Christoffel Wilhem Eekhout jr. (Zwolle, 3 april 1807 - Oldenzaal, 29 september 1864; ook wel gespeld als Eeckhout) was een Nederlands ondernemer en bestuurder. Hij was burgemeester van Losser (1832-1864) en Oldenzaal (1844-1864).

Biografie

Afkomst en familie thumb|left|125px|Familiewapen Eekhout Christoffel Wilhem Eekhout jr. werd in 1807 in Zwolle geboren als zoon van mr. Christoffel Willem Ee(c)khout (1762-1852) en kleinzoon van mr. Christoffel Willem Ee(c)khout (1710-1784), als telg uit het patriciaatsgeslacht Eekhout. Zijn grootvader was secretaris van Zwolle en zijn vader schepen, wethouder en burgemeester van de stad.

Eekhout jr. trouwde in 1838 in Borculo met Bertha Gesiena Pols, dochter van een raadsheer bij de Hoge Raad. Met haar kreeg hij acht kinderen, van wie er vijf al op jonge leeftijd overleden. Zijn vrouw overleed in 1849, waarna hij in 1855 hertrouwde met Leonora Louise Johanna Heiligendorp. Met haar kreeg hij drie kinderen, waarvan er twee op jonge leeftijd overleden.

Eekhout jr. was lid van de Hervormde Kerk en tevens aangesloten bij de Vrijmetselarij.

Burgemeester van Losser en Oldenzaal Al in 1831 richtte Eekhout een weefschool in Losser op, die zich uitbreidde tot zeventig weefgetouwen verspreid over werkplaatsen en huizen van wevers. Een jaar later werd hij er burgemeester en ging in het dorp wonen. In 1841 werd hij kapitein van de 2e compagnie van het 5e bataljon van de (rustende) schutterij van Losser. Na zeven jaar voorbereiding opende hij in 1843 een nieuwe school naast de oude, op grond die eigendom was van de Losser hervormde gemeente.

thumb|left|De Staringgroeve in Losser In 1844 deed geoloog Winand Staring op verzoek van Eekhout jr. onderzoek naar het zandsteen onder Losser, die reeds zelf al sporen had gevonden. Hij hoopte dat er mergel of zandsteen van vergelijkbare kwaliteit aanwezig was als het Gildehauser- of Bentheimer zandsteen, dat in nabijgelegen plaatsen over de grens werd gewonnen. Op de Losserse Es langs de Glanerbeek vond Staring meer zandsteen, het Lossers zandsteen, maar er bleek meer onderzoek nodig. Eekhout jr. stuurde minister Schimmelpenninck van der Oye een vaasje van Lossers zandsteen en een steen van 1250 kilo werd voor onderzoek naar Zwolle gestuurd. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en de Overijsselse Gedeputeerde Zaken subsidieerden het onderzoek en er werd samengewerkt met de ontginningen in Bad Bentheim en Gildehaus. Uiteindelijk bleek het zandsteen te zacht en was exploitatie niet rendabel, waarop Eekhout jr. de groeve voor tachtig gulden verkocht. Ter nagedachtenis aan de vondsten zijn de Staringgroeve en een borstbeeld van de geoloog te vinden aan de naar hem vernoemde Dr. Staringstraat in Losser; de groeve is eigendom van het Geologiemuseum Losser.

In 1844 werd Eekhout jr. ook burgemeester van Oldenzaal, waarna de administratie van de gemeente Losser daar werd ondergebracht. Het gemeentehuis raakte overbodig en werd verhuurd en uiteindelijk bijna verkocht. Na Eekhout jr. zou ook zijn opvolger, Gijsbert Waller, het burgemeesterschap van beide gemeenten op zich nemen. Nadat hij in 1870 eervol ontslag had gekregen, kreeg Losser na 26 jaar weer een eigen burgemeester. Op 1 mei 1862 ontving Eekhout jr. koning Willem III en graaf Alexis van Bentheim en Steinfurt in Oldenzaal, toen de koning vanuit kasteel Twickel via Hengelo naar Oldenzaal kwam. De stad was versierd en de koning en zijn gevolg pauzeerden in de burgemeesterswoning. Daarna vertrok hij onder begeleiding van de harmonie naar Enschede om daar het werkbezoek af te ronden. Twee weken later werd Eekhout jr. door de koning benoemd tot officier in de Orde van de Eikenkroon. Industriële ontwikkelingen en ondernemerschap thumb|left|De "Twentsche Industrie- en Handelsschool" in Enschede, de latere HBS (1900) In het midden van de negentiende eeuw ontwikkelde Eekhout jr. zich tot een van de drijvende krachten achter de industriële en infrastructurele vernieuwing in Twente. Hij had in Losser reeds ervaring opgedaan met weefscholen en weverijen en opende rond 1845 een fabriek in Oldenzaal toen hij daar burgemeester was geworden. Eekhout jr. hield zich daardoor als ondernemer op in de hoge kringen van de zich snel ontwikkelende Twentse textielindustrie. Eerste Kamer-lid Hendrik Muller Szn. noemde hem “een van de drie schranderste en meest ondernemende Twentse industriëlen, die er ook in slaagden om Hollandse investeerders als Thorbecke en Van Eeghen voor hun ondernemingen te interesseren.”

Op 29 juni 1859 werd op initiatief van Eekhout jr. als voorzitter in het Deldense hotel Carelshaven de "Twentsche Vereeniging tot bevordering van Nijverheid en Handel" opgericht, met onder anderen Albert Jan Blijdenstein en Gerrit Jan van Heek in het bestuur. Het doel van de vereniging was het bevorderen van nijverheid en handel in Twente, onder meer door het oprichten van een school waar technische en handelskennis kon worden opgedaan. Van Heek had een band met oud-minister Thorbecke, die voor het plan ging lobbyen in Den Haag. Besloten werd om als pilot een school in Enschede te bouwen: de Twentsche Industrie- en Handelsschool, de eerste school van middelbaar onderwijs in Nederland. Begin 1864 gingen de eerste lessen van start.

In Oldenzaal werd in 1860 aan de Bentheimerstraat een zeer moderne stoomspinnerij gebouwd door Eekhout jr., samen met Hermannus Philippus Gelderman van textielfabriek Gelderman en Charles Theodorus Stork, oprichter van Stork. Thorbecke werd wederom ingezet om hun belangen in de "N.V. Oldenzaalsche Weverij Maatschappij" te behartigen in Den Haag. Omdat voor de stoommachines kolen nodig waren, nam het drietal ook het initiatief tot een verbinding met kolenrijke gebieden als Engeland, het Ruhrgebied en Ibbenbüren. Daarom werd op 18 augustus 1862 in Almelo de "N.V. Spoorwegmij Almelo - Salzbergen" opgericht, die uiteindelijk de spoorlijn Almelo - Salzbergen tot stand bracht. De fabriek ging in 1872 failliet en werd deels overgenomen door de Oldenzaalsche Stoomweverij J. H. Molkenboer Jr.; in 1883 brandde de stoomspinnerij af.

In 1861 was Eekhout jr. betrokken bij de oprichting van "De Twentsche Bank Vereeniging", een partnerschap van de door Benjamin Willem Blijdenstein opgerichte Twentsche Bank; hij was voor 10.000 gulden als commanditaire vennoot aansprakelijk.

Overlijden Na een langdurige periode van ziekte overleed Eekhout jr. in 1864 op 57-jarige leeftijd in Oldenzaal. Hij werd begraven op de hervormde begraafplaats aldaar. De Burgemeester Eekhoutstraat in de Oldenzaalse wijk Zuid-Berghuizen is naar hem vernoemd.

Categorie:Burgemeester van Oldenzaal Categorie:Burgemeester van Losser Categorie:Nederlands ondernemer Categorie:Nederlands politicus in de 19e eeuw