De Collegiale Sint-Joris-en-Sint-Odakerk (Frans: collégiale Saint-Georges-et-Sainte-Ode) is een historisch kerkgebouw in de Belgische stad Amay. Het huidige bouwwerk is het resultaat van een lange evolutie die teruggaat tot de twaalfde eeuw, maar archeologische opgravingen hebben aangetoond dat er al veel eerder een kerk stond. Tot einde achttiende eeuw fungeerde het gebouw als kapittelkerk, daarna als parochiekerk. Sinds 1933 staat het op de monumentenlijst en sinds 2022 maakt het deel uit van het uitzonderlijke onroerend erfgoed van Wallonië. 'L'ensemble de la Collégiale Saint-Georges et Sainte-Ode à l'exception de l'orgue (code interne: 61003-PEX-0001-04)' op territoire.wallonie.be, geraadpleegd 23 februari 2026.
De kerk. de kapittelzaal en de kloostergang herbergen enkele bijzondere artefacten, waaronder twee objecten die op de lijst van roerend cultureel erfgoed van de Franse gemeenschap in België staan (Liste des biens classés de la Communauté française): de Chrodoara-sarcofaag (achtste eeuw) en het Odaschrijn (dertiende eeuw). Beide voorwerpen zijn verbonden met Sint-Oda (of Chrodoara), een van de patroonheiligen van de kerk, samen met Sint-Joris. In de kloostergang van de kerk is het Gemeentelijk Museum voor Archeologie en Religieuze Kunst ondergebracht.
Geschiedenis Archeologische opgravingen onder de kerk hebben de fundamenten blootgelegd van een Gallo-Romeins bouwwerk, inclusief een deel van het hypocaustum, en daarnaast de fundamenten van eerdere kerken die dateren uit de Merovingische periode (zesde-zevende eeuw), de Karolingische periode (achtste-negende eeuw) en de preromaanse periode (rond 1000 n.Chr.). Volgens de traditie werd de kerk begin zevende eeuw gesticht door Chrodoara, een Merovingische edelvrouw die later heilig werd verklaard en bekend is als Oda van Amay.
In 945 werd de kerk verheven tot de status van collegiale kerk (kapittelkerk) met de oprichting van een kapittel van negen seculiere kanunniken. Dit kapittel bezat zowel het geestelijke als het wereldlijke gezag over de stad Amay tot einde achttiende eeuw.
thumb|Het centrum van Amay met de voormalige kapittelkerk, ca. 1906 Het huidige kerkgebouw is vermoedelijk een vergrote herbouw van een vroegromaanse kerk, die plaatsvond tijdens het episcopaat van de Luikse rijksbisschop Hendrik van Verdun (1075-1091), die hier een residentie (domus) bezat. De kerk werd waarschijnlijk voltooid onder bisschop Hendrik van Leyen (1145-1164).
Het gebouw werd opgetrokken in een Ottoons-Maaslandse variant van de romaanse stijl. De kerk wordt gekenmerkt door een krachtig oprijzende westbouw, bestaande uit twee torens die een lager bouwwerk flankeren. Het westwerk sluit aan op de hoge middenbeuk van het schip, geflankeerd door twee lagere zijbeuken, een hoog transept en een koor met een rechthoekige apsis. De twee hoektorens van het westwerk en de hoge middenbeuk met zijn Lombardische arcaden dateren nog uit de romaanse periode. Sommige elementen van de dakconstructie zijn door middel van dendrochronologie gedateerd op 1100-1125.
De eerste grote verbouwing vond plaats in de zestiende eeuw en bestond uit het verhogen van het volume tussen de twee westwerktorens. Een laatgotisch gewelf verving het bestaande vlakke plafond van het schip. Boven het orgel in de centrale toren is nog een beschilderd gewelfpaneel uit die tijd te zien.
In de zeventiende eeuw werd het koor herbouwd en werden de zware, vierkante pijlers in het schip vervangen door ronde zuilen. Omstreeks dezelfde tijd werd de van oorsprong veertiende-eeuwse kloostergang herbouwd. Het is een van de weinige kloostergangen die aan de oostzijde van een kerk liggen. In de zeventiende en achttiende eeuw werden verschillende renovaties uitgevoerd om het gebouw een 'moderner' (barok) aanzien te geven: de zijbeuken werden herbouwd, een nieuw transept met afgeschuinde hoeken verrees, de ramen van het schip werden vergroot en er werden barokke ingangsportalen toegevoegd aan de noord- en zuidzijde van de westbouw. In 1774 werd een uurwerk in de zuidelijke toren geplaatst. Ook het kerkinterieur werd in deze tijd gemoderniseerd met stucwerk, een koorhek, altaren en ander meubilair in barok- of rococostijl.
In de negentiende en twintigste eeuw volgden nieuwe renovaties, hoewel minder ingrijpend: de middentoren van het westwerk kreeg steunberen ter versteviging en aan de zuidzijde van de kerk werd de trappartij aangepast. Tussen 1998 en 2001 vonden restauratiewerkzaamheden plaats.
Kerkinterieur De interieurdecoratie en meubilering dateren grotendeels uit de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw. De stucdecoratie van het gebouw dateert uit de achttiende eeuw.
Tot de opvallende interieurstukken behoren vier grote schilderijen op linnen die het koor sieren. Ze dateren uit 1725-1729 en zijn het werk van Jean-Baptiste Juppin (voor de landschappen) en Englebert Fisen of Théodore-Edmond Plumier (voor de figuren). Op het koor bevinden zich verder het zeventiende-eeuwse hoogaltaar, een lezenaar met een adelaar (1786), een zwart-wit marmeren sokkel (1729) en neoclassicistische koorbanken (1785).
Het hoofdaltaar heeft een uitgesproken architectonische opbouw, een relatieve zeldzaamheid in de Maasstreek. Het is verdeeld in drie traveeën: het centrale gedeelte herbergt het altaar zelf, terwijl de zijgedeelten verborgen doorgangen bevatten. Architectonische elementen zijn onder andere het hoofdgestel, meerdere nissen, pilasters met kapitelen en frontons. De decoratie bestaat verder uit friesen, rozetten, krullen, acanthusbladeren, pinakels, beelden en schilderijen. Onder de beelden die worden toegeschreven aan het atelier van Jean Delcour bevinden zich een maagd Maria zittend op een wolk, met het kindje Jezus in een speelse houding op haar schoot, en een Christus aan het kruis geflankeerd door twee knielende engelen.
De noord- en zuidkapellen uit 1771 worden afgesloten door smeedijzeren hekwerken en zijn versierd met bas-reliëfs van de Luikse beeldhouwer Mélotte. Het koorhek uit 1685 scheidde oorspronkelijk het koor van het schip. Het werd in 1774 naar achteren verplaatst en bevindt zich nu onder de centrale toren. Het hek bestaat uit vier pilasters met Ionische kapitelen en een opengewerkte houten deur. Twee medaillons van Moretti (Joseph Moretti?) zijn vervangen door twee andere bas-reliëfs. De medaillons uit het einde van de achttiende eeuw tonen koning David die harp speelt en Sint-Cecilia die orgel speelt. Op de balustrade boven het koorhek bevindt zich een schilderij van een engel.
De communiebanken, biechtstoelen, preekstoel en broederschapskasten dateren uit de negentiende eeuw.
Tot de kerkinrichting behoren tevens enkele vijftiende-eeuwse grafzerken in de noordelijke en zuidelijke transepten en in de kloostergang.
Archeologie en kunstschatten Onder de centrale westwerktoren worden diverse kerkelijke kunstvoorwerpen en liturgisch vaatwerk tentoongesteld, zoals een kruisiging uit 1500, beelden van Sint-Vincent en Sint-Margaretha uit de zestiende eeuw, Sint-Barbara en Sint-Rochus uit de zeventiende eeuw, Sint-Michaël uit de achttiende eeuw en een stralenmonstrans in neobarokstijl uit de negentiende eeuw. Ook elders in de kerk zijn bijzondere artefacten te zien.
Chrodoara-sarcofaag
In 1977 werd onder het priesterkoor van de kerk een met reliëfs versierde laat-Merovingische sarcofaag ontdekt. Het bleek de kalkstenen grafkist te zijn van de zevende-eeuwse kerkstichtster Chrodoara, die waarschijnlijk al vanaf de achtste eeuw als heilige werd vereerd en later bekend werd als Sint-Oda van Amay.
Odaschrijn
Het dertiende-eeuwse reliekschrijn van de heilige Oda van Amay wordt beschouwd als een meesterwerk van Maaslandse edelsmeedwerk. Het schrijn is tussen 1245 en 1255 vervaardigd uit goud, verguld koper, zilver, email, bruinvernis en cabochons. Op de gevelstukken bevinden zich aan de ene zijde een beeld in haut-reliëf van Sint-Oda en aan de andere kant een beeld van Sint-Joris, beide in gedreven zilver. Aan de lange zijden van het schrijn, staan onder een arcade met dubbele zuilen twaalf zilveren beeldjes, vermoedelijk de twaalf apostelen voorstellend. De dakgevels van het schrijn zijn aan elke zijde verdeeld in drie panelen, elk met afbeeldingen van een belangrijke gebeurtenis in het leven van de twee heiligen. Het schrijn bevat de beenderen van een vrouw, volgens de overlevering Sint-Oda (Chrodoara), en een kistje met de resten van een houten stok – mogelijk dezelfde als die op de sarcofaag is afgebeeld. Twee twaalfde-eeuwse, uit Spanje afkomstige doeken, die voorheen in het schrijn bewaard werden, zijn nu te zien in de schatkamer van de kathedraal van Luik.
In 2017 verhuisde het Odaschrijn naar de gerestaureerde kapittelzaal.
Gemeentelijk Museum voor Archeologie en Religieuze Kunst De kloostergang herbergt het Gemeentelijk Museum voor Archeologie en Religieuze Kunst, dat voornamelijk de archeologische collecties van de regio Haspengouw-Maasvallei omvat, waarvan de meeste in Amay zijn opgegraven. De collecties omvatten fragmenten van Romeinse fresco's, artefacten gevonden in Merovingische graftombes (riemgespen, glaswerk, keramiek, enz.), objecten gevonden in en rond de kapittelkerk, en ook een vijftiende-eeuws kruisbeeld dat zich voorheen bevond aan de Rue de l'Hôpital in Amay.
Categorie:Bouwwerk in Amay Categorie:Kerkgebouw in het bisdom Luik Categorie:Romaans kerkgebouw in België Categorie:Barok kerkgebouw in België Categorie:Beschermd erfgoed in Wallonië