarck wist in 1719 het vonnis te laten vernietigen,toen de zuster van Karel XII, Ulrika Eleonora de Jongere, de troon had bestegen.

Overlijden Amalia von Königsmarck stierf in 1740. Ze heeft niet meer meegemaakt dat haar zoon Charles Emil Lewenhaupt in 1743 ter dood werd veroordeeld en geëxecuteerd wegens verraad.

Categorie:Zweedse adel Categorie:Zweeds kunstschilder Categorie:17e-eeuws schilder Categorie:18e-eeuws schilder